Palm (kruid), V.
Palmboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Palmen, palmde, heeft gepalmd.
Palmhout, O.
Palmhouten.
Palmiet, O.
Palmolie, V.
Palmpaasch en Palmpaschen, V., palmpaschen; palmpaaschje, O., -jes.
Palmtak, M., -takken.
Palmwijn, M.
Palmzondag, M., -zondagen.
Palster, M., palsters.
Paltrok, M., paltrokken.
Palts, V.
Pamflet, O., pamfletten. Pamfletje, O., -jes.
Pamflettist, M., pamflettisten.
Pampelen, pampelde, heeft gepampeld.
Pampernoelje, V., pampernoeljes.
Pan, V., pannen. Pannetje, O., -jes.
Panacee, V.
Panache, V., panaches.
Pand (onderpand), O., panden. Pandje, O., -jes.
Pand (rokslip), O., panden. Pandje, O., -jes.
Pandbeslag, O.
Pandecten (mv.), V.
Pandeling, M., pandelingen.
Pandelingschap, O.
Panden, pandde, heeft gepand.
Pander, M., panders.
Pandhuis, O., -huizen.
Pandhuishouder, M., -houders.
Pandhuiswet, V.
Panding, V., pandingen.
Pandjeshuis, O., -huizen.
Pandoer, M., pandoeren.
Pandoeren, pandoerde, heeft gepandoerd.
Pandrecht, O.
Pandspel, O., -spellen; -spelletje, O., -jes.
Pandverbeuren, O.
Paneel, O., paneelen. Paneeltje, O., -jes.
Paneelraam, O., -ramen.
Paneelzager, M., -zagers.
Panharing (een visch), M., -haringen. Als stofnaam, V.
Paniek, V.
Panisch.
Panje, V., panjes.
Panklaar, -klare.
Panlikker en Pannelikker, M., -likkers.
Panlikkerij, V., -likkerijen.
Pannedeksel, O., -deksels.
Pannekoek, M., -koeken; -koekje, O., -jes.
Pannenbakker, M., -bakkers.
Pannenbakkerij, V., -bakkerijen.
Pannendak, O., -daken.
Panopticum, O., panopticums.
Panorama, O., panorama's.
Panser, ook Pantser, O., pansers en pantsers.
Panslavisme, O.
Pantalon, V., pantalons.
Panter, M., panters. Pantertje, O., -jes.
Pantheïsme, O.
Pantheïst, M., pantheïsten.
Pantheon, O.
Pantoffel, V., pantoffels. Pantoffeltje, O., -jes.
Pantoffelheld, M., -helden.
Pantoffelparade, V.
Pantograaf, M., pantografen.
Pantomime, V., pantomimen en pantomimes.
Pantomimisch.
Pantomimist, M., pantomimisten.
Pantser. Zie Panser.
Pantserdek, O., -dekken.
Pantservloot, V.
Pantserfort, O., -forten.
Pantserplaat, V., -platen.
Pantserschip, O., -schepen.
Panvisch en Pannevisch, V.
Pap, V., pappen. Papje, O., -jes.
Papa en Pa, M., papa's en pa's. Papaatje en paatje, O., -jes.
Papaver, V., papavers.
Papaverstroop, V.
Papegaai, M., papegaaien. Papegaaitje, O., -jes.
Papegaaiekop, M., -koppen.
Papegaaietong, V., -tongen.
Papegaaisbek, M., -bekken.
Papegaaiskooi, V., -kooien.
Papenaad, M., -naden.
Papenbloem, V., -bloemen.
Papendom, O.
Paperassen (mv.), V.
Paperij, V.
Papeterie, V., papeterieën.
Papier, O., papieren. Papiertje, O., -jes.
Papieren (bnw.).
Papierfabriek, V., -fabrieken.
Papiermagazijn, O., -magazijnen.
Papiermaker, M., -makers.
Papiermand, V., -manden.
Papiermerk, O., -merken.
Papiermolen, M., -molens.
Papillot, V., papillotten.
Papillottenpapier, O.
Papist, M., papisten.
Papje (papegaaitje), O., -jes.
Papkind, O., -kinderen.
Paplepel, M., -lepels.
Pappen, papte, heeft gepapt.
Pappig, pappiger, pappigst.
Pappigheid, V.
Papping, V., pappingen.
Pappot, M., -potten.
Papyrus, M., papyrussen.
Paraaf, V., parafen.
Parabel, V., parabelen en parabels.
Parabolisch.
Paraboloïde, V., paraboloïden.
Parabool, V., parabolen.
Parachute, V., parachutes.
Paracleet, M.
Parade, V., parades.
Paradeeren, paradeerde, heeft geparadeerd.
Parademarsch, M., -marschen.
Paradepaard, O., -paarden.
Paradigma, O., paradigma's en paradigmata.
Paradijs, O., paradijzen. Paradijsje, O., -jes.
Paradijsappel, M., -appelen.
Paradijsgeschiedenis, V.
Paradijskostuum, O.
Paradijsvogel, M., -vogels.
Paradox, V., paradoxen.
Paradox (bnw.).
Parafeeren, parafeerde, heeft geparafeerd.
Paragraaf, V., paragrafen. Paragraafje, O., -jes.
Parallel, V., parallellen.
Parallelklasse, V., -klassen.
Parallelogram, O., parallelogrammen.
Parallelweg, M., -wegen.
Paralyseeren, paralyseerde, heeft geparalyseerd.
Paranimf, M., paranimfen.
Paraphrase, V., paraphrasen.
Parapluie en Paraplu, V., parapluies en paraplu's. Parapluutje,
O., -jes.
Paraplubak, M., -bakken.
Paraplustander, M., -standers.
Parasiet (persoon), M., (plant), V., parasieten.
Parasitisch.
Parasol, V., parasols. Parasolletje, O., -jes.
Pardel, M., pardels.
Pardoen, V., pardoens.
Pardoes (tusschenw.).
Pardon, O.
Pardonneeren, pardonneerde, heeft gepardonneerd.
Pareeren, pareerde, heeft gepareerd.
Parel en Paarl, V., parelen, parels en paarlen. Pareltje en paarltje,
O., -jes.
Parelen, parelde, heeft gepareld.
Parelgerst, V.
Parelgort, V.
Parelgras, O.
Parelgrijs.
Parelhoen, O., -hoenders.
Parelkleurig.
Parelmoer. Zie Paarlemoer.
Parelmoeren. Zie Paarlemoeren.
Parelmossel, V., -mosselen.
Pareloester, V., -oesters.
Parelsnoer, O., -snoeren.
Parelvisscher, M., -visschers.
Paren, paarde, heeft gepaard.
Parentage, V.
Parenthese, V., parenthesen.
Parfum, O., parfums.
Parfumeeren, parfumeerde, heeft geparfumeerd.
Parfumerie, V., parfumerieën.
Pari, O.
Paria, M. en V., paria's.
Parieeren, parieerde, heeft geparieerd.
Parijsch, Parijsche.
Paring, V.
Pariteit, V.
Park, O., parken.
Parket, O., parketten.
Parketvloer, M., -vloeren.
Parkiet, M., parkieten. Parkietje, O., -jes.
Parlement, O., parlementen.
Parlementair (onderhandelaar), M., parlementairs en parlementairen.
Parlementair (bnw.).
Parlementeeren, parlementeerde, heeft geparlementeerd.
Parlementsgebouw, O., -gebouwen.
Parlementslid, O., -leden.
Parlementszitting, V., -zittingen.
Parmantig, parmantiger, parmantigst.
Parmantigheid, V.
Parmezaan (iemand uit Parma), M., Parmezanen.
Parmezaan (kaas), V., parmezanen.
Parnas, M.
Parochiaan, M., parochianen.
Parochie, V., parochiën.
Parochiekerk, V., -kerken.
Parodie, V., parodieën.
Parodieeren, parodieerde, heeft geparodieerd.
Parool, O., parolen.
Part (poets, streek), V., parten. Partje, O., -jes.
Part (deel), O., parten. Partje, O., -jes.
Parterre, O.
Participant, M., participanten.
Particularist, M., particularisten.
Particulariteit, V., particulariteiten.
Particulier, particuliere.
Particulier, M., particulieren.
Particuliere, V., particulieren.
Partieel, partieele.
Partij, V., partijen. Partijtje, O., -jes.
Partijbelang, O., -belangen.
Partijdig, partijdiger, partijdigst.
Partijdigheid, V.
Partijganger, M., -gangers.
Partijgeest, M.
Partijgenoot, M., -genooten.
Partijhoofd, O., -hoofden.
Partijman, M., -mannen.
Partijschap, V., -schappen.
Partijzucht, V.
Partikel, V., partikels.
Partituur, V., partituren.
Partuur, O.
Paruik. Zie Pruik.
Parvenu, M., parvenu's.
Pas (tred, doortocht en vrijbrief), M., passen. Pasje, O., -jes.
Pas (tijdstip), O.
Pas (bijw.).
Pascha, O.
Paschen, V.
Pasganger, M., -gangers.
Pasgeboren.
Pasgeld, O.
Pasja. Zie Pacha.
Pasjes.
Paskaart, V., -kaarten; -kaartje, O., -jes.
Pasklaar.
Paskwil, O., paskwillen. Paskwilletje, O., -jes.
Paslood, O., -looden; -loodje, O., -jes.
Pasmunt, V.
Paspoort, O., paspoorten.
Passaat, M., passaten.
Passaatwind, M., -winden.
Passage, V., passages.
Passagebiljet, O., -biljetten.
Passagebureau, O., -bureau's.
Passagier, M., passagiers.
Passagieren, passagierde, heeft gepassagierd.
Passagiersgoed, O.
Passagierstrein, M., -treinen.
Passant, M., passanten.
Passantenhuis, O., -huizen.
Passeeren, passeerde, heeft en is gepasseerd.
Passelijk, -lijker, -lijkst.
Passement, O., passementen. Passementje, O., -jes.
Passementwinkel, M., -winkels.
Passen, paste, heeft gepast.
Passe-partout, M., passe-partouts.
Passer, M., passers. Passertje, O., -jes.
Passerdoos, V., -doozen.
Passie (het lijden en de lijdensweken), V.
Passie (hartstocht), V., passies en passiën.
Passiebloem, V., -bloemen.
Passief, passiever, passiefst.
Passief, O.
Passiespel, O., -spelen.
Pastei, V., pasteien. Pasteitje, O., -jes.
Pasteibakker, M., -bakkers.
Pasteikorst, V., -korsten.
Pastel (weede), V.
Pastel (kleurstift), O., pastellen.
Pastelteekening, V., -teekeningen.
Pastille, V., pastilles.
Pastinak, V., pastinaken.
Pastinakenzaad, O.
Pastoor, M., pastoors. Pastoortje, O., -jes.
Pastoraal, pastorale.
Pastoraal, V. Ook Pastorale.
Pastorie en Pastorij, V., pastorieën en pastorijen.
Pat (belegsel; klep), V. Patje, O., patjes.
Patas, V., patassen.
Patent, O., patenten. Patentje, O., -jes.
Patent, patenter, patentst.
Patentbelasting, V., -belastingen.
Patenteeren, patenteerde, heeft gepatenteerd.
Patentolie, V.
Patentplichtig.
Patentwet, V., -wetten.
Pater, M., paters. Patertje, O., -jes.
Paternoster, O., paternosters.
Pathetisch.
Pathologie, V.
Pathos, O.
Patiënt, M. en V., patiënten. V. ook patiënte. Patiëntje, O., -jes.
Patiëntie, V.
Patik (kruid), O.
Patriarch, M., patriarchen.
Patriarchaal, patriarchale.
Patriciër, M., patriciërs.
Patricisch.
Patrijs, M., patrijzen. Patrijsje, O., -jes.
Patrijshond, M., -honden.
Patrijspoort, V., -poorten.
Patrijzenei, O., -eieren.
Patrijzennest, O., -nesten.
Patrimonium, O.
Patriot, M., patriotten.
Patriotisme, O.
Patriottisch.
Patronaat, O., patronaten.
Patrones, V., patronessen.
Patroon (beschermer, heer), M., patronen en patroons.
Patroon (lading), V., patronen.
Patroon (model), O., patronen. Patroontje, O., -jes.
Patroontasch, V., -tasschen.
Patrouille, V., patrouilles.
Patrouilleeren, patrouilleerde, heeft gepatrouilleerd.
Pats, V.
Pauk, V., pauken.
Pauken, paukte, heeft gepaukt.
Paukenslager, M., -slagers.
Pauperisme, O.
Paus, M., pausen.
Paus, V. Zie Pauze.
Pausdom, O.
Pauseeren, pauseerde, heeft gepauseerd.
Pauseering, V., pauseeringen.
Pauselijk en Pauslijk.
Pausgezind.
Pausschap, O.
Pauw, M., pauwen. Pauwtje, O., -jes.
Pauwenei, O., -eieren.
Pauwestaart, M., -staarten.
Pauweveer, V., -veeren; -veertje, O., -jes.
Pauwin, V., pauwinnen.
Pauze en Paus, V., pauzen.
Paviljoen, O., paviljoenen. Paviljoentje, O., -jes.
Peauter. Zie Piauter.
Pecco, V.
Pecunieel, pecunieele.
Pedaal, O., pedalen.
Pedaalharp, V., -harpen.
Pedant, M., pedanten. Pedantje, O., -jes.
Pedant, pedanter, pedantst.
Pedanterie, V., pedanterieën.
Pedel, M., pedels en pedellen.
Pedelskamer, V., -kamers.
Pedestal, O., pedestallen. Pedestalletje, O., -jes.
Peel (haarband), V., pelen.
Peel (moerassig land), V., pelen.
Peen, V., penen. Peentje, O., -jes.
Peengras, O.
Peer (vrucht), V., (boom), M., peren. Peertje, O., -jes.
Peervormig.
Pees, V., pezen. Peesje, O., -jes.
Peet, M. en V., peten. Peetje, O., -jes.
Peetoom, M., -ooms.
Peetschap, O.
Peettante, V., -tantes.
Pegel, M., pegels. Pegeltje, O., -jes.
Pegelen, pegelde, heeft gepegeld.
Peil, O., peilen. Peiltje, O., -jes.
Peilen, peilde, heeft gepeild.
Peiler, M., peilers.
Peilglas, O., -glazen.
Peiling, V., peilingen.
Peilketting, M., -kettingen.
Peillood, O., -looden.
Peilmaling, V., -malingen.
Peilschaal, V., -schalen.
Peilstok, M., -stokken.
Peinzen, peinsde, heeft gepeinsd.
Peis, V.
Pek en Pik, O.
Pekel (zilt vocht), V.,; (zeewater), O.
Pekelen, pekelde, heeft gepekeld.
Pekelharing (een visch), M., -haringen. Als stofnaam, V.
Pekelwagen, M., -wagens.
Pekelzonde, V., -zonden.
Pekken (ook Pikken), pekte, heeft gepekt.
Pekkrans, M., -kransen.
Pekton, V., -tonnen.
Pel, V., pellen.
Pelen, peelde, heeft gepeeld.
Pelerine, V., pelerines.
Pelerwt, V., -erwten.
Pelgrim, M., pelgrims.
Pelgrimage, V., pelgrimages.
Pelgrimsgewaad, O., -gewaden.
Pelgrimshoed, M., -hoeden.
Pelgrimskleed, O., -kleederen.
Pelgrimsmantel, M., -mantels.
Pelgrimsreis, V., -reizen.
Pelgrimsstaf, M., -staven.
Pelgrimstasch, V., -tasschen.
Pelgrimstocht, M., -tochten.
Pelikaan, M., pelikanen. Pelikaantje, O., -jes.
Pelikaanskrop, M., -kroppen.
Pellen, pelde, heeft gepeld.
Pellen, O., pellens.
Pellengoed, O.
Pelmolen, M., -molens.
Peloton, O., pelotons.
Pelotonsvuur, O.
Pels, M., pelzen. Pelsje, O., -jes.
Pelsjas, V., -jassen.
Pelsmuts, V., -mutsen.
Pelswerk, O.
Pelterij, V., pelterijen.
Peluche, O. Zie Pluche.
Peluw. Zie Peuluw.
Pen (schrijfpen), V., pennen. Pennetje, O., -jes.
Pen (houten nagel), V., pennen. Pennetje, O., -jes.
Penant, O., penanten.
Penantkast, V., -kasten.
Penantspiegel, M., -spiegels.
Pendant, O., pendanten. Pendantje, O., -jes.
Pendule, V., pendules.
Penibel, penibeler, penibelst.
Pennekunst, V., -kunsten.
Pennelikker, M., -likkers.
Pennemes, O., -messen; -mesje, O., -jes.
Pennen, pende, heeft gepend.
Pennenbak, M., -bakken.
Pennenhouder en Pennehouder, M., -houders.
Pennenkoker, M., -kokers.
Penner, M., penners.
Penneschacht, V., -schachten.
Pennestreek, V., -streken.
Pennestrijd, M.
Pennevrucht, V., -vruchten.
Penning, M., penningen. Penninkje, penningsken, penningske, penninksken
en penninkske, O., -jes, -kens en -kes.
Penningkabinet, O., -kabinetten.
Penningkruid, O.
Penningkunde, V.
Penningmeester, M., -meesters.
Pens, V., pensen. Pensje, O., -jes.
Penseel, O., penseelen. Penseeltje, O., -jes.
Penseelen, penseelde, heeft gepenseeld.
Penseeltrek, M., -trekken.
Pensioen, O., pensioenen. Pensioentje, O., -jes.
Pensioenfonds, O., -fondsen.
Pensioenkas, V., -kassen.
Pensioenverzekering, V.
Pensioenwet, V., -wetten.
Pensionaat, O., pensionaten.
Pensionaris, M., pensionarissen.
Pensionnaire, M. en V., pensionnaires.
Pensionneeren, pensionneerde, heeft gepensionneerd.
Pentameter, M., pentameters.
Pentateuch, M.
Penteekening, V., -teekeningen.
Penterhaak, M., -haken.
Pentertalie, V., -talies.
Peper, V.
Peperbus, V., -bussen.
Peperduur.
Peperen, peperde, heeft gepeperd.
Peperhuisje, O., -huisjes.
Peperkoek, M., -koeken. Als stofnaam, V.
Pepermunt en Peperment, V. Pepermuntje en pepermentje, O., -jes.
Pepermuntdoosje, O., -doosjes.
Pepermuntolie, V.
Pepermuntwater, O.
Pepernoot en Peperneut, V., -noten en -neuten; -nootje en -neutje,
O., -jes.
Pepertuin, M., -tuinen.
Pepsine, V.
Pepton, O.
Perceel, O., perceelen. Perceeltje, O., -jes.
Perceelsgewijze en perceelsgewijs.
Percent, O., percenten. Percentje, O., -jes. Verg. Procent.
Percentsgewijze.
Porcussiegeweer, O., -geweren.
Percussieslot, O., -sloten.
Pereboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Perenmoes, O.
Pereschil, V., -schillen.
Perfect, perfecter, perfectst.
Perfectie, V.
Perforeeren, perforeerde, heeft geperforeerd.
Periculeus, -euze.
Perikel, O., perikels en perikelen.
Periode, V., perioden.
Periodenbouw, M.
Periodiciteit, V.
Periodiek, periodieke.
Peripatetisch.
Periphrase, V., periphrasen.
Perk, O., perken. Perkje, O., -jes.
Perkament, O., perkamenten.
Perkamenten en Perkementen (bnw.).
Perkamentpapier, O.
Perkenier, M., perkeniers.
Permanent.
Permissie, V.
Permitteeren, permitteerde, heeft gepermitteerd.
Permutatie, V., permutaties en permutatiën.
Perpetueel, -eele.
Perron, O., perrons.
Perronkaart, V., -kaarten; -kaartje, O., -jes.
Pers, V., persen. Persje, O., -jes.
Persbureau, O., -bureau's.
Perscongres, O., -congressen.
Persdelict, O., -delicten.
Persen, perste, heeft geperst.
Perser, M., persers.
Persico, V.
Persiflage, V., persiflages.
Persifleeren, persifleerde, heeft gepersifleerd.
Persijzer, O., -ijzers.
Persing, V., persingen.
Persisteeren, persisteerde, heeft gepersisteerd.
Persklaar, -klare.
Persloon, O., -loonen.
Personage, V. en O., personages.
Personaliteit, V., personaliteiten.
Personeel, personeele.
Personeel, O.
Personentrein, M., -treinen.
Personenverkeer, O.
Personificatie, V., personificatiën en personificaties.
Persoon, M. en V., personen. Persoontje, O., -jes.
Persoonlijk.
Persoonlijkheid, V., -heden.
Persoonsverbeelding, V., -verbeeldingen.
Persoonsverwisseling, V., -verwisselingen.
Persoverzicht, O., -overzichten.
Perspectief (doorzichtkunde), V.
Perspectief (vergezicht, vooruitzicht), O., perspectieven.
Perspomp, V., -pompen.
Persrevisie, V., -revisies.
Pertinent.
Perversiteit, V.
Perzik (vrucht), V., (boom); M., perziken. Perzikje, O., -jes.
Perzikeboom en Perzikboom, M., -boomen. Perzikboompje, O.,
-jes.
Perzikepit, V., -pitten.
Pessimisme, O.
Pessimist, M., pessimisten.
Pest, V., pesten.
Pestbuil, V., -builen.
Pesthol, O., -holen.
Pesthuis, O., -huizen.
Pestilentie, V., pestilentiën.
Pestkoorts, V., -koortsen.
Pestlijder, M., -lijders.
Pestlucht, V.
Pestziekte, V., -ziekten.
Pet, V., petten. Petje, O., -jes.
Petegift, V., -giften.
Petekind, O., -kinderen; -kindje, O., -jes.
Petemoei, V., -moeien.
Peter, M., peters.
Peterschap, O.
Peterselie en Pieterselie, V.
Peterseliesaus, V.
Petitie, V., petitiën en petities.
Petitionneeren, petitionneerde, heeft gepetitionneerd.
Petitionnement, O., petitionnementen.
Petroleum, V.
Petroleumbron, V., -bronnen.
Petroleumkachel, V., -kachels; -kacheltje, O., -jes.
Petroleumlamp, V., -lampen.
Petroleummotor, M., -motoren en -motors.
Petroleumtoestel, O., -toestellen.
Petroleumvat, O., -vaten.
Pettengoed, O.
Pettenmaker, M., -makers.
Pettenwinkel, M., -winkels.
Peueraar, M., peueraars.
Peueren, peuerde, heeft gepeuerd.
Peukel. Zie Pukkel.
Peul (vrucht), V., peulen. Peultje, O., -jes.
Peul (peuluw), V., peulen.
Peuluw, ook Peluw, V., peuluwen.
Peuren, peurde, heeft gepeurd.
Peuter (gereedschap), M., peuters.
Peuter (persoon), M., peuters.
Peuteraar, M., peuteraars.
Peuteren, peuterde, heeft gepeuterd.
Peuterig.
Peuterwerk, O.; -werkje, O., -jes.
Peuzel, V., peuzels. Peuzeltje; O., -jes.
Peuzelen, peuzelde, heeft gepeuzeld.
Peuzelwerk, O.; -werkje, O., -jes.
Pezerik, M., pezeriken.
Phaenomenaal.
Phaëton, M., phaëtons.
Phalanx, V., phalanxen.
Phantaseeren, phantaseerde, heeft gephantaseerd.
Phantasie, V., phantasieën.
Phantasiehoed, M., -hoeden. Zie ook Fantasiehoed.
Phantasmagorie, V., phantasmagorieën.
Phantast, M., phantasten.
Phantastisch.
Pharmacopoea, V.
Phase, V., phasen en phases.
Philanthroop, M., philanthropen.
Philanthropie, V.
Philanthropisch.
Philologencongres, O., -congressen.
Philologie, V.
Philoloog, M., philologen.
Philosoof, M., philosofen.
Philosopheeren, philosopheerde, heeft gephilosopheerd.
Philosophie, V.
Philosophisch.
Phoenix. Zie Fenix.
Phonetiek, V.
Phonograaf, M., phonografen.
Phosphorus, M.
Photograaf, M., photografen.
Photogram, O., photogrammen.
Photographeeren, photographeerde, heeft gephotographeerd.
Photographie, V., photographieën. Photographietje, O., -jes.
Photographie-artikelen (mv.), O.
Photographiestander, M., -standers; -standertje, O., -jes.
Photographietoestel, O., -toestellen.
Photographisch.
Photogravure, V., -gravures.
Phrase, V., phrasen en phrases.
Phraseologie, V.
Physica, V.
Physiek, physieke.
Physiek, O.
Physiologie, V.
Physioloog, M., physiologen.
Physionomie, V., physionomieën.
Physisch.
Pianino, V., pianino's.
Pianist, M., pianisten.
Piano, V., piano's.
Piano, bijw. (- aan).
Pianoconcert, O., -concerten.
Piano-forte, V., piano-fortes.
Pianoklasse, V., -klassen.
Pianoles, V., -lessen.
Pianomeester, M., -meesters.
Pianomuziek, V.
Piano-orgel, O., -orgels.
Pias, M., piassen. Piasje, O., -jes.
Piasserig, piasseriger, piasserigst.
Piaster, M., piasters.
Piauter, ook Peauter, O.
Piefpafpoef (tusschenw.).
Piek, V., pieken. Piekje, O., -jes.
Piekeren. Zie Pikeren.
Piekeval, O., piekevallen.
Pienter. Zie Pinter.
Piepen, piepte, heeft gepiept.
Pieperig, pieperiger, pieperigst.
Piepjong.
Piepkuiken, O., -kuikens.
Pier, V., pieren. Piertje, O., -jes.
Pieren, pierde, heeft gepierd.
Pierenverschrikkertje, O., -jes.
Pierewaaien, pierewaaide, heeft gepierewaaid.
Pierewaaier, M., pierewaaiers.
Piesen. Zie Pissen.
Piet, M., pieten.
Piëteit, V.
Pieterig, pieteriger, pieterigst.
Pieterman (visch). Als voorwerpsnaam, M., pietermans. Als stofnaam,
V. Pietermannetje, O., -jes.
Pieterselie. Zie Peterselie.
Pieterspenning, M.
Piëtisme, O.
Piëtist, M., piëtisten.
Piëtisterij, V.
Pietje (munt), O., -jes.
Pietlut, M. en V., pietlutten.
Pietluttig, pietluttiger, pietluttigst.
Pieus, pieuzer, pieust.
Pigment, O.
Pij, V., pijen. Pijtje, O., -jes.
Pijjekker, M. pijjekkers. Pijjekkertje, O., -jes.
Pijl, M., pijlen. Pijltje, O., -jes.
Pijler, M., pijlers.
Pijlkruid, O.
Pijlsnel, -snelle.
Pijlstaart, M., -staarten.
Pijn (pijnboom), M., pijnen.
Pijn (smart), V., pijnen.
Pijnappel, M., -appels.
Pijnbank, V., -banken.
Pijnboom, M., -boomen.
Pijne, V. (de - waard).
Pijnen, pijnde, heeft gepijnd.
Pijnigen, pijnigde, heeft gepijnigd.
Pijniging, V., pijnigingen.
Pijnlijk, -lijker, -lijkst.
Pijnlijkheid, V., -heden.
Pijnstillend.
Pijp V., pijpen. Pijpje, O., -jes.
Pijpaarde, V.
Pijpedop, M., -doppen; -dopje, O., -jes.
Pijpekop, M., -koppen.
Pijpen (op eene fluit spelen), peep, pepen, heeft gepepen.
Pijpen (eene pijp rooken), pijpte, heeft gepijpt.
Pijpenbakker, M., -bakkers.
Pijpenboor, V., -boren.
Pijpenfabriek, V., -fabrieken.
Pijpenlade, V., -laden.
Pijpenmand, V., -manden; -mandje, O., -jes.
Pijpenrek, O., -rekken; -rekje, O., -jes.
Pijpepeuter, M., -peuters.
Pijper, M., pijpers.
Pijperoer, O., -roeren.
Pijpesteel, M., -stelen.
Pijphout, O.
Pijpkaneel, V.
Pijpleider, M., -leiders.
Pijpwerk, O., -werken.
Pijpzwavel, V.
Pik (haat, wrok), M.
Pik, O. Zie Pek.
Pikant, pikanter, pikantst.
Pikanterie, V., pikanterieën.
Pikbroek, M., -broeken.
Pikdonker.
Pikdraad (voorwerp), M., -draden; (stof), O.
Pikeeren, pikeerde, heeft gepikeerd.
Pikeren en Piekeren, pikerde (piekerde), heeft gepikerd (gepiekerd).
Piket, O., piketten.
Piketpaal, M., -palen.
Piketspel, O.
Piketten, pikette, heeft gepiket.
Pikeur, M., pikeurs.
Pikhaak, M., -haken.
Pikken (bijten), pikte, heeft gepikt.
Pikken (pekken), pikte, heeft gepikt.
Piklat, V., -latten.
Pikol, O., pikols.
Pikzwart.
Pil, V., pillen. Pilletje, O., -jes.
Pilaar, M., pilaren. Pilaartje, O., -jes.
Pilaarbijter, M., -bijters.
Pilaster, M., pilasters.
Pillegift, V., -giften.
Pillendoos, V., -doozen; -doosje, O., -jes.
Pillendraaier, M., -draaiers.
Piloot, M., piloten.
Piment, O.
Pimpel, M., pimpels. Pimpeltje, O., -jes.
Pimpelaar, M., pimpelaars.
Pimpelen, pimpelde, heeft gepimpeld.
Pimpelmees, V., -meezen; -meesje, O., -jes.
Pimpelpaars, -paarse.
Pimpernel, V., pimpernellen.
Pimpernoot, V., pimpernoten. Pimpernootje, O., -jes.
Pin (ijzeren nagel), V., pinnen. Pinnetje, O., -jes.
Pinacotheek, V., pinacotheken.
Pinas, V., pinassen.
Pince-nez, M., pince-nez's.
Pincet, O., pincetten. Pincetje, O., -jes.
Pingel, V., pingelen.
Pingelaar, M., pingelaars.
Pingelen, pingelde, heeft gepingeld.
Pink (vinger), M., pinken. Pinkje, O., -jes.
Pink (jong rund), M. en V., pinken. Pinkje, O., -jes.
Pink (vaartuig), V., pinken. Pinkje, O., -jes.
Pinken, pinkte, heeft gepinkt.
Pinker, M., pinkers.
Pinkoogen, pinkoogde, heeft gepinkoogd.
Pinkster en Pinksteren, V.
Pinksterbloem, V., -bloemen.
Pinksterdag, M., -dagen.
Pinksterfeest, O.
Pinksternakel, V., pinksternakels.
Pinkstervuur, O.
Pinksterweek, V.
Pinkstier, M., -stieren.
Pinsbek, ook Spinsbek, O.
Pinsbekken en Spinsbekken (bnw.).
Pint, V., pinten. Pintje, O., -jes.
Pinter, V., pinters.
Pinter en Pienter, pinterder (pienterder), pinterst (pienterst).
Pioen (roos), V., pioenen.
Pioenroos, V., -rozen.
Pion (in 't schaakspel), M., pions.
Pionier, M., pioniers.
Piot, M., piotten.
Pip, V.
Pipet, V., pipetten. Pipetje, O., -jes.
Pippeling, M., pippelingen. Pippelinkje, O., -jes.
Pipsch, pipscher, meest pipsch.
Piramidaal en Pyramidaal, piramidale en pyramidale.
Piramide en Pyramide, V., piramiden en pyramiden.
Pis, V.
Pisang, V., pisangs.
Pisbak, M., -bakken.
Pisblaas, V., -blazen.
Pisbroek, M., -broeken.
Pispot, M., -potten.
Pissebed (insect), V., pissebedden. Pissebedje, O., -jes.
Pissebed (van een klein kind), M. en V., pissebedden.
Pissen, ook Piesen, piste, heeft gepist.
Pistache, V., pistaches.
Piston, M., pistons.
Pistool (munt), V., pistolen.
Pistool (schietgeweer), V. en O., pistolen. Pistooltje, O., -jes.
Pistoolschot, O., -schoten.
Pit (van eene lamp), V., pitten. Pitje, O. -jes.
Pit (kern), V., pitten. Pitje, O., -jes.
Pit (merg), O.
Pitoor, ook Putoor, M., pitoren en putoren.
Pitsjaar, M., pitsjaren.
Pitsjaarsvlag, V., -vlaggen.
Pitsjaren, pitsjaarde, heeft gepitsjaard.
Pittig, pittiger, pittigst.
Pittigheid, V.
Pittoresk.
Plaag, V., plagen. Plaagje, O., -jes.
Plaaggeest, M. en V., -geesten.
Plaagster, V., plaagsters.
Plaagziek, -zieker, -ziekst.
Plaagzucht, V.
Plaat, V., platen. Plaatje, O., -jes.
Plaatdruk, M.
Plaatdrukken, O.
Plaatdrukker, M., -drukkers.
Plaathandel, M.
Plaatijzer, O.
Plaatkoek, M., -koeken.
Plaats, V., plaatsen. Plaatsje, O., -jes.
Plaatsbeschrijving, V., -beschrijvingen.
Plaatsbespreking, V.
Plaatsbewaarder, M., -bewaarders.
Plaatsbriefje, O., -briefjes.
Plaatsbureau, O., -bureau's.
Plaatscommandant, M., -commandanten.
Plaatselijk.
Plaatsen, plaatste, heeft geplaatst.
Plaatsgebrek, O.
Plaatsing, V., plaatsingen.
Plaatskaart, V., -kaarten; -kaartje, O., -jes.
Plaatsnijden, O.
Plaatsnijder, M., -snijders.
Plaatsopneming, V., -opnemingen.
Plaatsruimte, V.
Plaatsvervangend.
Plaatsvervanger, M., -vervangers.
Plaatsvervanging, V.
Plaatwerk, O., -werken.
Placet, O.
Pladijs en Pladdijs, V., pladijzen en pladdijzen. Pladijsje en
pladdijsje, O., -jes.
Plafond, O., plafonds. Plafonnetje, O., -jes.
Plafond-rozet, V., -rozetten.
Plafonneeren, plafonneerde, heeft geplafonneerd.
Plag en Plagge, V., plaggen.
Plagen, plaagde, heeft geplaagd.
Plager, M., plagers.
Plagerij, V., plagerijen. Plagerijtje, O., -jes.
Plaggensteker, M., -stekers.
Plagiaat, O., plagiaten.
Plagiaris, M., plagiarissen.
Plaid, V., plaids.
Plak, V., plakken. Plakje, O., -jes.
Plakboek, O., -boeken.
Plakbord, O., -borden.
Plakbriefje, O., -jes.
Plakkaat, O., plakkaten.
Plakkaatboek, O., -boeken.
Plakken, plakte, heeft geplakt.
Plakker, M., plakkers.
Plakkerig, plakkeriger, plakkerigst.
Plakplaat, V., -platen; -plaatje, O., -jes.
Plaktafel, V., -tafels.
Plakwerk, O.
Plakzegel, O., -zegels.
Plammoten, plammootte, heeft geplammoot.
Plamuren, plamuurde, heeft geplamuurd.
Plamuur, O.
Plamuursel, O.
Plan, O., plannen en plans. Plannetje, O., -jes.
Planeeren, planeerde, heeft geplaneerd.
Planeerhamer, M., -hamers.
Planeet, V., planeten.
Planetenstelsel, O.
Planimetrie, V.
Plank, V., planken. Plankje, O., -jes.
Plankenloods, V., -loodsen.
Plankenschuur, V., -schuren.
Plankenvloer, M., -vloeren.
Planket, O., planketten.
Planketsel, O., planketsels.
Plankier, O., plankieren. Plankiertje, O., -jes.
Plannenmaker, M., -makers.
Plant, V., planten. Plantje, O., -jes.
Plantaardig.
Plantage, V., plantages.
Planten, plantte, heeft geplant.
Plantenbeschrijving, V., -beschrijvingen.
Plantenboek, O., -boeken.
Plantenboter, V.
Plantenbus, V., -bussen; -busje, O., -jes.
Plantengif, O.
Plantengroei, M.
Plantenkenner, M., -kenners.
Plantenkennis, V.
Plantenkunde en Plantkunde, V.
Plantenleer, V.
Plantenleven, O.
Plantenrijk, O.
Plantentuin, M., -tuinen.
Plantenzuur, O., -zuren.
Planter, M., planters.
Planterij, V., planterijen.
Planting, V., plantingen.
Plantsoen, O., plantsoenen. Plantsoentje, O., -jes.
Plapperen, plapperde, heeft geplapperd.
Plas, M., plassen. Plasje, O., -jes.
Plasdankje, O., -jes.
Plasregen, M., -regens.
Plasregenen, plasregende, heeft geplasregend.
Plassen, plaste, heeft geplast.
Plastiek, V.
Plastisch.
Plastron, O., plastrons.
Plat, O., platten. Platje, O., -jes.
Plat, platter, platst.
Plataan, M., platanen.
Platbek, M., -bekken.
Platboomde.
Plateau, O., plateau's.
Plateel, O., plateelen.
Plateelbakker, M., -bakkers.
Platheid, V., -heden.
Platina, O.
Platinadraad (voorwerp), M., -draden; (stof), O.
Platinaspons. V., -sponsen.
Plating, V., platingen.
Platje, O., -jes.
Platlood, O.
Platluis, V., -luizen.
Platneus, M. en V., -neuzen.
Platonisch.
Platschieten, schoot plat, schoten plat, heeft platgeschoten.
Platslaan, slaat plat, sloeg plat, heeft platgeslagen.
Platte-driehoeksmeting, V.
Plattegrond, M., -gronden.
Platteland, O.
Plattelandicus, M., plattelandici. Ook Platlandicus.
Plattelandsheelmeester, M., -heelmeesters.
Platten, platte, heeft geplat.
Platting (scheepsw.), V., plattings.
Plattrappen, trapte plat, heeft platgetrapt.
Platvoet, M. en V., -voeten.
Platvoet (scheepsw.), M.
Platvoeten, platvoette, heeft geplatvoet.
Platvoetwacht, V.
Platzak.
Platzetten, zette plat, heeft platgezet.
Plausibel, plausibeler, plausibelst.
Plavei, V., plaveien. Plaveitje, O., -jes.
Plaveien, plaveide, heeft geplaveid.
Plaveiing, V., plaveiingen.
Plaveisel, O., plaveisels.
Plavuis, V., plavuizen.
Plebejer, M., plebejers.
Plebejisch.
Plebs, O.
Plecht, V., plechten.
Plechtanker, O., -ankers.
Plechtgewaad, O., -gewaden.
Plechtig, plechtiger, plechtigst.
Plechtigheid, V., -heden.
Plechtstatig, -statiger, -statigst.
Plechtstatigheid, V.
Plee. Zie Pleti.
Pleebril, M., -brillen.
Pleegbroeder, M., -broeders.
Pleegdochter, V., -dochters.
Pleegkind, O., -kinderen.
Pleegmoeder, V., -moeders.
Pleegouders (mv.), M.
Pleegvader, M., -vaders.
Pleegzoon, M., -zoons en -zonen.
Pleegzuster, V., -zusters.
Pleepapier, O.
Pleeraampje, O., -raampjes.
Pleet, O.
Plegen (gewoon zijn), placht, plachten.
Plegen (bedrijven), pleegde, heeft gepleegd.
Plei, V., pleien.
Pleidooi, O., pleidooien.
Plein, O., pleinen. Pleintje, O., -jes.
Pleinvrees, V.
Pleister (heelmiddel), V., pleisters. Pleistertje, O., -jes.
Pleister (gips), O.
Pleisteraar, M., pleisteraars.
Pleisterafgietsel, O., -afgietsels.
Pleisterbeeld, O., -beelden.
Pleisteren (gipsen), pleisterde, heeft gepleisterd.
Pleisteren (vertoeven), pleisterde, heeft gepleisterd.
Pleistering, V., pleisteringen.
Pleisterkalk, V.
Pleisterornament, O., -ornamenten.
Pleisterplaats, V., -plaatsen.
Pleisterwerk, O.
Pleit (vaartuig), V., pleiten.
Pleit (rechtsgeding), O.
Pleitbezorger, M., -bezorgers.
Pleiten, pleitte, heeft gepleit.
Pleiter, M., pleiters.
Pleitkunst, V.
Pleitrede, V., -redenen.
Pleitzaal, V., -zalen.
Pleizier en Plezier, O., pleizieren. Pleiziertje, O., -jes.
Pleizierboot, V., -booten.
Pleizieren, pleizierde, heeft gepleizierd.
Pleizierig, pleizieriger, pleizierigst.
Pleiziermaker, M., -makers.
Pleizierreis, V., -reizen.
Pleiziertochtje, O., -jes.
Pleiziertrein, M., -treinen.
Pleiziervaartuig, O., -vaartuigen.
Plek, V., plekken. Plekje, O., -jes.
Plemp, V., plempen. Plempje, O., -jes.
Plempen, plempte, heeft geplempt.
Plengen, plengde, heeft geplengd.
Plenging, V., plengingen.
Plengoffer, O., -offers.
Plenipotentiaris, M., -arissen.
Pleonasme, O., pleonasmen.
Pleonastisch.
Pletbord, O., -borden.
Pleten (bnw.).
Plethamer, M., -hamers.
Pleti, V., pleti's. Ook Plee, V., plee's.
Pletipapier en Pleepapier, O.
Pletiruimer, M., -ruimers.
Pletmolen, M., -molens.
Pletpers, V., -persen.
Pletrol, V., -rollen.
Pletten, plette, heeft geplet.
Pletter, M., pletters.
Pletter, M. (Te -).
Pletteren, pletterde, heeft gepletterd.
Pletterij, V., pletterijen.
Pletwerk, O.
Pleuris, V., pleurissen.
Plicht, M., plichten.
Plichtbesef en Plichtsbesef, O.
Plichtmatig, -matiger, -matigst.
Plichtpleging, V., -plegingen.
Plichtsbetrachting, V.
Plichtshalve.
Plichtvergeten.
Plichtverzuim, O.
Plint, V., plinten. Plintje, O., -jes.
Ploeg (landbouwwerktuig), M., ploegen. Ploegje, O., -jes.
Ploeg (ploegschaaf), V., ploegen.
Ploeg (aantal werklieden), V., ploegen.
Ploegbaas, M., -bazen.
Ploegboom, M., -boomen.
Ploegen, ploegde, heeft geploegd.
Ploegenstelsel, O.
Ploeger, M., ploegers.
Ploeghout, O., -houten.
Ploegijzer, O., -ijzers.
Ploeging, V., ploegingen.
Ploegos, M., -ossen.
Ploegschaar, V., -scharen.
Ploegstaart, M., -staarten.
Ploert, M., ploerten. Ploertje, O., -jes.
Ploertendom, O.
Ploertendooder, M., -dooders.
Ploertenstreek, M., -streken.
Ploerterij, V., ploerterijen.
Ploertig, ploertiger, ploertigst.
Ploertigheid, V., -heden.
Ploeteraar, M., ploeteraars.
Ploeteraarster, V., ploeteraarsters.
Ploeteren, ploeterde, heeft geploeterd.
Plof, M., ploffen.
Plof (tusschenw.).
Ploffen, plofte, heeft en is geploft.
Plok, M., plokken. Plokje, O., -jes.
Plokgeld, O.
Plokpenning, M., -penningen.
Plombeeren, plombeerde, heeft geplombeerd.
Plombeersel, O., plombeersels.
Plombière, V., plombières.
Plomp, M., plompen. Plompje, O., -jes.
Plomp, plomper, plompst.
Plomp (tusschenw.).
Plompaard, M., plompaards.
Plompeblad, O., -bladen, -bladeren en -blaren.
Plompen, plompte, heeft en is geplompt.
Plomperd, M., plomperds.
Plompheid, V., -heden.
Plompverloren.
Plonderen. Zie Plunderen.
Plonzen, plonsde, heeft en is geplonsd.
Plooi, V., plooien. Plooitje, O., -jes.
Plooibaar, -baarder, -baarst.
Plooibaarheid, V.
Plooibout, M., -bouten.
Plooien, plooide, heeft geplooid.
Plooier, M., plooiers.
Plooierij, V., plooierijen.
Plooiing, V., plooiingen.
Plooischaar, V., -scharen.
Plooisel, O., plooisels.
Ploten, plootte, heeft geploot.
Ploter, M., ploters.
Ploterij, V., ploterijen.
Plots (tusschenw. en bijw.).
Plotseling.
Plotsen, plotste, heeft en is geplotst.
Pluche, O. Zie ook Peluche.
Plug (ploert), M., pluggen.
Plug (stop), V., pluggen. Plugje, O., -jes.
Pluim, V., pluimen. Pluimpje, O., -jes.
Pluimachtig.
Pluimage, V., pluimages.
Pluimen, pluimde, heeft gepluimd.
Pluimgedierte, O.
Pluimgraaf, M., -graven.
Pluimstaart, M., -staarten.
Pluimstrijken, pluimstrijkte, heeft gepluimstrijkt.
Pluimstrijker, M., -strijkers.
Pluimstrijkerij, V., -strijkerijen.
Pluis, V., pluizen. Pluisje, O., -jes.
Pluis (werk), O.
Pluis (bnw.).
Pluistouw, O., -touwen.
Pluiswerk, O.
Pluizen (rafelen, plukken), ploos, plozen, heeft geplozen.
Pluizen (pluizen afgeven), pluisde, heeft gepluisd.
Pluizer, M., pluizers.
Pluizerig, pluizeriger, pluizerigst.
Pluizerij, V.
Pluizig, pluiziger, pluizigst.
Pluk, M.
Plukhaak, M., -haken.
Plukharen, plukhaarde, heeft geplukhaard.
Plukken, plukte, heeft geplukt.
Plukker, M., plukkers.
Plukmand, V., -manden.
Pluksel, O., pluksels.
Plukselmaken, O.
Pluktijd, M.
Plumpudding, M., -puddings.
Plunderaar, M., plunderaars.
Plunderen en Plonderen, plunderde (plonderde), heeft geplunderd
(geplunderd).
Plundering, V., plunderingen.
Plunderziek, -zieker, -ziekst.
Plunje, V.
Pluralis, M.
Plus.
Plusminus.
Plutocratie, V.
Pluvier, V., pluvieren. Pluviertje. O., -jes.
Pneumatisch.
Pneumonie, V.
Pochel, M., pochels. Pocheltje, O., -jes.
Pochen, pochte, heeft gepocht.
Pocher, M., pochers.
Pocherij, V., pocherijen.
Pochhans, M., -hanzen; -hansje, O., -jes.
Pochhanzerij, V., -hanzerijen.
Podagra, O.
Podagreus, podagreuzer.
Podagrist, M., podagristen.
Podding en Pudding, M., poddingen. Poddinkje, O., -jes.
Poddingtrommel, V., -trommels.
Poddingvorm, M., -vormen; -vormpje, O., -jes.
Poddingzak, M., -zakken.
Poedel, M., poedels. Poedeltje, O., -jes.
Poeder en Poeier (stof), O.; (fijngestampt geneesmiddel), V., poeders
en poeiers. Poedertje en poeiertje, O., -jes.
Poederchocolade, V.
Poederen en Poeieren, poederde, heeft gepoederd.
Poedermantel, M., -mantels.
Poëet, M., poëten. Poëetje, O., -jes.
Poef (tusschenw.).
Poeha. Ook Poehaai.
Poehaan, M., -hanen.
Poeierdoos, V., -doozen; -doosje, O., -jes.
Poeierig, poeieriger, poeierigst.
Poel, M., poelen. Poeltje, O., -jes.
Poelepetaat, M., poelepetaten.
Poelet, O.
Poelier, M., poeliers.
Poelje, V., poeljes en poeljen.
Poelsnip, V., -snippen.
Poen, M., poenen.
Poenig, poeniger, poenigst.
Poenitent, M., poenitenten.
Poep, M., poepen. Poepje, O., -jes.
Poep (Mof), M., Poepen.
Poepen, poepte, heeft gepoept.
Poeren, poerde, heeft gepoerd.
Poes (kat), V., poesen. Poesje, O., -jes.
Poes (schimmel), O. en V.
Poeslief.
Poespas, M.
Poesten, poestte, heeft gepoest.
Poester, M., poesters.
Poëtisch.
Poets, V., poetsen. Poetsje, O., -jes.
Poetsen, poetste, heeft gepoetst.
Poetsgoed, O.
Poetsig, poetsiger, poetsigst.
Poetspommade.
Poezel (bnw.).
Poezelig, poezeliger, poezeligst.
Poëzie en Poëzij, V.
Poëzie-album, O., -albums.
Pof, M., poffen. Pofje, O., -jes.
Pof (tusschenw.).
Pofbroek, V., -broeken.
Poffen, pofte, heeft gepoft.
Poffer, M., poffers. Poffertje, O., -jes.
Poffertje (gebakje), O., -jes.
Poffertjeskraam, V., -kramen.
Poffertjespan, V., -pannen.
Pogen, poogde, heeft gepoogd.
Poging, V., pogingen.
Pok, V., pokken. Pokje, O., -jes.
Pokachtig.
Pokdaal, V., -dalen.
Pokdalig, -daliger, -daligst.
Poken, pookte, heeft gepookt.
Pokhout, O.
Pokkel. Zie Pukkel.
Pokken, pokte, heeft gepokt.
Pokkenbriefje, O., -briefjes.
Pokkenepidemie, V.
Pokput, M., -putten.
Pokstof, V.
Pokziekte, V., -ziekten.
Pol, M., pollen.
Polak, M., Polakken.
Polarisatie, V.
Polarisatievlak, O., -vlakken.
Polder, M., polders. Poldertje, O., -jes.
Polderbemaling, V.
Polderbestuur, O., -besturen.
Polderdijk, M., -dijken.
Polderdistrict, O., -districten.
Poldergast, M., -gasten.
Polderjongen, M., -jongens.
Polderkeet, V., -keten.
Polderland, O., -landen.
Poldermolen, M., -molens.
Polderreglement, O., -reglementen.
Poldersluis, V., -sluizen.
Polderwater, O.
Polei, V.
Polemiek, V.
Polemiet, O.
Polemisch.
Polemiseeren, polemiseerde, heeft gepolemiseerd.
Polichinel, M., polichinels.
Poliep, V., poliepen.
Poliet, polieter, polietst.
Polijsten, polijstte, heeft gepolijst.
Polijsthamer, M., -hamers.
Polijststaal, O., -stalen.
Polijststeen, M., -steenen.
Polijstwerk, O.
Polis, V., polissen.
Politicus, M., politici.
Politie, V.
Politie-agent, M., -agenten.
Politiebureau, O., -bureau's.
Politiecommissaris, M., -commissarissen.
Politiedienaar, M., -dienaars.
Politiehond, M., -honden.
Politiehuisje, O., -huisjes.
Politiek (staatkunde), V.
Politiek (burgerkleeding), O.
Politiek, politieker, politiekst.
Politiekamer, V., -kamers.
Politiemaatregel, M., -maatregelen.
Politiemacht, V.
Politiemuts, V., -mutsen.
Politie-oppasser, M., -oppassers.
Politiepost, M., -posten.
Politievaartuig, O., -vaartuigen.
Politieverordening, V., -verordeningen.
Politiewacht, V., -wachten.
Politiezaak, V., -zaken.
Politiezaal, V., -zalen.
Politiseeren, politiseerde, heeft gepolitiseerd.
Politoer, O.
Politoeren, politoerde, heeft gepolitoerd.
Polka, V., polka's.
Polka-mazurka, V., -mazurka's.
Pollepel, M., -lepels.
Pollevij, V., pollevijen. Pollevijtje, O., -jes.
Pols (slagader), M., polsen.
Pols (springstok), M., polsen.
Polsader, V., -aderen.
Polsen (in alle beteekenissen), polste, heeft gepolst.
Polsing, V., polsingen.
Polsmof, V., -moffen; -mofje, O., -jes.
Polsslag, M., -slagen.
Polsstok, M., -stokken.
Polygamie, V.
Polygoon, M., polygonen.
Polytechnisch.
Polytheïsme, O.
Pomerans, V., pomeransen.
Pomeransbitter, O.
Pomeransen, pomeranste, heeft gepomeranst.
Pommade, V.
Pommadepot, M., -potten; -potje, O., -jes.
Pomp, V., pompen. Pompje, O., -jes.
Pompbak, M., -bakken.
Pompdaal, V., -dalen.
Pompelmoes, V., pompelmoezen.
Pompen, pompte, heeft gepompt.
Pompenmaker, M., -makers.
Pomper, M., pompers.
Pompernikkel, M., pompernikkels.
Pompoen, M., pompoenen. Pompoentje, O., -jes.
Pompstation, O., -stations.
Pompstok, M., -stokken.
Pompwater, O.
Pon, V., ponnen. Ponnetje, O., -jes.
Pond, O., ponden. Pondje, O., -jes.
Pondegoed, O.
Pondspeer, V., -peren.
Pondspondsgewijze en -gewijs.
Ponjaard, M., ponjaarden. Ponjaardje, O., -jes.
Pons en Punch, V.
Ponsglaasje, O., -jes.
Pont (schouw), V., ponten. Pontje, O., -jes.
Pontegat, O.
Pontekoek, V.
Pontificaal, O.
Pontknecht, M., -knechts.
Ponto, V., ponto's.
Ponton, V., pontons.
Pontonbrug, V., -bruggen.
Pontonnier, M., pontonniers.
Pontwachter, M., -wachters.
Pony, M., pony's.
Pony-haar, O.
Pooien, pooide, heeft gepooid.
Pooier, M., pooiers.
Pook, M., poken. Pookje, O., -jes.
Pool (Polak), M., Polen.
Pool (aspunt), V., polen.
Pool (van fluweel), V.
Poolcirkel, M., -cirkels.
Poolexpeditie, V., -expedities.
Poolreis, V., -reizen.
Poolsch.
Poolsch, O.
Poolshoogte, V.
Poolster, V.
Poolvrouw, V., -vrouwen.
Poolzee, V.
Poort, V., poorten. Poortje, O., -jes.
Poortdeur, V., -deuren.
Poorter, M., poorters.
Poorteren, poorterde, heeft gepoorterd.
Poorterij, V., poorterijen.
Poorterschap, O.
Poortklep, V., -kleppen.
Poortsluiten, O.
Poortwachter, M. -wachters.
Poos, V., poozen. Poosje, O., -jes.
Poot (been), M., pooten. Pootje, O., -jes.
Poot (twijg), V., poten. Pootje, O., -jes.
Pootig, pootiger, pootigst. Zie ook Potig.
Pootje (podagra), O.
Pootvisch, M., -visschen. Collectief, V.
Poover, pooverder, pooverst.
Pooverheid, V.
Poovertjes.
Poozen, poosde, heeft gepoosd.
Pop, V., poppen. Popje en poppetje, O., -jes.
Popel, M., popels.
Popelen, popelde, heeft gepopeld.
Popeling, V., popelingen.
Poppegoed, O.
Poppejurk, V., -jurken.
Poppen, popte, heeft gepopt.
Poppenkamer, V., -kamers.
Poppenkast, V., -kasten.
Poppenkraam, V., -kramen.
Poppenledikant, O., -ledikanten.
Poppenspel, O.
Poppenwagen, M., -wagens; -wagentje, O., -jes.
Popperig, popperiger, popperigst.
Poppig, poppiger, poppigst.
Populair.
Populariseeren, populariseerde, heeft gepopulariseerd.
Populariteit, V.
Populier, M., populieren. Populiertje, O., -jes.
Populierenhout en Populierhout, O.
Por, M.
Porder, M., porders.
Poreus, poreuzer, poreust.
Poreusheid, V.
Porfier, O.
Porfieren (bnw.).
Porie, V., poriën.
Porijzer, O., -ijzers.
Porren, porde, heeft gepord.
Porring, V.
Porselein en Postelein (groente), V.
Porselein (aardewerk), O., porseleinen.
Porseleinaarde, V.
Porseleinen (bnw.).
Porseleinkast, V., -kasten.
Porseleinwinkel, M., -winkels.
Port (wijn), M.
Port (vrachtloon), O., porten.
Portaal, O., portalen. Portaaltje, O., -jes.
Porte, V.
Portefeuille, V., portefeuilles.
Portefeuille-almanak, M., -almanakken.
Portelen, portelde, heeft geporteld.
Porteltobbe, V., -tobben.
Portelwei, V.
Portemonnaie, V., portemonnaies; portemonneetje, O., -jes.
Portglas, O., -glazen.
Portie, V., porties en portiën. Portietje, O., -jes.
Portiek, V., portieken.
Portier (deurwachter), M., portiers.
Portier (van eene koets), O., portieren.
Portierraampje, O., -raampjes.
Portierster, V., portiersters.
Portierswoning, V., -woningen.
Portkaraf, V., -karaf; -karafje, O., -jes.
Portret, O., portretten. Portretje, O., -jes.
Portret-album, O., -albums.
Portretlijst, V., -lijsten; -lijstje, O., -jes.
Portretschilder, M., -schilders.
Portretteeren, portretteerde, heeft geportretteerd.
Portugees, M., Portugeezen.
Portugeesch, Portugeesche.
Portugeesch, O.
Portuurlijn, V., -lijnen.
Portwijn, M.
Portzegel, O., -zegels.
Pose, V., poses.
Poseeren, poseerde, heeft geposeerd.
Positie, V., positiën en posities.
Positief, positiever, positiefst.
Positief en Positivus (in de spraakkunst), M., positieven.
Positief (in de photographie), O., positieven.
Positieve, V.
Positivist, M., positivisten.
Positivistisch.
Possessie, V., possessiën en possessies.
Post (stijl), M., posten.
Post (van eene rekening), M., posten. Postje, O., -jes.
Post (standplaats en ambt), M., posten. Postje, O., -jes.
Post (postbode), M., posten.
Post (posterij, postkantoor en postwagen), V., posten.
Post (visch), V., posten. Postje, O., -jes.
Postambtenaar, M., -ambtenaars en -ambtenaren.
Postbeambte, M., -beambten.
Postbewijs, O., -bewijzen.
Postblad, O., -bladen.
Postbode, M., -boden.
Postdag, M., -dagen.
Postdienst, M.
Postdirecteur, M., -directeuren.
Postduif, V., -duiven.
Posteeren, posteerde, heeft geposteerd.
Postelein. Zie Porselein.
Postenorder, V.
Posterij, V., posterijen.
Posteriori (A -).
Postformaat, O.
Postgids, M., -gidsen.
Posthoorn en -horen, M., -hoorns en -horens.
Posthouder, M., -houders.
Postiljon, M., postiljons.
Postkaart, V., -kaarten.
Postkantoor, O., -kantoren.
Postkar, V., -karren.
Postlijst, V., -lijsten.
Postlooper, M., -loopers.
Postmeester, M., -meesters.
Postmerk, O., -merken.
Postpaard, O., -paarden.
Postpakket, O., -pakketten.
Postpakketdienst, M.
Postpapier, O.
Postquitantie, V., -quitanties.
Postscriptum, O.
Postspaarbank, V., -spaarbanken.
Postspaarbankboekje, O., -jes.
Poststempel, O., -stempels.
Postulaat, O., postulaten.
Postuur, O., posturen. Postuurtje, O., -jes.
Postverdrag, O., -verdragen.
Postverkeer, O.
Postwagen, M., -wagens.
Postweg, M., -wegen.
Postwet, V., -wetten.
Postwezen, O.
Postwissel, M., -wissels.
Postzak, M., -zakken.
Postzegel, M., -zegels.
Postzegelalbum, O.
Postzegelbevochtiger, M., -bevochtigers.
Postzegeldoosje, O., -doosjes.
Postzegelhandel, M.
Postzegelverzamelaar, M., -verzamelaars.
Postzegelverzameling, V., -verzamelingen.
Pot, M., potten. Potje, O., -jes.
Potage, V., potages.
Potasch, V.
Potaschloog, V.
Potdeksel, O., -deksels.
Potdicht.
Poteling, M., potelingen.
Poten, pootte, heeft gepoot.
Potentaat, M., potentaten. Potentaatje, O., -jes.
Potentiaal, V., potentialen.
Poter (persoon), M., poters.
Poter (pootaardappel), M., poters.
Pothuis, O., -huizen.
Potig, potiger, potigst. Zie ook Pootig.
Poting, V.
Potjeslatijn, O.
Potkachel, V., -kachels.
Potkijker, M., -kijkers.
Potlood, O., -looden; -loodje, O., -jes.
Potlooden, potloodde, heeft gepotlood.
Potloodteekening, V., -teekeningen.
Pots, V., potsen. Potsje, O., -jes.
Potscherf, V., -scherven.
Potsenmaker, M., -makers.
Potsierlijk, -lijker, -lijkst.
Potstuk, O., -stukken.
Potten, potte, heeft gepot.
Pottenbakker, M., -bakkers.
Pottenkast, V., -kasten.
Pottenmarkt, V., -markten.
Pottenschip, O., -schepen.
Pottenwinkel, M., -winkels.
Potter, M., potters.
Potverteerder, M., -verteerders.
Potvisch, M., -visschen.
Poularde, V., poulardes.
Praaibeurt, V., -beurten.
Praaien, praaide, heeft gepraaid.
Praal, V.
Praalbed, O., -bedden.
Praalgewaad, O., -gewaden.
Praalgraf, O., -graven.
Praalhans, M., -hanzen.
Praalkoets, V., -koetsen.
Praalvertoon, O.
Praalzucht, V.
Praam, V., pramen. Praampje, O., -jes.
Praat, M. Praatje, O., -jes.
Praatachtig, -achtiger, -achtigst.
Praatgraag, M. en V., praatgragen.
Praatster, V., praatsters. Praatstertje, O., -jes.
Praatstoel, M.
Praatvaar, M., -vaars.
Praatziek, -zieker, -ziekst.
Praatzucht, V.
Prachen, prachte, heeft gepracht.
Pracht, V.
Prachtalbum, O., -albums.
Prachtband, M., -banden; -bandje, O., -jes.
Prachtig, prachtiger, prachtigst.
Prachtigheid, V.
Prachtuitgave, V., -uitgaven.
Prachtwerk, O., -werken; -werkje, O., -jes.
Practijk (tegenover theorie), V.
Practisch.
Praeceptor, M., praeceptoren.
Praeceptoraat, O., praeceptoraten.
Praedicaat, O., praedicaten.
Praefix, O., praefixen.
Praeparaat, O., praeparaten. Praeparaatje, O., -jes.
Praepareeren (in de ontleedkunde), praepareerde, heeft gepraepareerd.
Praesens, O., praesentia.
Praeses, M., praesides.
Praesidium, O.
Prakkezeeren, prakkezeerde, heeft geprakkezeerd. Ook Prakkizeeren.
Praktijk (handeling), V., praktijken.
Praktijk (van een advocaat of dokter), V.
Praktizeeren, praktizeerde, heeft gepraktizeerd.
Praktizijn, M., praktizijns.
Praktizijnsleerling, M., -leerlingen.
Pralen, praalde, heeft gepraald.
Praler, M., pralers.
Pralerij, V., pralerijen.
Pram, V., prammen. Prammetje, O., -jes.
Prang, V., prangen.
Prangen, prangde, heeft geprangd.
Pranger, M., prangers.
Prat, pratter, pratst.
Praten, praatte, heeft gepraat.
Prater, M., praters. Pratertje, O., -jes.
Pratheid, V.
Prauw, V., prauwen.
Prauwel, V., prauwels. Prauweltje, O., -jes.
Prauwenveer, O., -veren.
Prebende, V., prebenden.
Precies, preciezer.
Precisie, V.
Predestinatie, V.
Predestineerden, predestineerde, heeft gepredestineerd.
Predikambt, O.
Predikant, M., predikanten.
Predikantsplaats, V., -plaatsen.
Predikantstraktement, O., -traktementen.
Predikantsweduwe, V., -weduwen.
Predikantswoning, V., -woningen.
Predikatie, V., predikatiën.
Predikbeurtenblad, O.
Prediken, predikte, heeft gepredikt.
Prediker, M., predikers.
Prediking, V., predikingen.
Predikstoel en Preekstoel, M., -stoelen.
Preek, V., preeken. Preekje, O., -jes.
Preekbeurt, V., -beurten.
Preeken, preekte, heeft gepreekt.
Preeker, M., preekers.
Preekstoel. Zie Predikstoel.
Preektoon, M.
Preektrant, M., -tranten.
Preekwijze, V., -wijzen.
Prefect, M., prefecten.
Prefectuur, V., prefecturen.
Prefereeren, prefereerde, heeft geprefereerd.
Preferent.
Preferentie, V., preferentiën en preferenties.
Prei, V., preien. Preitje, O., -jes.
Prelaat, M., prelaten.
Premie, V., premiën en premies.
Premieleening, V., -leeningen.
Premielot, O., -loten; -lootje, O., -jes.
Premieplaat, V., -platen.
Premiestelsel, O., -stelsels.
Prent (ook Print), V., prenten. Prentje, O., -jes.
Prentachtig, -achtiger, -achtigst.
Prentbijbel, M., -bijbels.
Prentbriefkaart, V., -kaarten.
Prenten, prentte, heeft geprent.
Prentenboek, O., -boeken; -boekje, O., -jes.
Prentenkraam, V., -kramen.
Prentenwinkel, M., -winkels.
Prentkunst, V.
Preparatief, O., preparatieven.
Prepareeren (voorbereiden enz.), prepareerde, heeft geprepareerd.
Prerogatief, O., prerogatieven.
Presbyteriaan, M., presbyterianen.
Presenning, V., presennings.
Present, O., presenten. Presentje, O., -jes.
Present (bnw.).
Presenteerblaadje, O., -jes.
Presenteeren, presenteerde, heeft gepresenteerd.
Presenteertrommeltje, O., -jes.
Present-exemplaar, O., -exemplaren.
Presentie, V.
Presentiegeld, O., -gelden.
Presentielijst, V., -lijsten.
Preservatief, O., preservatieven.
Presideeren, presideerde, heeft gepresideerd.
President, M., presidenten.
President-diaken, M.
Presidentschap, O.
Presidentshamer, M., -hamers.
Presidentsstoel, M., -stoelen.
Pressant, pressanter, pressantst.
Pressen, preste, heeft geprest.
Presser, M., pressers.
Pressing, V.
Prestige, O.
Presumeeren, presumeerde, heeft gepresumeerd.
Presumtie, V., presumtiën en presumties.
Pret, V. Pretje, O., -jes.
Pretendeeren, pretendeerde, heeft gepretendeerd.
Pretendent, M., pretendenten.
Pretensie, V., pretensiën en pretensies. Ook, en juister, Pretentie.
Pretentieus, pretentieuzer.
Pretext, O., pretexten.
Pretmaker, M., -makers.
Prettig, prettiger, prettigst.
Preukelen, preukelde, heeft gepreukeld.
Preutelaar, M., preutelaars.
Preutelen, preutelde, heeft gepreuteld.
Preutelig, preuteliger, preuteligst.
Preutsch, preutscher, meest preutsch.
Preutschheid, V.
Preuve en Prove, V., preuven en proven.
Prevaleeren, prevaleerde, heeft geprevaleerd.
Prevelaar, M., prevelaars.
Prevelarij, V., prevelarijen.
Prevelen, prevelde, heeft gepreveld.
Previeliën, previeliede, heeft geprevielied.
Priëel, O., priëelen. Priëeltje, O., -jes.
Priegel, M.
Priegelen, priegelde, heeft gepriegeld.
Priel, M., prielen.
Priem, M., priemen. Priempje, O., -jes.
Priemdonker.
Priemen, priemde, heeft gepriemd.
Priemgetal, O., -getallen.
Priester, M., priesters en priesteren.
Priesterambt, O.
Priesterdom, O.
Priesteres, V., priesteressen.
Priestergewaad, O., -gewaden.
Priesterkaste, V., -kasten.
Priesterkoor, O., -koren.
Priesterlijk.
Priesterschap (priesterlijke waardigheid), O.; (de gezamenlijke
priesters), V.
Priesterwijding, V.
Priesterzegen, M.
Prij, V., prijen.
Prijken, prijkte, heeft geprijkt.
Prijs (lof, eereblijk en waarde), M., prijzen. Prijsje, O., -jes.
Prijs (buit), V., prijzen (voor goede - verklaren).
Prijsbepaling, V., -bepalingen.
Prijscourant, V., -couranten.
Prijselijk en Prijslijk, -lijker, -lijkst.
Prijsgeld, O., -gelden.
Prijsgerecht, O., -gerechten.
Prijsgeven, gaf prijs, gaven prijs, heeft prijsgegeven.
Prijshoudend.
Prijskamp, M., -kampen.
Prijslijst, V., -lijsten.
Prijsnoteering, V., -noteeringen.
Prijsopgaaf (en -opgave), V., -opgaven.
Prijsrechter, M., -rechters.
Prijsuitdeeling, V., -uitdeelingen.
Prijsverhandeling, V., -verhandelingen.
Prijsverklaren, heeft prijsverklaard.
Prijsvermindering, V.
Prijsvraag, V., -vragen.
Prijzen, prees, prezen, heeft geprezen.
Prijzenhof, O.
Prijzenswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Prik, M., prikken. Prikje, O., -jes.
Prikkel, M., prikkels en prikkelen.
Prikkelbaar, -baarder, -baarst.
Prikkelbaarheid, V.
Prikkeldraad, O. (stof).
Prikkelen, prikkelde, heeft geprikkeld.
Prikkeling, V., prikkelingen.
Prikken, prikte, heeft geprikt.
Prikker, M., prikkers.
Prikslee, V., -sleeën; -sleetje, O., -jes.
Priktol, M., -tollen.
Pril, priller, prilst.
Primaat, M., primaten.
Primair.
Principaal, M., principalen.
Principe, O., principes.
Principiëel, -ëele.
Prins, M., prinsen. Prinsje, O., -jes.
Prinsdom, O., prinsdommen.
Prinselijk.
Prinsenhof, O.
Prinsenvlag, V.
Prinses, V., prinsessen. Prinsesje, O., -jes.
Prinsessenbier, O.
Prinsessenboonen (mv.), V.; -boontjes, O.
Prinsjesdag, M.
Print. Zie Prent.
Prior, M., priors.
Priores, V., prioressen.
Priorin, V., priorinnen.
Priorschap, O.
Priseerder, M., priseerders.
Priseeren, priseerde, heeft gepriseerd.
Priseering, V., priseeringen.
Prisma, O., prisma's en prismata.
Privaat, private.
Privaat, O., privaten.
Privaatbezit, O.
Privaatdocent, M., -docenten.
Privaatles, V., -lessen.
Privaatrecht, O.
Privaatrechtelijk.
Privaatrechter, M., -rechters.
Privilege, O., privilegiën en privileges.
Probeeren, probeerde, heeft geprobeerd.
Probeersel, O., probeersels. Probeerseltje, O., -jes.
Probleem en Problema, O., problemen.
Problematiek, problematieke.
Problematisch.
Procedeeren, procedeerde, heeft geprocedeerd.
Procedure, V., proceduren en procedures.
Procent. Zie Percent.
Proces, O., processen. Procesje, O., -jes.
Proceskosten (mv.), M.
Processie, V., processiën en processies.
Processtuk, O., -stukken.
Proces-verbaal, O., processen-verbaal.
Proclamatie, V., proclamaties en proclamatiën.
Procuratie, V., procuratiën en procuraties.
Procuratiehouder, M., -houders.
Procurator, M., procurators en procuratoren.
Procureur, M., procureurs.
Procureur-crimineel, M., procureurs-crimineel.
Procureur-generaal, M., procureurs-generaal.
Procureurschap, O.
Procureurskantoor, O., -kantoren.
Procureursklerk, M., -klerken.
Producent, M., producenten.
Product, O., producten.
Productief, productiever, productiefst.
Productiekosten (mv.), M.
Productiviteit, V.
Proef en Proeve, V., proeven. Proefje, O., -jes.
Proefbalans, V., -balansen.
Proefblad, O., -bladen; -blaadje, O., -jes.
Proefdruk, M.
Proefflesch, V., -flesschen.
Proefhoudend.
Proefkonijn, O., -konijnen; -konijntje, O., -jes.
Proefkunst, V.
Proeflokaal, O., -lokalen.
Proefnaald, V., -naalden.
Proefneming, V., -nemingen.
Proefnummer, O., -nummers.
Proefondervindelijk.
Proefpaal, M., -palen.
Proefpreek, V., -preeken.
Proefrit, M., -ritten.
Proefschrift, O., -schriften.
Proefstation, O., -stations.
Proefstoomen, O.
Proefstuk, O., -stukken; -stukje, O., -jes.
Proeftijd, M., -tijden.
Proeftocht, M., -tochten.
Proeftuin, M., -tuinen.
Proefveld, O., -velden.
Proesten, proestte, heeft geproest.
Proeven, proefde, heeft geproefd.
Proevenlezer, M., -lezers.
Proever, M., proevers.
Profaan, profaner, profaanst.
Profaneeren, profaneerde, heeft geprofaneerd.
Profeet, M., profeten.
Professie, V.
Professor, M., professoren en professors.
Professoraal, professorale.
Professoraat, O., professoraten.
Professorenkrans, M.
Profeteeren, profeteerde, heeft geprofeteerd.
Profetenbroodje, O., -jes.
Profetenschool, V., -scholen.
Profetes, V., profetessen.
Profetie, V., profetieën.
Profetisch.
Profiel, O., profielen.
Profijt, O., profijten. Profijtje, O., -jes.
Profijtelijk, -lijker, -lijkst.
Profiteeren, profiteerde, heeft geprofiteerd.
Programma, O., programma's.
Programma-muziek, V.
Progressief.
Progressist, M., progressisten.
Progressistisch.
Progymnasium, O., -gymnasia.
Project, O., projecten.
Projecteeren, projecteerde, heeft geprojecteerd.
Projectie, V., projectiën en projecties.
Projectief.
Projectiel, O., projectielen.
Projectieteekenen, O.
Prol, V.
Proletariaat, O.
Proletariër, M., proletariërs.
Prollig, prolliger, prolligst.
Prolongatie, V.
Proloog, M., prologen.
Promenade-dek, O., -dekken.
Promesse, V., promessen.
Promotie, V., promotiën en promoties.
Promotiepartij, V., -partijen.
Promotieplaat, V., -platen.
Promotor, M., promotors en promotoren.
Promoveeren, promoveerde, heeft en is gepromoveerd.
Prompt, prompter, promptst.
Pronk, M. Pronkje, O., -jes.
Pronkbed, O., -bedden.
Pronkbeeld, O., -beelden; -beeldje, O., -jes.
Pronken, pronkte, heeft gepronkt.
Pronker, M., pronkers.
Pronkerig, pronkeriger, pronkerigst.
Pronkerigheid, V.
Pronkerij, V., pronkerijen.
Pronkjuweel, O., -juweelen.
Pronkkamer, V., -kamers.
Pronksieraad, O., -sieraden.
Pronkster, V., pronksters.
Pronkstuk, O., -stukken; -stukje, O., -jes.
Pronselaar, M., pronselaars.
Pronselen, pronselde, heeft gepronseld.
Pronselgeld, O.
Pronselwerk, O.
Prooi, V., prooien. Prooitje, O., -jes.
Proosdij, V., proosdijen.
Proost, M., proosten.
Proostschap, O.
Prop, V., proppen. Propje, O., -jes.
Propaedeutisch.
Propaedeutisch, O.
Propaganda, V.
Propagandablad, O., -bladen, -blaadje, O., -jes.
Proper, properder, properst.
Properheid, V.
Proponeeren, proponeerde, heeft geproponeerd.
Proponent, M., proponenten. Proponentje, O., -jes.
Proponentsplaats, V., -plaatsen.
Propoost, O., propoosten.
Propositie, V., propositiën en proposities.
Proppen, propte, heeft gepropt.
Proppenschieter, M., -schieters.
Propvol, -volle.
Prorector, M., -rectoren.
Prosector, M., -sectoren.
Proseliet, M., proselieten.
Proselietenmaker, M., -makers.
Proselietenmakerij, V.
Prosodie, V.
Prosopographie, V., prosopographieën.
Prospectus, O., prospectussen.
Prostitutie, V.
Protectoraat, O., protectoraten.
Protest, O., protesten.
Protestant, M., protestanten.
Protestantenbond, M.
Protestantisme, O.
Protestantsch.
Protestatie, V., protestaties en protestatiën.
Protesteeren, protesteerde, heeft geprotesteerd.
Protocol, O., protocollen.
Protoplasma, O.
Prove. Zie Preuve.
Provençaalsch, O.
Provenier, M., proveniers.
Proveniershuis, O., -huizen.
Proviand, V.
Proviandeeren, proviandeerde, heeft geproviandeerd.
Proviandeering, V., proviandeeringen.
Provinciaal, provinciale.
Provinciaal, M., provincialen.
Provincialisme, O., provincialismen.
Provincie, V., provinciën en provincies.
Provinciehout, O.
Provincieroos, V., -rozen.
Provisie, V., provisiën en provisies.
Provisiekamer, V., -kamers.
Provisiekast, V., -kasten.
Provisioneel, provisioneele.
Provisor, M., provisors en provisoren.
Provoost (persoon), M., provoosten.
Provoost (lokaal), V.
Proza, O.
Prozaïsch.
Prozaïst, M., prozaïsten.
Prozamensch, M., -menschen.
Prozaschrijver, M., -schrijvers.
Prozastijl, M.
Pruik, ook Paruik, V., pruiken. Pruikje, O., -jes.
Pruik (ouderwetsch man), M., pruiken.
Pruikebol, M., -bollen.
Pruikedoos, V., -doozen.
Pruiken, pruikte, heeft gepruikt.
Pruikenmaker, M., -makers.
Pruikentijd, M.
Pruikerig, pruikeriger, pruikerigst.
Pruilen, pruilde, heeft gepruild.
Pruiler, M., pruilers.
Pruilhoek, M., -hoeken.
Pruilmond, M. en V., -monden.
Pruim, V., pruimen. Pruimpje, O., -jes.
Pruimeboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Pruimedant, V., pruimedanten.
Pruimemond, M., -monden; -mondje, O., -jes.
Pruimen, pruimde, heeft gepruimd.
Pruimenkonserf, O.
Pruimentaart, V., -taarten.
Pruimepit, V., -pitten.
Pruimer, M., pruimers.
Pruimerij, V., pruimerijen.
Pruimesteen, M., -steenen.
Pruimtabak, V.
Pruis, M., Pruisen.
Pruisen, O.
Pruisisch.
Pruisisch-zuur, O.
Prul, O., prullen. Prulletje, O., -jes.
Prullaria (mv.), O.
Prullenboel, M.
Prullenkast, V., -kasten.
Prullenkist, V., -kisten.
Prullenkraam, V., -kramen.
Prullenmand, V., -manden.
Prullig, prulliger, prulligst.
Prulschrijver, M., -schrijvers.
Prulwerk en Prullewerk, O., -werken.
Prumel en Prunel, V., prumellen en prunellen.
Prut, V.
Prut (bnw.).
Pruthuis, O., -huizen.
Prutsen, prutste, heeft geprutst.
Prutser, M., prutsers.
Pruttelaar, M., pruttelaars.
Pruttelaarster, V., pruttelaarsters.
Pruttelarij, V.
Pruttelen, pruttelde, heeft geprutteld.
Prutter, M., prutters.
Prutterig, prutteriger, prutterigst.
Psalm, M., psalmen. Psalmpje, O., -jes.
Psalmberijming, V., -berijmingen.
Psalmdichter, M., -dichters.
Psalmgezang, O.
Psalmist, M., psalmisten.
Psalter, O., psalters.
Pseudoniem, O., pseudoniemen.
Pst (tusschenw.).
Psychiater, M., psychiaters.
Psychiatrie, V.
Psychologie, V.
Publicatie, V., publicatiën en publicaties.
Publiceeren, publiceerde, heeft gepubliceerd.
Publicist, M., publicisten.
Publiciteit, V.
Publiek, publieker, publiekst.
Publiek, O.
Pudding. Zie Podding.
Puf, V.
Puffen, pufte, heeft gepuft.
Pufferig, pufferiger, pufferigst.
Pui, V., puien. Puitje, O., -jes.
Puibewassching, V.
Puik, O., Puikje, O., -jes.
Puilader, V., -aders.
Puiladerig.
Puilen, puilde, heeft gepuild.
Puiloog (oog), O., -oogen.
Puiloog (persoon), M. en V., -oogen.
Puiloogig.
Puimsteen, M., -steenen. Als stofnaam, O. Puimsteentje, O., -jes.
Puin, O.
Puingras, O.
Puinhoop, M., -hoopen.
Puist, V., puisten. Puistje, O., -jes.
Puistachtig, -achtiger, -achtigst.
Puistigheid, V.
Puit, M., puiten. Puitje, O., -jes.
Puitaal, M., -alen; -aaltje, O., -jes.
Pukkel, ook Peukel en Pokkel, V., pukkels (peukels, pokkels). Pukkeltje
(peukeltje, pokkeltje), O., -jes.
Pul, V., pullen. Pulletje, O., -jes.
Pulken, pulkte, heeft gepulkt.
Pullen, pulde, heeft gepuld.
Pulp, V.
Pulseeren, pulseerde, heeft gepulseerd.
Pulver, O.
Pummel, M., pummels.
Punch. Zie Pons.
Punt (spits en leesteeken), V., punten. Puntje, O., -jes.
Punt (onderwerp, tijdpunt en wiskundig punt), O., punten. Puntje,
O., -jes.
Puntbeitel, M., -beitels.
Puntdicht, O., -dichten; -dichtje, O., -jes.
Punteeren, punteerde, heeft gepunteerd.
Punteerijzer, O., -ijzers.
Punten, puntte, heeft gepunt.
Puntenreeks, V., -reeksen.
Puntig, puntiger, puntigst.
Puntigheid, V., -heden.
Puntkogel, M., -kogels.
Pupil, M. en V., pupillen.
Pupillenschool, V., -scholen.
Puren, puurde, heeft gepuurd.
Purgatie, V., purgaties en purgatiën.
Purgeerdrank, M., -dranken; -drankje, O., -jes.
Purgeeren, purgeerde, heeft gepurgeerd.
Purgeermiddel, O., -middelen.
Purgeerpoeier, V., -poeiers.
Purim, O.
Purist, M., puristen.
Puristerij, V.
Puritein, M., puriteinen.
Purmer (naam van een polder), V.
Purper, O.
Purperachtig, -achtiger, -achtigst.
Purperen (bnw.).
Purperen, purperde, heeft gepurperd.
Purperkleurig.
Purperrood.
Purperslak, V., -slakken.
Put, M., putten. Putje, O., -jes.
Putboor, V., -boren.
Putgalg, V., -galgen.
Puthaak, M., -haken.
Putoor. Zie Pitoor.
Puts, V., putsen.
Putsen, putste, heeft geputst.
Putten, putte, heeft geput.
Putter, M., putters. Puttertje, O., -jes.
Putting (scheepsw.), V., puttings.
Puttingwant, O.
Putwater, O.
Puur, pure.
Pyramidaal. Zie Piramidaal.
Pyramide. Zie Piramide.
Pyrotechnisch.
Pyrrhonisme, O.
Q
Q, V., q's.
Quadraat, O., quadraten.
Quadrant, O., quadranten.
Quadratuur, V.
Quadreeren, quadreerde, heeft gequadreerd.
Quadrille, V., quadrilles.
Quadrilleeren, quadrilleerde, heeft gequadrilleerd.
Quadrillioen, O., quadrillioenen.
Quaestie, V., quaestiën en quaesties. Zie ook Kwestie.
Quaestieus, quaestieuze.
Quaestor, M., quaestoren.
Quaestuur, V.
Qualificatie, V., qualificatiën en qualificaties.
Qualificeeren, qualificeerde, heeft gequalificeerd.
Qualitatief, qualitatieve.
Qualiteit, V., qualiteiten.
Quantitatief, quantitatieve.
Quantiteit, V., quantiteiten.
Quantiteitsverschil, O., -verschillen.
Quantum, O.
Quarantaine, V.
Quarantaine-maatregel, M., -maatregelen.
Quarantaine-vlag, V.
Quarterone, M. en V., quarteronen.
Quartet en Kwartet, O., quartetten en kwartetten.
Quartetvereeniging, V., -vereenigingen.
Quarto (bnw.). Als znw., O., quarto's.
Quarto-formaat, O.
Quasi.
Quatertemper, M., quatertempers.
Quatre-mains, V.
Quatre-mains-speler, M., -spelers.
Quiëtisme, O.
Quiëtist, M. quiëtisten.
Quint (in de muziek), V., quinten.
Quintaal, O., quintalen.
Quintessence en Quintessens, V.
Quintet, O., quintetten.
Qui-pro-quo, O., qui-pro-quo's.
Quitantie, V., quitantiën en quitanties. Ook Kwitantie, kwitanties.
Quitantiezegel, O., -zegels.
Quiteeren, quiteerde, heeft gequiteerd.
Quitte (bnw.).
Quota, V., quota's.
Quotiënt, O., quotiënten.
R
R, V., r's.
Ra, V., raas.
Raad, M., raden.
Raadgever, M., -gevers.
Raadgeving, V., -gevingen.
Raadhuis O., -huizen.
Raadkamer, V., -kamers.
Raad-pensionaris, M., raad-. Ook Raadpensionaris.
Raadplegen, raadpleegde, heeft geraadpleegd.
Raadpleger, M., -plegers.
Raadsbesluit, O., -besluiten.
Raadsel, O., raadselen en raadsels. Raadseltje, O., -jes.
Raadselachtig, -achtiger, -achtigst.
Raadselachtigheid, V.
Raadselboek, O., -boeken; -boekje, O., -jes.
Raadsheer, M., -heeren.
Raadsheerlijk.
Raadslid, O., -leden.
Raadsman, M., -lieden.
Raadsvergadering, V., -vergaderingen.
Raadsverslag, O., -verslagen.
Raadszitting, V., -zittingen.
Raadvragen, O.
Raadzaal, V., zalen.
Raadzaam, -zamer, -zaamst.
Raadzaamheid, V.
Raaf, V., raven. Raafje, O., -jes.
Raagbol. Zie Ragebol.
Raaghoofd en Raagshoofd, O., -hoofden.
Raagstok, M., -stokken.
Raai, V., raaien.
Raak, V., raken.
Raak (bijw.).
Raakgooien, gooide raak, heeft raakgegooid.
Raaklijn, V., -lijnen.
Raakpunt, O., -punten.
Raakschieten, schoot raak, schoten raak, heeft raakgeschoten.
Raakslaan, sloeg raak, heeft raakgeslagen.
Raam (raming), M.
Raam (venster), O., ramen. Raampje, O., -jes.
Raampost, M., -posten.
Raamwerk, O.
Raamzaag, V., -zagen.
Raap, V., rapen. Raapje, O., -jes.
Raapkoek, M., -koeken.
Raapolie, V.
Raapzaad, O.
Raar, raarder, raarst.
Raasbol, M., -bollen; -bolletje, O., -jes.
Raasbollen, raasbolde, heeft, geraasbold.
Raaskallen, raaskalde, heeft geraaskald.
Raaskop, M., -koppen.
Raasmaandag, M.
Raat, V., raten.
Rabarber, V.
Rabarbersteel, M., -stelen.
Rabat, O., rabatten. Rabatje, O., -jes.
Rabatijzer, O., -ijzers.
Rabatschaaf, V., -schaven.
Rabatteeren, rabatteerde, heeft gerabatteerd.
Rabatten, rabatte, heeft gerabat.
Rabauw (appel), V., rabauwen.
Rabbelaar, M., rabbelaars.
Rabbelaarster, V., rabbelaarsters.
Rabbelen, rabbelde, heeft gerabbeld.
Rabbi, M., rabbi's.
Rabbijn, M., rabbijnen.
Rabbijnsch.
Rachitis, V.
Rachter. Zie Rafter.
Rad, O., raden en raderen. Radje, O., raadjes en radertjes.
Rad, radder, radst.
Radbraken, radbraakte, heeft geradbraakt.
Raddraaier, M., -draaiers.
Radeermesje, O., -mesjes.
Radeloos, -loozer.
Radeloosheid, V.
Raden, ried, heeft geraden; ook raadde.
Radenmaker, M., -makers.
Raderbaar, V., -baren.
Raderboot, V., -booten.
Raderkast, V., -kasten.
Raderwerk, O.
Radheid, V.
Radicaal, radicale.
Radicaal (persoon), M., radicalen.
Radicaal (toelating), O.
Radicalisme, O.