O, in steen gehouwen Schoonheid, te midden
van het gedrang en rumoer der waereld
staat gij stom en stil, alleen en ongenaakbaar.
De groote Tijd zit bekoord aan uw voeten
en preevelt: "Spreek, spreek tot mij, geliefde,
spreek, mijn bruid!"
Maar uw spraak is in steen verslooten,
Onbeweegbare Schoonheid!"