Na _Carnaval de Vénise_ en Duitsche eenheid, zal men moeielyk
afgezaagder thema vinden dan dit arme mishandelde motto. Wanneer ik nu
nog bovendien verklaar, niet volkomen zeker te zyn dat ik de zaak van
Dr. DIBBETS onaangeroerd zal laten, en zelfs beloof hier-en-daar iets
te zeggen over vaderlandsche welzynen, volksheilen en zulke zaken, dan
zal men hoop ik inzien ditmaal niet te-doen te hebben met een der
«_exentrieke stukken, gelyk men gewoon is van dien schryver te
lezen_.» Een kwalifikatie welke ik aanbeveel in de aandacht van
referenten die geen kans zien zoodanig stuk van zoodanigen schryver
behoorlyk te ontleden. Dit zy gezegd zonder minachting voor andere
middelen die niet minder efficace werken, het zwartmaken byv. van des
schryvers karakter. In beide gevallen kan men de moeite van 't
kennisnemen, doorgronden en beoordeelen der behandelde zaak sparen en,
niets zeggende, zich aanstellen alsof men iets gezegd had.
--Wel, kapitein, hoe bevalt u Amboina? vroeg onze goeie majoor
HARTZFELD den Hollandschen gezagvoerder van 't schip dat my zou
overvoeren naar Europa.
--Wat zal ik je zeggen, m'nheer! Amboina? Och, Amboina is ... 'n
eiland.
--Wel, referent, wat heeft die schryver geleverd?
--Wat zal ik u zeggen, Publiek. Die schryver is excentriek.
De goede majoor HARTZFELD toonde zich tevreden uit bescheidenheid. Hy
eischte van m'n kaptein geen gemotiveerde analyse van den indruk dien
't hoogst-interessante Amboina op hem maakte. En ook «Publiek» is
tevreden met z'n referent, al zy 't dan niet heel bescheiden zoo'n
armen schryver doodteslaan met één slag.
Hebt ge er wel eens aan gedacht, Nederlanders, hoe excentriek de
schoonste stukken uit uw Bybel zyn?
Nu, _ik_ zal 't niet wezen. En daarom de zaak DIBBITS-KEER! En daarom
dat versleten motto! En daarom ook die uitweiding over excentriciteit,
een der meest afgezaagde minst excentrieke dingen van de wereld ...
zaak, woord en uitweiding daarover, alle drie.
Wie heden-ten-dage iets te zeggen heeft, waarby _the right man on the
right place_ kan worden te-pas gebracht, maakt zich waarlyk niet
schuldig aan ongewoonheid. Men zegt--maar hier moet ik ernstig
aandringen op geheimhouding--men zegt dat ergens in ons land zekere
redakteur bezig is met het schryven van 'n hoofdartikel, waarin dat
testimonium van het hedendaagsch _savoir faire_ maar driemaal zal
voorkomen. Indien 't hem gelukt, zal hy daarna z'n krachten beproeven
aan 'n verhandeling zonder klinkers. Daar ziet hy kans toe. Maar 't
andere ...
Van jongs-af lette ik vry nauwkeurig op eb en vloed van modewoorden.
Ik herinner me den tyd toen «_bluf_» geboren werd. De lezer ziet hoe
goedig ik hem gelegenheid bied tot goedkoope spotterny. Ik heb de
woorden «_type_» «_humor_» en «_genie_» in de kindsheid hunner
populariteit gekend. «_Bepaald_» is jonger. Een der nog jongeren is
«_intens_» om nu van «_objektief_» en «_subjektief_» niet te
spreken ...
* * * * *
Tot m'n schaamte moet ik erkennen dat m'n omgeving niet gedistingeerd
genoeg was, om my in-staat te stellen tot het genieten der _primeur_
van _Engelsche_ stopwoorden. Een beetje Fransch, wat school-of
studenten-latyn, een tot den huiselyken kring doorgedrongen
straatterm--men kan z'n ooren niet sluiten--was alles wat my in m'n
jeugd voortgezet werd. De Engelsche praatjes uit dien tyd bepaalden
zich tot _the devil is an ass take a basket and save the pieces of
your soul_, en Yankee Doodle's klacht: _he couldn't find the town, he
saw too many houses_. Later, veel later, ontvingen we uit Amerika
Jonathan's raadgeving aan z'n zoon: «_Be honest my boy, be honest if
possible, but ... make money_!» Maar dat komt hier eigenlyk niet
te-pas, want in die les steekt praktisch nut. Vandaar dan ook dat ze
zelden wordt aangehaald. Men stopt haar weg om niet uit de school te
klappen, waaruit schynt te blyken dat de diepte van den zin den opgang
der verraderlyke klanken in den weg staat. Zinledige praatjes als de
aangehaalde, hoe flauwer hoe liever, hebben méér kans op populariteit.
Ze waren dan ook _sans malice_. Men gebruikte ze op z'n juffrouw
Pieterse's «om zoo iets te zeggen.» Men maakte er geen «eerst
beginsel» van, waarop--onder andere zaakjes--de heele schepping
berustte. Men spon er geen hoofdartikels om heen. Men borduurde er
geen tableau van wysheid of moraal op. Men sausde er geen smakeloos
krantengerechtje mee ...
Onschuldige jeugd!
* * * * *
Toch excentriek!
De inkleeding ... misschien! Maar overigens ... Lezer, ik koos m'n
eigen manier om u voortebereiden tot het betoog dat de uitdrukking:
_the right man on the right place_
ten-onzent is afgedaald tot 'n armzalig vulsel, tot 'n _scie_, tot 'n
stopwoord. Neen, tot iets ergers ... tot 'n onwaarheid. Help my de
dagen terugwenschen van den goeden Yankee, wiens liedje geen kwaad
stichtte. Dat rymloos rympje van den rechten man op de rechte plaats,
sticht wèl kwaad.
* * * * *
Indien al de hoedanigheden--of de hoogst bereikbare maat daarvan--die
'n veldwachter behooren te versieren, vereenigd worden aangetroffen in
de persoon van X, dan juich ik--in de veronderstelling dat ik me
verbeeld op de hoogte te zyn--zoo luid als iemand de benoeming van
dien X tot veldwachter, toe. Men moet 'n ongeneeslyk melancholikus
wezen, of al zeer weinig tyd hebben, om by zoo'n gelegenheid niet
meetejuichen. In dezen zin alzoo durf ik 't Engelsch _dicton_ niet
aanvallen. Ik buig me voor de diepzinnige waarheid, dat'n zwaard past
in z'n scheede, en 'n sleutel op 't slot waarbydi behoort. Dat 'n
kraamkind in de wieg moet liggen--al blyf ik protesteeren tegen 't
schommelen. Dat die X veldwachter wezen moet, en z'n neef Y lid van
'n invloedryk matigheidsgenootschap. Ook dat minister Z verdiende
bevorderd te worden tot ambteloos burger ... altemaal _right things on
their right places_, of _disederata_ daartoe strekkende.
Maar eilieve, we zullen toch niet van Engelsche wyzen hoeven te leeren
dat men geen kraamkind veldwachter maakt, dat minister Z op geen enkel
slot past, en dat men Y z'n roes niet kan laten uitslapen in 'n wieg?
Dit alles wisten wy reeds in Yankee's tyd, en zelfs vóór WILLEM den
Veroveraar. Ik bedoel den Normandischen WILLEM.
Er moet dus in dat gezegde _over de juiste plaatsing van personen_
--tenzy daarin géén zin hoegenaamd ligge--iets verscholen zyn, dat de
geestelyk-geringe man niet zoo terstond vat, en deze meening wordt
bevestigd door de koppigheid waarmee men die uitspraak handhaaft in
't bezit der bewyzen van haar Engelschen oorsprong.
De uitstekende X is dus veldwachter geworden.
--Dat doet me genoegen. Hy was twaalf jaren lang 'n voorbeeld van
dragondertrouw, geloof ik.
--Hm! Dàt is nu juist de reden van z'n benoeming niet. Hy reed nooit
te-paard.
--Hy heeft veel vrouwen en kinderen ...
--'t Kan zyn. Maar niet daarom werd hy aangesteld.
--Hy is «finaal» vry van sterken drank.
--'t Is mogelyk. Maar ... je bent er nog niet.
--Hy heeft weinig vrouwen en géén kinderen, maar zal trouwen met de
keukenmeid van den burgemeester?
--Dat is zyn zaak. Niet daarom is hy benoemd.
--Hy gebruikte Theophile's wonderbalsem. Z'n knevel zal alle dieven en
jachtstroopers schrik inboezemen.
--Mis!
--Ik geef 't op.
--Onnoozele! Raad nog eens!
--Hy, hy, hy ... ik weet het waarlyk niet.
--Och, m'n waarde oudmodische gearriëreerde allerbeste vriend ... je
bent honderd jaar ten-achter. X is ... _the right man on the right
place!_ Dat 's wat anders dan vrouwen, kinderen, knevels en 'n
keukenmeid!
Wie nu nog minder Engelsch verstaat dan 'n gepensioneerd Gouverneur-
Generaal, zou byna in verzoeking komen te gelooven dat die woorden
een onvertaalbaar tooverformulier inhouden, 'n verzekering dat X z'n
benoeming aan de wondervolle tusschenkomst van 'n beschermengel te
danken had, die in droomgezicht of donderwolk den burgemeester
verschenen was ...
Niets van dat alles. De heele zaak komt hierop neer, dat X geschikt
werd geacht voor die betrekking.
Eilieve, waarom drukken wy zoo'n eenvoudige begrypelyke Hollands-
menschelyke zaak in vreemde taal uit?
* * * * *
Ik herinner me hoe in 1842 de vriendin eener dame te Padang, die over
haar geringe afkomst werd gehekeld ...
«Haar vader was trompetter» had men beweerd.
... hoe die vriendien party-trok voor de gehoonde afwezige, met 'n
heftig:
Ja, maar ... 'n _Engelsche_ trompetter!
Dààrover werd gelachen. Men vond de verdediging even zot als de aanval
dom en kwaadaardig was. Doch, ik vraag u, Nederlanders, U die aldus
«volkerenwysheid» borgt van den vreemdeling, of ge niet wat al te
gastvry zyt in het onthalen van 't Engelsch trompetterskind dat we
hier onderhanden hebben genomen om 't 'n fatsoenlyke begrafenis te
bezorgen? Komaan, ik stel u voor, alle kinderen even lief te hebben
--van trompetters en anderen--maar juist dààrom geen onverdiende
hoogheid toetekennen aan vreemd kroost, en vooral niet _omdat_ er wat
trompetterigs bykomt.
Laat ons eenvoudig zyn, en nu-en-dan--als het te-pas komt, waarom
niet?--vorderen dat _ieder_ en _alles_ op de plaats zy, waarvoor _hy_
en _het_ geschikt zyn. En laat ons dit doen zonder 'n ophef alsof we
de diepzinnigste waarheid van de wereld verkondigen. Laten we daarby
de _leugen_ vermyden, klaterwaarde van _citaat_ optedringen aan 'n
uitspraak, zoo huisbakken-eenvoudig dat er geen geklater, geen
Engelsch en vooral geen trompet--ik spreek nu niet van hoofdartikel-
schryvery--by te-pas komt.
* * * * *
Indien ik hier m'n uitval tegen de pretentieuze afkomst van die
Padangsche dame besluiten mocht, had de heele uitval achterwege kunnen
blyven. Ik heb betoogd dat men zeer goed in 't Hollandsch zeggen en
doordryven kan, dat het nuttig is, ieder te plaatsen waar hy naar
gaven, karakter, fortuin, ouderdom, enz., tehuis behoort. En ... dat
men zich daarby niet behoeft te beroepen op exotische wyzigheid.
Welnu, ik mag na dit allergemakkelykst betoogje, _niet_ van dat
onderwerp afstappen. Want ik hoop opgewekt te hebben tot de vraag:
--Wanneer die Engelsche waarheid zoo eenvoudig voor de hand ligt,
vanwaar dan dat ze, alsof 't een diepzinnig spreekwoord was, kracht
van _tekst_ heeft gekregen? Er moet daarin toch iets meer liggen dan
in sommige andere spreekwyzen--«_mooi weer vandaag_» «_twee maal twee
is vier_» _de Nederlander is braaf_, enz. enz.--die we gewoon zyn in
't Hollandsch te zeggen. Beproef gyzelf eens, aan een lauw, dor,
banaal hoofdartikel schyn van gewicht te geven ...
--Zonder klinkers?
--Neen, zonder _scie_, zonder stoplap van dien aard.
--Ge erkent dus dat het Engelsch trompetterswicht 'n _scie_ is.
--Ten-naaste-by. Ik erken dat het zich wat te burgerlyk voordoet om
pretentie te gronden op vreemdigheid van afkomst. Maar vanwaar dan de
ophef? Er moet toch 'n oorzaak zyn waarom zoo'n ... _praatje_ fortuin
maakte. Men zou toch niet wanen of beproeven 't publiek te imponeeren
met elke andere banaliteit in vreemde taal uitgedrukt?
--Spreek toch niet te stout over wat men niet beproeven zou. Ik heb
waarlyk wel wanhopiger pogingen zien gelukken, om nòg gewonen wysheid,
nòg onbeduidender wawelpraat, als een onder SIS-tempels opgegraven
mysterie binnen-te-smokkelen in de gemoederen van lezers en hoorders.
Bron van oneindige kracht, uw naam is kwakzalverij!
Wie by de verheffing eener persoon tot eenig ambt, z'n tevredenheid
daarover zou te kennen geven door't aantoonen van de oorzaken die
zoodanige benoeming wettigen, heeft minder kans z'n overtuiging over
te gieten in de gemoederen der lezers, dan iemand die z'n oordeel
onder bescherming stelt van zoo'n als eerwaardig geykten term. En ...
de methode is gemakkelyker. Even als in de wiskunde met formules, wint
men een meestal lastige en daarom eens-vooral als geldig aangenomen
redeneering uit. Maar--_niet_ als in de wiskunde--voelt men soms
behoefte aan formules--zegge: _frazen_--om, onder valsch voorgeven van
overbodigheid, de aandacht van 'n _onjuiste_ redeneering afteleiden.
Op de vraag: «is die benoeming goed, nuttig, oorbaar, rechtvaardig?»
stelle men zich niet tevreden met 'n Engelschen deun, en zelfs niet
met 'n Hollandschen. De hoorder of lezer heeft recht op _aantooning
der gronden_ waarop de tevredenheid met zulke aanstelling berust. De
verzekering: «A, B, C, is de rechte man op de rechte plaats» is geen
_betoog_. Het is 'n uitspraak die--om _iets_ waard te zyn--betoog
_noodig heeft_.
Dat nu de velen die klank voor zin nemen, uit traagheid met zulke
klanken tevreden zyn, heldert nog geenszins op, waarom juist het hier
behandeld Engelsch gezegde zooveel onverdiend fortuin maakte. Er moet
nog 'n andere oorzaak wezen, die 't arme trompetterskind verhief tot
'n druk bereden stokpaard van krantenschryvers, en tot motto van dit
opstel. Een ongewone eer, waarlyk! Want inderdaad, het is na den val
der Fransche journalistiek--ieder zal toch nu wel erkennen, dat het
ongelukkig Frankrijk aan _frazen_ bezweken is!--'t is na de schipbreuk
der couranten-wysheid zoo gemakkelyk niet 'n redakteur bytestaan in
het _telle-quelle_ vertoonbaar maken van 'n hoofdartikel! De «deun»
die thans nog altyd, na 't bloedig _mene tekel_ aan de wanden der
redaktie-bureaux, moed, lust en kracht levert tot het voorzetten van
de ongezonde feestmalen waarop «Publiek» genoodigd wordt door de
Belsasars van de pers, moet machtige beschermers hebben ...
verdedigers van 't nobel gehalte dier Padangsche vriendin.
En ... de eer der plaatsing boven 'n stuk van my! Van my, die 't zelfs
versmaden zou my op GÖTHE te beroepen ter illustreering van de
waarheid dat twee meer is dan één, al zy 't dan dat die bekwame
_faiseur_ in z'n meer geprezen dan gelezen werken ontelbare zinsneden
levert, waarin waarheden van dergelyk gehalte triumfantelyk worden
verkondigd. Van my die m'n weerbarstig gemoed niet kan buigen tot 'n
eerbiedig: «hoe koud vandaag ... gelyk de groote dichtervorst zoo wél
gezegd heeft» of: «kiespyn is onaangenaam ... om de kernachtige
uitdrukking van een onzer meest onsterfelyke redenaars te bezigen.»
Waarlyk er behoort iets toe, om--als _right motto on the right
place_--boven 'n stuk van MULTATULI te staan ...
Daar begin ik waarachtig zelf te trompetten!
Het kind dat ik uitkleeden en begraven wilde, heeft zich van my
meester gemaakt.
Er moet iets achter steken. Die kracht ...
Ik zal 't u zeggen. Om nu over andere oorzaken van meer
ondergeschikten aard niet te spreken: 't onnoozel wicht heeft z'n
taaie levensvatbaarheid te danken aan ons wanbegrip over
SPECIALITEITEN.
Ook dat trompetterskind--van Hollandschen oorsprong ditmaal, of
nagenoeg--behoort uitgekleed en ten grave geleid te worden. Als we
daarin slagen, zullen we later wat minder last hebben van z'n
schreeuwerig kameraadje.
* * * * *
Het is 'n onbetwistbare waarheid dat SOKRATES eenmaal den jongen
ALCIBIADES 'n duchtig lesje heeft gegeven over z'n onbescheidenheid.
Onbetwistbare waarheden zyn de zoodanigen, die eens ergens als 'n los
vertellinkje geboekt werden, en later--liefst in 't Grieksch of
Latyn--'n deun geworden zijn, waarbij men _classiquement_ heel
fatsoenlyk zweren mag.
--Ik geloof er niets van ... zegt nu-en-dan de waarheidzoeker.
Maar hy vergist zich. Want:
't Is het kind van 'n Griekschen trompetter, roept de hartelijke
vriend van buitenlandsche waarheid.
En we buigen 't hoofd voor die deftige afkomst.
't Is dus wel degelyk waar, dat ALCIBIADES door SOKRATES
allerjammerlykst werd doodgeslagen met 'n bar: «m'n beste jongen, je
ziet wel dat _jy_ niet de rechte man op de rechte plaats zoudt zyn
voor die betrekking.»
Ik heb nu, om SOKRATES te binden aan de ekonomie van m'n prachtig
motto--dat wel wat mank gaat aan tautologie[1]--den man iets
gebrekkiger doen preken, dan naar we hopen z'n gewoonte was. De vraag
is niet of SOKRATES zich beter uitdrukte dan onze hoofdartikelschryvers.
De vraag is, wat er ontbrak aan de specialiteit van ALCIBIADES, om hem
zoo'n Engelsche behandeling op den hals te halen!
De goeie jongen wou magistraat zijn, en SOKRATES--misschien opgestookt
door de Jezuïten, maar PLUTARCHUS verzwygt dit voorzichtig--SOKRATES
wilde hem nog wat op-school houden, 't Was nog zoo heel lang niet
geleden, dat de kwajongen de straat van Athene met z'n lichaam
plaveide. En dan dat schandaal met dien hond!
Ik trek geen party voor ALCIBIADES. Maar ... ik protesteer tegen de
wijze waarop de ander hem z'n onbevoegdheid, zyn gebrek aan
_specialiteit_, voor de voeten wierp.
--Jy magistraat ... Jy? Komaan, zeg my eens, hoe hoog is het budjet
van den Staat?
Daar stond onze pretmaker. Hy had getold, gesold, gedold, gerold,
geknikkerd, geknibbeld en gebikkeld, buren geplaagd, nachtwachts dol
gemaakt ...
En ook by SOKRATES kollegie gehouden, dat is waar. Maar ... wat helpt
dit, als men na dit alles nog niet weet hoe groot de inkomsten van den
Staat zyn?
Gebrek aan _specialiteit_!
Ik vraag u, o SOKRATES, indien uw leerling eens, tusschen al z'n
guitenstukken in, de Atheensche begrooting had vanbuiten geleerd--'t
is niet zoo heel gewaagd, hiervan de mogelykheid te veronderstellen
--zoudt ge hem dàn uw stem hebben gegeven? Zou dàt 'n reden hebben
opgeleverd, om z'n _specialiteit_ aantenemen als behoorlyk gestaafd?
Och, SOKRATES antwoordt niet. Het is onaangenaam spreken met menschen
die dood zijn. Maar by-gebreke aan zyn antwoord, vraag ik den lezer,
of liever--om niet andermaal vergeefs te vragen--myzelf:
_Wat zyn specialiteiten_?
_Waar behooren ze_?
_Waar behooren ze niet_?
En ik--in weerwil der bemoeienis van «welwillende vrienden» nog steeds
niet geheel-en-al dood--zal antwoorden zoo goed ik kan.