XLVIII.

Bevrijd mij van de banden uwer lieftalligheid,

mijn Lief! Nu niet meer van deezen wijn

van kussen.

Deeze wolk van zware wierook benaauwt

mijn hart.

Oopen de deuren, laat het morgenlicht

binnen.

Ik ben in u verlooren, verwikkeld in de

plooyen uwer liefkoozingen.

Bevrijd mij van uw ban, en geef mij de

mannelijkheid weer, om u mijn vrij hart te

bieden.

De Hoovenier · 第 69 / 106 题