XXIX.

Plannen ter uitvoering.--Een brug over de Mercy.--Een eiland

maken van het Verre Uitzicht.--De graanoogst.--De beek.--Het

gevogelte.--De duiventil.--De onagga's.--De kas.--Uitstapje

naar de Ballonhaven.

De kolonisten van het eiland Lincoln waren dus weder in het bezit

van hun woning, zonder dat zij genoodzaakt waren geweest de oude

uitloozingsplaats op te zoeken, zoodat hun veel metselaarswerk gespaard

bleef. Het was inderdaad gelukkig, dat op het oogenblik toen zij op

het punt stonden dit te doen, de bende apen door den schrik bevangen,

hoe plotseling en onverklaarbaar dit ook wezen mocht, het Rotshuis

ontvlucht waren. Deze dieren schenen een voorgevoel gehad te hebben

dat het gevaar hun van een andere zijde bedreigde? Dat was de eenige

reden waaraan hun snel vertrek kon worden toegeschreven.

Gedurende de laatste uren van dien dag werden de lijken van de

apen naar het bosch overgebracht, waar men ze begroef; daarop

herstelden de kolonisten de wanorde, die door de indringers was

aangericht--gelukkig wanorde en geen schade, want zij hadden het

huisraad slechts omgeworpen, maar niets gebroken. Nab legde zijn vuur

weder aan, en met hetgeen zij in hun provisiekast hadden, konden zij

een heerlijk maal bereiden, waaraan zij ook alle eer deden.

Jup werd niet vergeten, en hij at met smaak de appelen der pijnboomen,

waarvan zij hem ruim voorzagen. Pencroff had zijn armen losgemaakt,

maar hij achtte het raadzamer de koorden om zijn pooten te laten tot

op het oogenblik dat zij op zijn onderwerping konden vertrouwen.

Voordat zij naar bed gingen, bespraken Cyrus Smith en zijn makkers

nog onder elkander wat hun het noodigste te doen stond.

Het noodigste en het dringendste was het maken eener brug over de

Mercy, zoodat het zuidelijke gedeelte van het eiland in verbinding

kwam met het Rotshuis; voorts de stichting van een kraal, die dienen

moest tot huisvesting van buffeldieren en andere, waarvan zij het

haar of de wol zouden kunnen gebruiken.

Met ziet dat deze twee plannen betrekking hadden op het punt kleederen,

die toen van het grootste gewicht voor hen waren. Want een brug zou

hun het overbrengen van den ballon gemakkelijker maken, waardoor zij

dan een goeden voorraad linnen zouden bezitten en de kraal was voor

de wol, die hun winterkleederen moest verschaffen.

Het maken der brug over de Mercy duurde drie weken, en nog moesten

zij hard doorwerken. Zij ontbeten altijd op de plaats waar zij werkten

en daar het toen prachtig weer was, keerden zij eerst tegen den avond

naar het Rotshuis terug.

Gedurende dien tijd gewende de aap hoe langer hoe meer en kwam hij

op goeden voet met zijn meesters, die hij altijd met de grootste

nieuwsgierigheid gadesloeg. Toch waagde Pencroff het nog niet hem de

vrijheid van al zijn ledematen te schenken, en hij achtte het raadzaam

hiermede te wachten totdat de grenzen van de bergvlakte onoverkoombaar

waren door de inrichting, welke zij nu tot stand brachten. Top en

Jup waren ook de beste vrienden en speelden graag samen, maar Jup

deed alles zoo ernstig mogelijk.

Den 20sten November was de brug gereed. Nu moesten zij het omkleedsel

van den luchtballon halen, want het was voor hen van het grootste

belang om dat linnen in veiligheid te brengen; maar om het te

vervoeren, moesten zij noodzakelijk een wagen medenemen naar de

Ballonhaven en dientengevolge zagen zij zich verplicht eerst een

weg door het dichte bosch van het Verre Westen te banen. Dat kostte

hun ook nog eenigen tijd. Nab en Pencroff deden dan ook eerst een

verkenningstocht naar de haven, en daar zij bevonden dat het linnen

niets in de grot te lijden had, besloten zij dat het werk, op de

vlakte het Verre Uitzicht, onafgebroken kon vervolgd worden.

"Dus," merkte Pencroff op, "wij kunnen onze volière in den besten

toestand brengen, daar wij nu noch de vossen noch eenigen onverwachten

aanval van andere schadelijke dieren te vreezen hebben."

"Ook kunnen wij nu de bergvlakte ontginnen en de wilde planten hier

overbrengen...."

"En ons tweede korenveld bezaaien!" riep de matroos zegevierend uit.

Hun eerste korenveld dat zij door een enkel graantje verkregen hadden,

was zeer toegenomen, dank zij de zorg van Pencroff. De graankorrel had,

zooals de ingenieur gezegd had, tien aren geschoten, en elke aar droeg

tachtig korrels. De kolonie was dus in het bezit van acht honderd

graankorrels in zes maanden tijd--dus een dubbele oogst mochten zij

elk jaar verwachten.

Deze acht honderd graankorrels, uitgezonderd een vijftigtal, die

zij voorzichtigheidshalve bewaarden, zouden dus op een nieuw veld

gezaaid kunnen worden met evenveel zorg als de eenige korrel, die

zij aanvankelijk bezaten.

Het veld werd in orde gebracht, en daaromheen een omheining

gemaakt van hooge palen, zoodat de viervoetige dieren er niet over

konden. En om de vogels te verwijderen, maakte Pencroff met zijn

sterke verbeeldingskracht verschillende vogelverschrikkers, die

hen dan ook op een eerbiedigen afstand hielden. De zeven honderd

vijftig korrels werden toen weder in regelmatige voren geplaatst,

en het overige werd der natuur toevertrouwd.

Den 21sten November begon de ingenieur de gracht af te bakenen, welke

de bergvlakte in het westen moest scheiden van den zuidelijken uithoek

van het meer Grant tot aan de bocht der Mercy. Zij hadden daar een

twee à drie voet hooge laag vruchtbaren grond op het graniet. Zij

moesten dus weer nitro-glycerine maken, en de nitro-glycerine had

dezelfde uitwerking. In minder dan vijftien dagen hadden zij een

gracht van twaalf voet breed en zes voet diep in den harden grond

van de bergvlakte gegraven. Een nieuwe uitloozingsplaats hadden zij

nu verkregen door hetzelfde middel als bij de rotsachtige kust van

het meer, en het water stroomde in deze nieuwe bedding, aan wier

stroom men den naam van Glycerine-rivier gaf, en die een zijtak

van de Mercy werd. De oppervlakte van het meer daalde weer, zooals

de ingenieur voorspeld had, maar bijna onmerkbaar. Eindelijk, om de

grens te voltooien, verbreedden zij de bedding der beek aanmerkelijk

en het zand werd door een stevigen dijk weerhouden.

In de eerste helft van December was deze arbeid voltooid. Gedurende

die maand was het zeer warm. Toch wilden de kolonisten hun werk niet

staken, en daar zij thans hun volière in orde moesten brengen, gingen

zij hiertoe over.

Het is onnoodig te zeggen, dat, nu de geheele grens gemaakt was,

Jup ook in vrijheid werd gesteld. Hij verliet zijn vrienden niet en

scheen ook niet den minsten lust te hebben om te ontsnappen. Het was

een zachtaardig maar krachtig dier en bijzonder behendig. Als het er op

aan kwam de ladder van het Rotshuis te beklimmen, kon niemand hem in

vlugheid evenaren. Hij was hun zelfs in sommig werk reeds behulpzaam;

hij trok den wagen met hout beladen en bracht de steenen over, die

uit de Glycerine-rivier waren gekomen.

De volière besloeg een ruimte van twee honderd vierkante meters, op

den zuidoostelijken oever van het meer. Zij omringden haar met een

hek en maakten er verschillende hokken in voor de dieren die haar

moesten bevolken.

De eerste bewoners waren de tinamoes, die weldra een aantal kleintjes

hadden; en spoedig hadden zij tot buren de eenden, die aan de oevers

van dat meer veel gevonden werden. Eenige behoorden tot het Chineesche

ras, waarvan de vleugels zich waaiervormig openen en wier schitterende

kleuren met die der goudlakensche faisanten kunnen wedijveren. Eenige

dagen later maakte Harbert zich meester van een koppel hoenders

met ronden staart en lange vleugels. Wat de pelikanen, ijsvogels

en watervogels betrof, deze kwamen uit zichzelf in de volière, en

die geheele kleine wereld geraakte, na eenige twisten en onlusten,

met elkander op den besten voet en groeiden in zulk een mate aan,

dat de kolonisten zich voor hun toekomstige voeding niet ongerust

behoefden te maken.

Cyrus Smith wilde zijn werk thans voleindigen en plaatste daarom in

een hoek van de volière een duiventil. Zij brachten daarin een dozijn

van die vogels, welke veel op de rotsvlakten gevonden worden. Deze

vogels gewenden zich spoedig en vlogen elken avond naar hun nieuwe

woning terug, en schenen beter geschikt om getemd te worden dan de

wilde duiven, die zich niet dan in het wild voortplanten.

Eindelijk was het oogenblik aangebroken om van het omkleedsel van den

luchtballon lijnwaad te maken, want om hem in dien vorm te houden en

in een ballon met warme lucht gevuld het eiland te verlaten, boven

een zee, om zoo te zeggen, zonder grenzen, zou slechts een aannemelijk

plan wezen voor menschen, wien het geheel aan gezond verstand ontbrak

en Cyrus Smith was een practisch man, dus dat kwam in het geheel niet

in hem op.

Nu moesten zij den ballon naar het Rotshuis overbrengen en de

kolonisten trachtten thans hun zwaren wagen lichter en handiger te

maken. Maar al had men het voertuig, een geschikt trekdier hadden

zij nog niet gevonden. Bestond er dan op het geheele eiland geen

herkauwend dier, dat de plaats van het paard, den ezel, den os of de

koe kon vervullen? Daar kwam het nu op aan.

"Waarlijk," zeide Pencroff, "een trekdier zou ons zeer dienstig wezen,

maar intusschen moest mijnheer Cyrus een wagen met stoom maken, of een

locomotief, want zeker zullen wij eenmaal een spoorweg bezitten van het

Rotshuis naar de Ballonhaven met een zijtak naar den berg Franklin!"

De brave matroos meende het oprecht, wanneer hij zoo

sprak! O! verbeelding, hoe hoog kunt gij stijgen wanneer het geloof

er mede gepaard gaat!

Maar al had men geen locomotief, een trekdier zou Pencroff reeds veel

helpen en men zou er ook niet lang op behoeven te wachten.

Eens, het was den 23sten December, hoorde men Nab roepen en Top

uit alle macht blaffen. De kolonisten werkten in de Schoorsteenen;

zij snelden in allerijl naar hen toe, daar zij vreesden dat hun een

ongeluk was overkomen. En wat zagen zij? twee prachtige groote dieren,

die zich onvoorzichtig genoeg op de bergvlakte gewaagd hadden, waarvan

de hekken op dat oogenblik niet gesloten waren. Men zou zeggen, dat het

twee paarden waren, of minstens twee ezels, de een van het mannelijk en

de ander van het vrouwelijk geslacht, schoon gevormd en isabelkleurig,

met witten staart en witte pooten, wit en zwart gestreept op den kop,

den hals en den romp. Zij kwamen langzaam naderbij, zonder eenige

vrees aan den dag te leggen en beschouwden met een levendig oog de

menschen, waarin zij hun meesters nog niet konden herkennen.

"Het zijn onagga's," zeide Harbert.

"Waarom geen ezels?" vroeg Nab.

"Omdat zij geen lange ooren hebben en hun vorm bevalliger is,"

antwoordde Harbert.

"Ezels of paarden," was Pencroffs antwoord, "het zijn goede

trekdieren."

De matroos sloop, zonder deze dieren te verschrikken, naar de hekken

bij de Glycerine-rivier, sloot deze en zij hadden de viervoetige dieren

in hun macht. Zouden zij zich met geweld van deze onagga's meester

maken en hen dwingen zich te onderwerpen? Neen. Zij besloten, dat men

ze gedurende eenige dagen vrij op de bergvlakte zou laten ronddolen,

waar een overvloed van kruiden groeide, en dadelijk liet de ingenieur

bij de volière een stal bouwen, waar deze dieren een goed onderkomen

voor den nacht zouden vinden. Dit prachtige tweetal werd dus geheel

in vrijheid gelaten en de kolonisten onthielden zich zelfs om hen

te naderen, daar zij dan verschrikken zouden. Toch scheen de vlakte

voor deze onagga's te klein te wezen en beproefden zij menigmaal

haar te verlaten, daar zij aan uitgestrekte en dichte bosschen gewend

waren. Zij zagen hen nu eens den oever der rivier volgen, die hun een

onoverkomelijken hinderpaal opleverde, dan weder door het hooge gras

rennen en eindelijk kalm terugkeeren. Dan stonden zij uren lang naar

die bosschen te kijken, die voor altijd voor hen gesloten bleven.

Intusschen was het tuig en alles wat zij tot het aanspannen van den

wagen noodig hadden, gereed; ook was een rechte weg, door het bosch

van het Verre Westen aangelegd, van de bocht der Mercy tot aan de

Ballonhaven. Zij konden den wagen daarheen brengen en het was tegen

het einde van December dat men voor de eerste maal met deze onagga's

de proef nam.

Pencroff had deze dieren al zoo tam gemaakt dat zij uit zijn hand

het voedsel aten, en men kon ze gemakkelijk naderen, maar toen ze

eenmaal aangespannen waren, werden zij wild en had men groote moeite

hen in toom te houden. Toch moesten zij zich in hun nieuwen dienst

schikken want de onagga, minder weerbarstig dan de zebra, wordt in de

bergachtige streken van Afrika zeer veel als trekdier gebruikt en men

heeft ze ook in Europa in een betrekkelijk koud klimaat overgebracht.

Dien dag gingen de kolonisten, uitgezonderd Pencroff, die deze dieren

bij den kop hield, in den wagen naar de Ballonhaven. Dat zij door

elkaar geschud werden, op dien pas aangelegden weg, spreekt van zelf;

maar toch kwam het voertuig zonder ongelukken aan en dienzelfden dag

konden de ballon en de verdere toestellen vervoerd worden. Ten acht ure

's avonds werden de onagga's uitgespannen en in hun stal geplaatst

en, voordat zij sliepen, uitte Pencroff een zucht van voldoening,

die door de wanden van het Rotshuis weerkaatst werd.

Het Geheimzinnige Eiland De Luchtschipbreukelingen · 第 33 / 37 题