XXII.

De terugkomst.

Bij het station stonden de wagens al gereed.

De kinderen zagen ze in de verte reeds staan.

»Hoera, hoera, hoera!« riepen ze en ze wuifden tegen de wachtende

boeren.

Daar knarsten de remmen, een schok--en de trein stond stil.

»Welkom thuis,« zei Harms. »Hebben jullie plezier gehad?«

»Ja,« riepen verscheiden monden. En toen haastten alle kinderen zich

een plaats te zoeken.

»Wij komen weer bij u,« zei Jo tegen Harms.

»Wel, wel, halve dubbele twee, dat doet me plezier. Is de andere helft

misschien verloren gegaan?«

»Nee,« zei Kee, »hier zijn we al.«

En meteen stapte ze in den wagen.

»Ze waren bijna in Zwolle gebleven, Harms.« En Klaas vertelde, wat er

gebeurd was.

»Jonge, jonge, jonge,« zei de boer. »Zulke ondeugende nesten. Ja, ja,

die dames....!«

En hij schudde het hoofd,--maar hij lachte meteen.

Alle kinderen hadden een plaats gevonden.

»Klaar?« vroeg meester. »Ja! Vooruit dan maar!«

Meteen wipte hij op een wagen en daar ging het heen.

't Was een prachtige rit in den stillen avond.

De zon naderde de kimmen en bescheen alles met een rood licht.

Zelfs de weiden leken niet groen meer.

Het rosse licht flikkerde in de ruiten van de huizen langs den weg.

't Was eenig mooi.

En daarbij streelde een frisch windje de warme gezichten van de

kinderen.

»Hoe komt het, zal er niet gezongen worden? Of zijn jullie treurig,

omdat je naar huis teruggaat?« vroeg Harms.

»Nee, dat niet«, riepen de kinderen.

[Illustratie]

En, ze zongen op den stootenden, ratelenden, wagen tot ze niet meer

konden.

Eindelijk bereikten ze Breedega. Het geheele dorp was op de been.

Want iedereen wou zien, hoe vroolijk de kinderen terugkeerden.

Voor elke woning bijna werd »hoera« geroepen. En de dorpelingen riepen

even luid terug: »hoera, hoera!«

»Ziezoo, we zijn er«, zei Harms.

Alle wagens bleven stil staan en de kinderen stapten op den grond.

»Allemaal op de speelplaats«, riep meester. »We willen nog één liedje

zingen.«

Een paar minuten later stonden jongens en meisjes in twee groepen en

zongen met vroolijke stemmen een lied.

»Terugkomst« heette het.

En toen dat uit was, riep meester:

»Nu bedanken we nog even de mannen, die ons gebracht en gehaald

hebben.«

Daar daverde het heen:

»Lang zullen ze leven,

Lang zullen ze leven,

Lang zullen ze leven in de gloria.«

En toen zocht elk kind z'n eigen huis op, moe--maar tevreden.

[Illustratie]

Dubbele Twee: Leesboek voor het vierde leerjaar · 第 31 / 32 题