Lief, mijn hart verlangt dag en nacht naar
de ontmoeting met u--naar de ontmoeting,
die is als de al-verteerende dood.
Vaag mij weg als een storm, neem alles
wat ik heb, breek mijn slaap oopen en plunder
mijn droomen. Beroof mij van mijn
waereld.
In die verwoesting, in de uiterste naaktheid
van den geest, laat ons dan één worden
in schoonheid.
Ach ijdele wensch! waar is deeze hoop op
vereeniging, tenzij in U, o mijn God!