Gegoed, gegoedst

Gegoedheid, V.

Gegons, O.

Gegrabbel, O.

Gegradueerd.

Gegradueerde, M., gegradueerden.

Gegrijns, O.

Gegrinnik, O.

Gegroefd.

Gegrond, gegronder, gegrondst.

Gegrondheid, V.

Gehaast (bnw).

Gehaat, gehater, gehaatst.

Gehakketeer, O.

Gehakt, O., Gehaktje, O.

Gehakt (bnw.).

Gehalte, O., gehalten.

Gehamer, O.

Gehandschoend.

Gehard, geharder, gehardst.

Gehardheid, V.

Geharnast.

Geharrewar, O.

Gehaspel, O.

Gehecht.

Gehechtheid, V.

Geheel, geheele.

Geheel, O., geheelen.

Geheelonthouder, M., -onthouders.

Geheiligd, geheiligdst.

Geheim, O., geheimen. Geheimpje, O., -jes.

Geheimenis, V., geheimenissen.

Geheimhouden, hield geheim, heeft geheimgehouden.

Geheimhouding, V.

Geheimschrift; O,

Geheimschrijver, M., -schrijvers.

Geheimzinnig, -zinniger, -zinnigst.

Geheimzinnigheid, V.

Gehelmd.

Gehemelte, O., gehemelten.

Gehemelteletter, V., -letters.

Geheng, O., gehengen.

Gehengen, gehengde, heeft gehengd.

Geheugen, O.

Geheugenis, V., geheugenissen.

Geheugenloos, -loozer, -loost.

Geheugenwerk, O.

Gehijg, O.

Gehik, O.

Gehinnik, O.

Gehoefslaagde, M. en V., gehoefslaagden.

Gehoest, O.

Gehoofd (gehuisd en -).

Gehoor, O., gehooren.

Gehoorbeen, O., -beenderen; -beentje, O., -jes.

Gehoorgang, V., -gangen.

Gehoorig, gehooriger, gehoorigst.

Gehoorigheid, V.

Gehoornd en Gehorend.

Gehoororgaan, O., -organen.

Gehoorweg, M., -wegen.

Gehoorzaal, V., -zalen; -zaaltje, O., -jes.

Gehoorzaam, -zamer, -zaamst.

Gehoorzaamheid, V.

Gehoorzamen, gehoorzaamde, heeft gehoorzaamd.

Gehoorzenuw, V., -zenuwen.

Gehouden (bnw.).

Gehoudenheid, V.

Gehoudenis, V., gehoudenissen.

Gehucht, O., gehuchten. Gehuchtje, O., -jes.

Gehuichel, O.

Gehuil, O.

Gehumeurd.

Gehunker, O.

Gehuwd.

Gei, V., geien.

Geiblok, O., -blokken en -bloks.

Geien, geide, heeft gegeid.

Geijkt.

Geil, geiler, geilst.

Geil (vocht), O.

Geil (plant), O.

Geilen, geilde, heeft gegeild.

Geilheid, V.

Geïllustreerd.

Geinster, V., geinsters.

Geïnteresseerd.

Geit, V., geiten. Geitje, O., -jes.

Geitachtig.

Geitebaard, M., -baarden.

Geitebok, M., -bokken; -bokje, O., -jes.

Geiteleer en Geitenleer, O.

Geiteleeren en Geitenleeren (bnw.).

Geitenblad, O.

Geitenfokkerij, V., -fokkerijen.

Geitenhaar, O.

Geitenhoeder, M., -hoeders.

Geitenhoedster, V., -hoedsters.

Geitenmelk, V.

Geitenmelker, M., -melkers.

Geitenstal, M., -stallen; -stalletje, O., -jes.

Geitepoot, M., -pooten.

Geitevel, O., -vellen; -velletje, O., -jes.

Geitevellen (bnw.).

Geitevleesch en Geitenvleesch, O.

Geitouw, O., -touwen.

Gejaag, O.

Gejaagd, gejaagder, gejaagdst.

Gejaagdheid, V.

Gejacht, O.

Gejakker, O.

Gejammer, O.

Gejank, O.

Gejoel, O.

Gejubel, O.

Gejuich, O.

Gek, gekker, gekst.

Gek (dwaas en draaiende kap), M., gekken. Gekje, O., -jes.

Gekakel, O.

Gekamerd.

Gekarteld.

Gekef, O.

Gekeperd.

Gekerm, O.

Gekeuvel, O.

Gekheid, V., -heden. Gekheidje, O., -jes.

Gekibbel, O.

Gekield.

Gekietel, O.

Gekijf, O.

Gekir, O.

Gekittel, O.

Gekken, gekte, heeft gegekt.

Gekkengetal, O.

Gekkenhuis, O., -huizen.

Gekkennommer, O.

Gekkenpraat, M.

Gekkentaal, V.

Gekkenwerk, O.

Gekker, M., gekkers.

Gekkernij, V., gekkernijen. Gekkernijtje, O., -jes.

Gekkin, V., gekkinnen. Gekkinnetje, O., -jes.

Geklaag, O.

Geklapper, O.

Geklater, O.

Geklauwd.

Gekleed, gekleeder, gekleedst.

Geklep, O.

Geklepper, O.

Geklets, O.

Gekletter, O.

Gekleurd.

Geklikklak, O.

Geklonken.

Geklop, O.

Geklots, O.

Geklungel, O.

Geknabbel, O.

Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche Taal Met aanwijzing van de geslachten der naamwoorden en de vervoeging der werkwoorden · 第 28 / 49 题