XX.

Niet in z'n bloote velletje.

»'t Best zal wel zijn, dat je alles uittrekt«, zei meester eindelijk.

»En dan in je bloote velletje met ons mee«, riep een van de jongens.

Nou, dat was toch al te gek, vonden de kinderen. En allemaal lachten

ze, zoo hard ze konden. Jo zelf kon zich niet goed houden; hij

proestte het ineens uit. Maar dadelijk keek hij weer ernstig, want het

geval was naar genoeg.

»Nee«, zei meester, en hij lachte ook eventjes, »dat niet. Maar als Jo

z'n kleeren uittrekt daar achter dat boschje, dan kan ik ze voor hem

uitwringen. Als ze dan een uurtje in de zon liggen, zijn ze droog.

Jullie kunt wel doorgaan, want de juffrouw kent den weg evengoed als

ik.«

»Ja«, zei de juffrouw, »zoo kan het. En dan komen we straks weer hier

bij u langs.«

»Maar meester, dan ziet Jo den IJsel niet«, riep Klaas.

»Nee, maar 't kan niet anders, ventje!«

»Hij kan mijn jas wel aandoen, meester. Ik draag er nog een blouse

onder, zie maar!«

Klaas trok z'n jasje los.

»Aan een jas alleen heeft hij niet veel.«

Dat was waar.

»Maar als een ander hem nou ook wat geeft!«

Dat was een idee!

»Wie heeft wat over?« vroeg meester.

Een jongen was er, die z'n vestje wel een poos missen kon. Ook was er

een, die twee paar kousen droeg, omdat z'n schoenen wat groot waren.

»Maar een broek?«

Ja, die had niemand te veel.

»Als we deze goed uitwringen, kan ik ze wel dragen,« zei Jo.

»Laten we beginnen,« riep meester. »Geeft op, wat jullie over hebt.«

Toen gebeurde er wat vreemds. Een paar jongens trokken d'r kleeren

gedeeltelijk uit, net of ze naar bed gingen.

Even later verdween meester met Jo achter een boschje.

't Was een prachtig kleedkamertje. Zoo een had Jo nog nooit gehad.

Daar verscheen 't gezicht van meester om een hoekje.

»Maak z'n schoenen wat droog,« riep hij; »hier zijn ze.«

Klaas veegde ze met gras zoo goed mogelijk uit.

En een andere jongen droogde Jo's hoed wat af.

Daar kwam meester aan.

»Kan ook een van de meisjes haar schort missen?«

»Ik wel, meester,« riepen tien stemmen.

»O, Nel is er immers bij. Geef jij me jou schort maar!«

Nel deed het en meester verdween opnieuw in het groene kleedkamertje.

»Daar komen we aan,« riep hij na een poosje.

»Hoera!« riep een jongen.

»Hoera!« schreeuwden alle kinderen hem na.

En toen lachten ze, dat ze schudden.

Erg verlegen kwam Jo te voorschijn met z'n geleende kousen, z'n natte

broek, z'n te ruime jas. Maar het mooist was de schort, die hij droeg.

Die had meester om hem heen geslagen en nu kwamen de kantjes boven den

kraag van het jasje uit.

»Wat ben je deftig«, lachte Klaas.

»Een piekfijn heertje«, riep een groote jongen.

»Loop heen,« bromde Jo.

Maar al spoedig lachte hij met z'n reisgenooten mee.

»Maar nu de natte kleeren,« zei meester. »Weet je wat, we nemen elk

iets mee, en dan leggen we dat straks op den IJseldijk. Daar willen

jullie toch wel graag een poosje spelen, en dan kunnen de natte

kleeren intusschen droog worden.«

Zoo gebeurde het.

Een jongen liep met Jo's kousen, en een ander met z'n hemd, en nog een

ander met z'n jas.... 't Was een prachtige optocht, waarbij vroolijk

gezongen werd.

En weet je wat ze zongen?

Een liedje, dat ze zelf gemaakt hadden.

»Niet in z'n bloote velletje,

Maar in de schort van Nelletje,

Ha--hi, ha--ha, ha--hi, ha--ha,

Ha--hi, ha--ha!«

Op den dijk langs den IJsel lag spoedig alles uitgespreid. Het

zonnetje brandde er lekker op los en na korten tijd waren de kleeren

droog.

[Illustratie]

Jo dacht er niet eens meer aan. Hij speelde en joelde en draafde met

de anderen mee.

En daarbij staken hem steeds de kanten van Nels schort deftig boven

z'n jaskraag uit.

Meester en juffrouw zaten lekker in het gras. Toen Jo moe was, rolde

hij naast hen neer.

»Hè, ik zweet er van,« zuchtte hij.

»Wees maar wat rustig, anders gebeuren er nog meer ongelukken,« zei

meester. »Laat me je hand nog eens zien.«

»Nee, nee,« lachte Jo, en meteen rolde hij den dijk af.

»Maar ik heb toch gelijk gekregen,« riep meester.

»Dat hebt u,« zei Jo, »dat hebt u.«

En hij wentelde zich al verder en verder naar beneden, terwijl hij

zong:

»Niet in z'n bloote velletje,

Maar in de schort van Nelletje,

Ha--hi, ha--ha, ha--hi, ha--ha,

Ha--hi, ha--ha!«

Dubbele Twee: Leesboek voor het vierde leerjaar · 第 28 / 32 题