9. De bijwoorden _terstond_, _terug_ en _ternauwernood_.

10. De voorzetsels _tegenover_, _rondom_, _niettegenstaande_ en

_ingevolge_.

Andere uitdrukkingen, die de waarde van een voorzetsel hebben, als _uit

hoofde_, _in geval_, _door toedoen_, _met betrekking_ enz., blijven

gescheiden, omdat het tweede lid, dat altijd een zelfst. nw. is,

steeds zelf eene bepaling vereischt; als _uit hoofde van_, _in geval

van_, _met betrekking tot_ enz.

11. Alle uitdrukkingen met de waarde van een voegwoord, waarin de

beteekenis van ieder deel niet duidelijk uitkomt; b. v. _alhoewel_,

_zoodat_, _doordien_, _dientengevolge_ enz.

Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche Taal Met aanwijzing van de geslachten der naamwoorden en de vervoeging der werkwoorden · 第 11 / 49 题