»Vooruit, zeg op!«
»We.... we.... zijn in een.... winkel geweest....«
»In een winkel! Schaam je je niet? Begrijp je niet, hoe ongerust we
waren? En jij.... jij....«
Meester begon ook te stotteren.
»En wat moest je in dien winkel? Snoepen?«
»Nee, meester,« klonk het zacht en half schreiend.
»Ja, nou zit je allebei met tranen in je oogen. Nou heb je spijt; maar
je had eerder moeten nadenken. 't Is geen manier van doen. Maar je
hebt nog niet geantwoord: wat moest je in dien winkel?«
»We hadden..... hadden..... nog..... niets..... voor moeder..... en
toen..... toen..... hebben we.....«
»Nou, nou, houd maar op, ik hoor het al,« zei meester.
Een poosje nog bleef het stil en drukkend in den wagen.
Toen zei meester: »Nu praten we er maar niet meer over....., omdat het
voor jullie moeders was..... Vooruit kinders, zingen!« Hij zelf zette
in en weldra stroomde een krachtig gezang uit de openstaande
portierramen.