IV.

Naar buiten.

»Hoera, dat is echt!« riep Jo.

»Nou, of!« zei Nel.

Ze wipte van pa's knie en klapte in de handen. En toen pakte ze Jo

vast en danste met hem in 't rond. Precies een paar dolle kinderen.

[Illustratie]

»Ik zou wel tot den zolder willen springen, zoo blij ben ik«, riep Jo.

»Ik wel tot het haantje van den toren,« lachte Nel.

»Nou, zeg, als je dan neerviel.....«

»En wat zegt moe er van?« vroeg pa.

»Ik vind het heerlijk; maar ik had niet gedacht, dat het kon.«

»Het kàn, hoor! M'n broer blijft hier en wij gaan naar Friesland. Daar

zul je wel gauw heelemaal opknappen, moedertje!«

»Ik meende, dat het er nat en laag was«, zei mevrouw.

»In 't oosten niet; daar is de bodem hoog en zandig. En wij gaan naar

Breedega, en dat ligt in 't oosten. Ik heb er een huis gehuurd met

drie kamers en een keuken. En dan is boven nog een logeerkamertje.«

»Wanneer gaan we er heen, pa?«

»Als 't Mei is, Nel.«

»Dat duurt nog zoo lang«, zei 't meisje.

»Maar ruim drie weken meer.«

»Dat is erg lang; wat zeg jij, Jo?«

»IJselijk lang,« antwoordde Jo. »Hoe lang blijven we er, pa?«

»Tot de mooie dagen voorbij zijn. Als de herfststormen waaien, gaan we

naar Amsterdam terug.«

»Wat een lange tijd! En gaan we dan bij de boeren wonen?

En moeten we daar dan ook naar school? En hebben we een tuin; en

krijgen we konijnen; en mogen we visschen; en zijn er appelboomen;

en....«

»Ho, ho, ho,« lachte pa. »Wilden jullie de heele wereld misschien ook

hebben?«

»Nee pa, maar....«

»Ja, ja, je wou liefst alles hebben, en dan nog wat.«

Jo lachte en Nel lachte. D'r oogen schitterden van blijdschap. Ineens

grepen ze elkaar weer vast en sprongen opnieuw de kamer rond.

Daar zag Nel de piano.

»Moe, nou moet u spelen: »Naar buiten.« Dat hebben we zoo vaak

gezongen, als we in de stad bleven. En nou gaan we echt naar buiten.«

»Ja, moe; u spelen en wij zingen«, riep Jo.

Moe speelde den laatsten tijd niet veel: ze had er meestal weinig lust

in. Maar nu was ze ook vroolijk. Ze ging voor de piano zitten en

weldra klonk het:

[Illustratie: Naar Buiten.]

Naar Buiten.

Naar buiten, naar buiten,

De zon is in 't veld!

Ze trekt nu de spruiten

Door klonters en kluiten,

Ze lacht in de ruiten;

Naar buiten,

Naar buiten,

Naar buiten gesneld!

Naar buiten, naar buiten,

De lucht is zoo klaar!

De wind en de schuiten

Zijn blijde kornuiten;

De merelkens fluiten:

Naar buiten,

Naar buiten,

Hoe heerlijk is 't daar!

Naar buiten, naar buiten,

De wei is zoo groen!

De grasjes ontspruiten;

De bloemkens ontsluiten

De blaadjes: daar buiten,

Daar buiten,

Daar buiten,

Wat is er te doen?

Dubbele Twee: Leesboek voor het vierde leerjaar · 第 9 / 32 题