LII.

Waarom doofde de lamp?

Ik hield er mijn mantel vóór, om haar voor

de wind te beschutten. Daarom doofde de

lamp.

Waarom welkte de bloem?

Ik drukte haar aan mijn hart in angstige

liefde. Daarom welkte de bloem.

Waarom verdroogde de stroom?

Ik legde er een dam door, om hem nuttig

voor mijn gebruik te maken, daarom droogde

de stroom.

Waarom brak de harp-snaar?

Ik trachtte haar een toon te ontwringen,

die booven haar macht was, daarom is de

harp-snaar gebrooken.

De Hoovenier · 第 73 / 106 题