Ik heb u lief, Geliefde. Vergeef mij mijn
liefde.
Als een doolende voogel ben ik gevangen.
Toen mijn hart geschokt werd, verloor het
zijn sluyer en was naakt. Bedek het met
erbarmen, Geliefde, en vergeef mij mijn
liefde.
Als gij mij niet minnen kunt, Geliefde, vergeef
mij mijn leed.
Zie mij niet zijlings aan van uit de verte.
Ik zal terugsluipen naar mijn hoekje en in
't donker zitten.
Met twee handen zal ik mijn naakte
schaamte bedekken.
Wend uw gelaat van mij weg, Geliefde, en
vergeef mij mijn leed.
Als gij mij liefhebt, Geliefde, vergeef mij
mijn vreugde.
Als mijn hart wordt weggesleurd op den
vloed van geluk, glimlach dan niet om mijn
hachelijke veroovering.
Als ik op mijn troon zit en u beheersch
met mijn liefde-tirannie, als ik u mijn gunsten
gedoog als een godin, heb dan geduld met
mijn trots, Geliefde, en vergeef mij mijn
vreugde.