fijne profiel van dien ranken prinsessen-kop; hoe het uitkomt met teêre,
om te bréken gevoelige lijntjes, zóó als spitse bladeren staan in de
atmosfeer, zooals bij heel ijle lucht in de verte lijnen van heuvelen.
In dat profiel leeft de ziel van de prinses, en dááraan kent het
inlandsche publiek haar, voelt het den stijl van haar voelen, den adel
van haar natuur. En nú zie ik nog maar alléén het profiel, fijn als een
schaduw in den nacht. Maar nú gaat de dálang zijn hand bewegen, die hij
onder de pop houdt, en trekt hij aan de touwtjes. En als door een
aetherisch, electrisch fluïde komt er leven in de pop. Een arm steekt
zij uit, o! mooi! mooi! met een gebaar, nobel en teeder als het ópgaan
van een melodie, en het lijf beweegt zacht vooruit met een langzaam
golvende lijn, alsof een wijze ziel het voortstuwde....
Op géén europeesch tooneel, in Londen niet, in Parijs niet, heb ik ooit
een prinses zóó zien bewegen als deze simpele wájang-gollèk-pop,
schaduwend in den nacht.
Langzaam schreed de prinses geruischloos door de lucht, en haar teêre
gebaar werd gedragen door het rhythme van de zacht kling-klangende
gamӗlan, onder het héél even weenend opzingen van een vage
rebab-viool....
En op monotone, ietwat klagende wijze, met dien grondtoon van
melancholie, die door alle oostersche muziek heenklinkt, vertelt de
dálang de geschiedenis, van wat zijne handen doet gebaren. Ik verstond
niet zijn Soendaneesch, maar voelde tóch wat hij bedoelde, hóórde het
aan den zang van zijn stem.--Ik wist bijna niets van al de geleerdheid
daarover, in boeken van professoren, maar voelde toch éven zeker wat het
beteekende, als straks een sierlijke edelman naderde, en zijne spitse
vingeren gebaarden de "sembah” tot een reverent eerbiedsvertoon van
ziel, als zijn teêre profiel neigde naar het teêrder profiel toe van de
prinses, en in dit heel eenvoudige, schijnbaar nietige gedoe van poppen
rilde de verrukking op van het allerdiepste menschen-mysterie der
Liefde.
Zoo heb ik ademloos zitten genieten van die kunst der ouden, in het
zilveren maanlicht dat zegende door de stille palmen, en de dálang met
zijn telkens veranderende stem, nú eens die van prinsen nábootsende, dán
van prinsessen, nú van goden, dán van demonen, maar altijd vaag mineur,
en het zangerig gekling-klang van de gamӗlan, nu en dan verbroken
door een lang door-dreunende galming van de donker-bronzen gong, zij
deden mijn lang hier verdoofde ziel ontwaken, als een die opziet uit den
slaap, en hoort een stem van verre....
Daar wás zij dan weer, de Schoonheid, zonder welk het leven dood is en
verdooving, en zij riep, zij riep mij met muziek en teêr beweeg van
schaduw-fijn gebaren, in de reine maanlicht-sfeer van den nacht.
En in het aandachtig staren naar die goddelijke gebaren, onder den
toover van die melancholieke muziek, met somtijds het wonder-geheimvolle
gonzen van de gong, is het of de werkelijkheid wèg-wuift, als een
gordijn dat voor een mysterie hing, de donkere gezichten der inlanders
om mij heen vervagen, in ’t zoet-vervloeiende maanlicht trilt óp een
andere, transcendente sfeer, een sfeer, waarin alle dingen
vergeestelijkt zijn, en de vreemde poppen, met de schaduw-ijle
profielen, bewegen daarin voorzichtig, voorzichtig als wondere,
spiritueele wezens in een op ’t uiterst gespannen extaze, schrijdend op
den adem van een droom....
_Soekaboemi, Juni 1904._
INHOUD.
Blz.
Voorwoord 1
Singapore 3
Een treinreis in de Preanger 72
Een feest in de Preanger 81
Waringin 99
Biddende Hadji 102
Koelies 108
Ardjoenå 114
Een bezoek bij den sultan van Linga 127
Een Indische Faust 141
Wajang-Gollèk 150
Opmerkingen van de bewerker.
Deze e-tekst bevat de tekst van de originele uitgave; voorkomende
inconsistenties in spelling, gebruik van hoofdletters, afbrekingen,
accenten, koppeltekens, apostrofs enzovoorts zijn behouden, behalve
zoals hieronder aangegeven.
In de tekst aangebrachte veranderinge:
Voetnoten zijn verplaatst naar direct onder de alinea waarop ze
betrekking hebben.
Enkele interpunctiefouten zijn stilzwijgend gecorrigeerd.
p. 11: bewijstzijn -> bewustzijn
p. 44: Singapoorsehe -> Singapoorsche
p. 48: mumuziek -> muziek
p. 81: pendeppo -> pendoppo
p. 112: eurepeesche -> europeesche
p. 140: im mij om -> in mij om
p. 145: omnachte -> onmachte
p. 156: schamege -> schamele.