I
Inleiding.
De wereldgeschiedenis is een ontzaggelijk drama, waarin de volken
voor en na als spelers optreden, om een rol te vervullen, waarvan de
eigenlijke beteekenis hun zelven meestal verborgen blijft. Hebben zij
aan deze bestemming beantwoord, de hun toebedeelde rol in het drama
afgespeeld, dan treden zij af, en anderen nemen hunne plaats in. En met
hen verzinken de aloude zetels hunner heerlijkheid en macht in puin en
vergetelheid; en met de nieuwe natiën verrijzen nieuwe wereldsteden,
voor wier glans de luister der oude metropolen verbleekt. Ninive en
Babylon, Thebe en Memphis, Carthago en Tyrus: waar zijn zij, en wat
is er overgebleven van al de pracht en heerlijkheid, die eenmaal de
bewondering der gansche beschaafde wereld opwekte, en eeuwen lang
geen mededinger kende? Athene en Rome, tuigen ze mede niet door hare
ruïnen van vervlogen grootheid en macht, al heeft de laatste haar
rang als wereldstad tot heden weten te bewaren, als metropolis van
een rijk, grooter en machtiger en onverwinlijker, dan immer dat der
Caesars was? Jeruzalem zit eenzaam en als eene weduwe in rouwgewaad,
eerwaardig en heilig door de herinneringen, voor immer aan hare muren
verbonden, nog altijd hopende op eene toekomst, die hare verstrooide
kinderen weder tot haar vergaderen zal; maar wat is zij in dezen tijd?
Deze allen zijn voorbijgegaan, deze allen en zoo vele anderen nog. En
in hare plaats zijn andere steden gekomen, wier namen somwijlen nog
voor weinige jaren ternauwernood genoemd werden, en op wie nu toch
de aandacht der gansche wereld gevestigd is. In Amerika verrijzen
telken dage nieuwe steden, en winnen zich door haar handel een alom
bekenden naam: ook in het verre Oosten, in Australië, vormen zich
nieuwe staten en maatschappijen, wier toekomstige rol in de historie
zich nog niet gissen laat.
Doch somwijlen gebeurt het, dat de oude verlaten middelpunten van
leven en verkeer weder uit den doodslaap ontwaken, en dat de stroom der
beschaving zijne oude bedding weder opzoekt. Is dit lot ook weggelegd
voor Egypte en westelijk Azië? Zal de overoude handelsweg tusschen
Europa en Indië, sinds eeuwen verlaten, weder geopend worden? Die
vragen laten zich nog niet met zekerheid beantwoorden: toch is op dit
oogenblik de aandacht der geheele beschaafde wereld gevestigd op die
smalle strook lands, die Azië en Afrika verbindt, en die eerlang een
doorgang zal moeten openen voor het kanaal, dat van de Middellandsche
een weg naar de Roode zee moet openen. [1] Het onberekenbaar groote
belang van dit werk is ongetwijfeld de beste aanbeveling voor hetgeen
wij wenschen mede te deelen aangaande het tot dusver bijna onbekende
stadje Suez, waarvan de naam nu op aller lippen zweeft, en waaraan
zich zulke groote verwachtingen hechten. Naar Suez alzoo willen wij
onze schreden richten.