Plannen ter uitvoering.--Een brug over de Mercy.--Een eiland
maken van het Verre Uitzicht.--De graanoogst.--De beek.--Het
gevogelte.--De duiventil.--De onagga's.--De kas.--Uitstapje
naar de Ballonhaven.
De kolonisten van het eiland Lincoln waren dus weder in het bezit
van hun woning, zonder dat zij genoodzaakt waren geweest de oude
uitloozingsplaats op te zoeken, zoodat hun veel metselaarswerk gespaard
bleef. Het was inderdaad gelukkig, dat op het oogenblik toen zij op
het punt stonden dit te doen, de bende apen door den schrik bevangen,
hoe plotseling en onverklaarbaar dit ook wezen mocht, het Rotshuis
ontvlucht waren. Deze dieren schenen een voorgevoel gehad te hebben
dat het gevaar hun van een andere zijde bedreigde? Dat was de eenige
reden waaraan hun snel vertrek kon worden toegeschreven.
Gedurende de laatste uren van dien dag werden de lijken van de
apen naar het bosch overgebracht, waar men ze begroef; daarop
herstelden de kolonisten de wanorde, die door de indringers was
aangericht--gelukkig wanorde en geen schade, want zij hadden het
huisraad slechts omgeworpen, maar niets gebroken. Nab legde zijn vuur
weder aan, en met hetgeen zij in hun provisiekast hadden, konden zij
een heerlijk maal bereiden, waaraan zij ook alle eer deden.
Jup werd niet vergeten, en hij at met smaak de appelen der pijnboomen,
waarvan zij hem ruim voorzagen. Pencroff had zijn armen losgemaakt,
maar hij achtte het raadzamer de koorden om zijn pooten te laten tot
op het oogenblik dat zij op zijn onderwerping konden vertrouwen.
Voordat zij naar bed gingen, bespraken Cyrus Smith en zijn makkers
nog onder elkander wat hun het noodigste te doen stond.
Het noodigste en het dringendste was het maken eener brug over de
Mercy, zoodat het zuidelijke gedeelte van het eiland in verbinding
kwam met het Rotshuis; voorts de stichting van een kraal, die dienen
moest tot huisvesting van buffeldieren en andere, waarvan zij het
haar of de wol zouden kunnen gebruiken.
Met ziet dat deze twee plannen betrekking hadden op het punt kleederen,
die toen van het grootste gewicht voor hen waren. Want een brug zou
hun het overbrengen van den ballon gemakkelijker maken, waardoor zij
dan een goeden voorraad linnen zouden bezitten en de kraal was voor
de wol, die hun winterkleederen moest verschaffen.
Het maken der brug over de Mercy duurde drie weken, en nog moesten
zij hard doorwerken. Zij ontbeten altijd op de plaats waar zij werkten
en daar het toen prachtig weer was, keerden zij eerst tegen den avond
naar het Rotshuis terug.
Gedurende dien tijd gewende de aap hoe langer hoe meer en kwam hij
op goeden voet met zijn meesters, die hij altijd met de grootste
nieuwsgierigheid gadesloeg. Toch waagde Pencroff het nog niet hem de
vrijheid van al zijn ledematen te schenken, en hij achtte het raadzaam
hiermede te wachten totdat de grenzen van de bergvlakte onoverkoombaar
waren door de inrichting, welke zij nu tot stand brachten. Top en
Jup waren ook de beste vrienden en speelden graag samen, maar Jup
deed alles zoo ernstig mogelijk.
Den 20sten November was de brug gereed. Nu moesten zij het omkleedsel
van den luchtballon halen, want het was voor hen van het grootste
belang om dat linnen in veiligheid te brengen; maar om het te
vervoeren, moesten zij noodzakelijk een wagen medenemen naar de
Ballonhaven en dientengevolge zagen zij zich verplicht eerst een
weg door het dichte bosch van het Verre Westen te banen. Dat kostte
hun ook nog eenigen tijd. Nab en Pencroff deden dan ook eerst een
verkenningstocht naar de haven, en daar zij bevonden dat het linnen
niets in de grot te lijden had, besloten zij dat het werk, op de
vlakte het Verre Uitzicht, onafgebroken kon vervolgd worden.
"Dus," merkte Pencroff op, "wij kunnen onze volière in den besten
toestand brengen, daar wij nu noch de vossen noch eenigen onverwachten
aanval van andere schadelijke dieren te vreezen hebben."
"Ook kunnen wij nu de bergvlakte ontginnen en de wilde planten hier
overbrengen...."
"En ons tweede korenveld bezaaien!" riep de matroos zegevierend uit.
Hun eerste korenveld dat zij door een enkel graantje verkregen hadden,
was zeer toegenomen, dank zij de zorg van Pencroff. De graankorrel had,
zooals de ingenieur gezegd had, tien aren geschoten, en elke aar droeg
tachtig korrels. De kolonie was dus in het bezit van acht honderd
graankorrels in zes maanden tijd--dus een dubbele oogst mochten zij
elk jaar verwachten.
Deze acht honderd graankorrels, uitgezonderd een vijftigtal, die
zij voorzichtigheidshalve bewaarden, zouden dus op een nieuw veld
gezaaid kunnen worden met evenveel zorg als de eenige korrel, die
zij aanvankelijk bezaten.
Het veld werd in orde gebracht, en daaromheen een omheining
gemaakt van hooge palen, zoodat de viervoetige dieren er niet over
konden. En om de vogels te verwijderen, maakte Pencroff met zijn
sterke verbeeldingskracht verschillende vogelverschrikkers, die
hen dan ook op een eerbiedigen afstand hielden. De zeven honderd
vijftig korrels werden toen weder in regelmatige voren geplaatst,
en het overige werd der natuur toevertrouwd.
Den 21sten November begon de ingenieur de gracht af te bakenen, welke
de bergvlakte in het westen moest scheiden van den zuidelijken uithoek
van het meer Grant tot aan de bocht der Mercy. Zij hadden daar een
twee à drie voet hooge laag vruchtbaren grond op het graniet. Zij
moesten dus weer nitro-glycerine maken, en de nitro-glycerine had
dezelfde uitwerking. In minder dan vijftien dagen hadden zij een
gracht van twaalf voet breed en zes voet diep in den harden grond
van de bergvlakte gegraven. Een nieuwe uitloozingsplaats hadden zij
nu verkregen door hetzelfde middel als bij de rotsachtige kust van
het meer, en het water stroomde in deze nieuwe bedding, aan wier
stroom men den naam van Glycerine-rivier gaf, en die een zijtak
van de Mercy werd. De oppervlakte van het meer daalde weer, zooals
de ingenieur voorspeld had, maar bijna onmerkbaar. Eindelijk, om de
grens te voltooien, verbreedden zij de bedding der beek aanmerkelijk
en het zand werd door een stevigen dijk weerhouden.
In de eerste helft van December was deze arbeid voltooid. Gedurende
die maand was het zeer warm. Toch wilden de kolonisten hun werk niet
staken, en daar zij thans hun volière in orde moesten brengen, gingen
zij hiertoe over.
Het is onnoodig te zeggen, dat, nu de geheele grens gemaakt was,
Jup ook in vrijheid werd gesteld. Hij verliet zijn vrienden niet en
scheen ook niet den minsten lust te hebben om te ontsnappen. Het was
een zachtaardig maar krachtig dier en bijzonder behendig. Als het er op
aan kwam de ladder van het Rotshuis te beklimmen, kon niemand hem in
vlugheid evenaren. Hij was hun zelfs in sommig werk reeds behulpzaam;
hij trok den wagen met hout beladen en bracht de steenen over, die
uit de Glycerine-rivier waren gekomen.
De volière besloeg een ruimte van twee honderd vierkante meters, op
den zuidoostelijken oever van het meer. Zij omringden haar met een
hek en maakten er verschillende hokken in voor de dieren die haar
moesten bevolken.
De eerste bewoners waren de tinamoes, die weldra een aantal kleintjes
hadden; en spoedig hadden zij tot buren de eenden, die aan de oevers
van dat meer veel gevonden werden. Eenige behoorden tot het Chineesche
ras, waarvan de vleugels zich waaiervormig openen en wier schitterende
kleuren met die der goudlakensche faisanten kunnen wedijveren. Eenige
dagen later maakte Harbert zich meester van een koppel hoenders
met ronden staart en lange vleugels. Wat de pelikanen, ijsvogels
en watervogels betrof, deze kwamen uit zichzelf in de volière, en
die geheele kleine wereld geraakte, na eenige twisten en onlusten,
met elkander op den besten voet en groeiden in zulk een mate aan,
dat de kolonisten zich voor hun toekomstige voeding niet ongerust
behoefden te maken.
Cyrus Smith wilde zijn werk thans voleindigen en plaatste daarom in
een hoek van de volière een duiventil. Zij brachten daarin een dozijn
van die vogels, welke veel op de rotsvlakten gevonden worden. Deze
vogels gewenden zich spoedig en vlogen elken avond naar hun nieuwe
woning terug, en schenen beter geschikt om getemd te worden dan de
wilde duiven, die zich niet dan in het wild voortplanten.
Eindelijk was het oogenblik aangebroken om van het omkleedsel van den
luchtballon lijnwaad te maken, want om hem in dien vorm te houden en
in een ballon met warme lucht gevuld het eiland te verlaten, boven
een zee, om zoo te zeggen, zonder grenzen, zou slechts een aannemelijk
plan wezen voor menschen, wien het geheel aan gezond verstand ontbrak
en Cyrus Smith was een practisch man, dus dat kwam in het geheel niet
in hem op.
Nu moesten zij den ballon naar het Rotshuis overbrengen en de
kolonisten trachtten thans hun zwaren wagen lichter en handiger te
maken. Maar al had men het voertuig, een geschikt trekdier hadden
zij nog niet gevonden. Bestond er dan op het geheele eiland geen
herkauwend dier, dat de plaats van het paard, den ezel, den os of de
koe kon vervullen? Daar kwam het nu op aan.
"Waarlijk," zeide Pencroff, "een trekdier zou ons zeer dienstig wezen,
maar intusschen moest mijnheer Cyrus een wagen met stoom maken, of een
locomotief, want zeker zullen wij eenmaal een spoorweg bezitten van het
Rotshuis naar de Ballonhaven met een zijtak naar den berg Franklin!"
De brave matroos meende het oprecht, wanneer hij zoo
sprak! O! verbeelding, hoe hoog kunt gij stijgen wanneer het geloof
er mede gepaard gaat!
Maar al had men geen locomotief, een trekdier zou Pencroff reeds veel
helpen en men zou er ook niet lang op behoeven te wachten.
Eens, het was den 23sten December, hoorde men Nab roepen en Top
uit alle macht blaffen. De kolonisten werkten in de Schoorsteenen;
zij snelden in allerijl naar hen toe, daar zij vreesden dat hun een
ongeluk was overkomen. En wat zagen zij? twee prachtige groote dieren,
die zich onvoorzichtig genoeg op de bergvlakte gewaagd hadden, waarvan
de hekken op dat oogenblik niet gesloten waren. Men zou zeggen, dat het
twee paarden waren, of minstens twee ezels, de een van het mannelijk en
de ander van het vrouwelijk geslacht, schoon gevormd en isabelkleurig,
met witten staart en witte pooten, wit en zwart gestreept op den kop,
den hals en den romp. Zij kwamen langzaam naderbij, zonder eenige
vrees aan den dag te leggen en beschouwden met een levendig oog de
menschen, waarin zij hun meesters nog niet konden herkennen.
"Het zijn onagga's," zeide Harbert.
"Waarom geen ezels?" vroeg Nab.
"Omdat zij geen lange ooren hebben en hun vorm bevalliger is,"
antwoordde Harbert.
"Ezels of paarden," was Pencroffs antwoord, "het zijn goede
trekdieren."
De matroos sloop, zonder deze dieren te verschrikken, naar de hekken
bij de Glycerine-rivier, sloot deze en zij hadden de viervoetige dieren
in hun macht. Zouden zij zich met geweld van deze onagga's meester
maken en hen dwingen zich te onderwerpen? Neen. Zij besloten, dat men
ze gedurende eenige dagen vrij op de bergvlakte zou laten ronddolen,
waar een overvloed van kruiden groeide, en dadelijk liet de ingenieur
bij de volière een stal bouwen, waar deze dieren een goed onderkomen
voor den nacht zouden vinden. Dit prachtige tweetal werd dus geheel
in vrijheid gelaten en de kolonisten onthielden zich zelfs om hen
te naderen, daar zij dan verschrikken zouden. Toch scheen de vlakte
voor deze onagga's te klein te wezen en beproefden zij menigmaal
haar te verlaten, daar zij aan uitgestrekte en dichte bosschen gewend
waren. Zij zagen hen nu eens den oever der rivier volgen, die hun een
onoverkomelijken hinderpaal opleverde, dan weder door het hooge gras
rennen en eindelijk kalm terugkeeren. Dan stonden zij uren lang naar
die bosschen te kijken, die voor altijd voor hen gesloten bleven.
Intusschen was het tuig en alles wat zij tot het aanspannen van den
wagen noodig hadden, gereed; ook was een rechte weg, door het bosch
van het Verre Westen aangelegd, van de bocht der Mercy tot aan de
Ballonhaven. Zij konden den wagen daarheen brengen en het was tegen
het einde van December dat men voor de eerste maal met deze onagga's
de proef nam.
Pencroff had deze dieren al zoo tam gemaakt dat zij uit zijn hand
het voedsel aten, en men kon ze gemakkelijk naderen, maar toen ze
eenmaal aangespannen waren, werden zij wild en had men groote moeite
hen in toom te houden. Toch moesten zij zich in hun nieuwen dienst
schikken want de onagga, minder weerbarstig dan de zebra, wordt in de
bergachtige streken van Afrika zeer veel als trekdier gebruikt en men
heeft ze ook in Europa in een betrekkelijk koud klimaat overgebracht.
Dien dag gingen de kolonisten, uitgezonderd Pencroff, die deze dieren
bij den kop hield, in den wagen naar de Ballonhaven. Dat zij door
elkaar geschud werden, op dien pas aangelegden weg, spreekt van zelf;
maar toch kwam het voertuig zonder ongelukken aan en dienzelfden dag
konden de ballon en de verdere toestellen vervoerd worden. Ten acht ure
's avonds werden de onagga's uitgespannen en in hun stal geplaatst
en, voordat zij sliepen, uitte Pencroff een zucht van voldoening,
die door de wanden van het Rotshuis weerkaatst werd.