Ziedaar den te volgen weg, wel te verstaan voor de eerste periode van

de exploitatie, want dit werk van langen adem zal zijne verschillige

phasen beleven, ieder met eigen middelen van uitvoering. Engeland

heeft dit volmaakt begrepen, en reeds bezit het langs heel den

Beneden-Niger eene reeks van twaalf tot vijftien factorijen, handels-

of landbouwstatiën, onder elkander verbonden door eenen wel ingerichten

dienst van kleine stoomschepen. Het grootste getal dezer statiën

wordt bestuurd door verstandige, geleerde en eerlijke negers.

De eerst te maken propaganda is buiten kijf de handelspropaganda,

en de eerste missiën, welke men moet daarstellen, zijn

handelskantoren. Maar deze kunnen in een nieuw land niet met

vrucht ingericht worden, dan onder de leiding van wetenschappelijke

wroeters, de onderzoekingsreizigers. Wetenschap en handel: ziedaar

de twee hefboomen, welke Afrika moeten hervormen. De eerste zal de

wegen aanwijzen; de tweede zal ze openen. Want hetgeen er in Afrika

allereerst noodig is, dat zijn wegen, gemeenschapswegen.

En wanneer ik zeg hervormen, geef ik aan dit woord de breedst mogelijke

beteekenis, zonder dees of geen bepaald doel te beoogen, zonder meer

in 't bijzonder te willen spreken van de exploitatie, de beschaving,

de verchristening, dan van de afschaffing van den slavenhandel of de

uitbating der natuurlijke voortbrengselen. Afrika herscheppen, het

is, in de bedrijvigheid der wereld een deel geven aan dit continent,

ingesluimerd sedert het begin der tijden.

Dit is voorwaar! eene groote onderneming, waarvoor elkeen niet

anders dan belangstelling, sympathie en eerbied gevoelen kan. Zij zal

lang en moeilijk zijn, buiten allen twijfel; maar zulk vooruitzicht

schrikt den wroeter voor beschaving geenszins af. De geschiedenis is

daar om te bewijzen, dat al de overwinningen, waarop de menschheid

zoo rechtmatig fier is, haar langdurige krachtsinspanning en groote

opofferingen gekost hebben. Wat de moeilijkheid uitmaakt van een werk,

is er ook de grootheid van.

Het zal België alweder doen stijgen in den eerbied der natiën, die

edelmoedige en krachtdadige hulp, welke het bijbrengt in het werk

van Afrika. Indien het grootsche plan des konings de ondersteuning

blijft ontmoeten, die het verdient, mag men volkomen zeker zijn,

dat het eenmaal vrucht zal dragen.

Hoewel de wetenschappelijke en gastvrije statiën der internationale

vereeniging hoegenaamd geen handelskarakter dragen, brengen zij als

vanzelf den landbouw en den koophandel aan, benevens de uitbating der

rijkdommen van bosch en mijn. Het wetenschappelijk werk is slechts

de inleiding tot handelswerk. Het bijzonder initiatief des konings

heeft het eerste gedaan; aan het publiek, zich thans het tweede aan

te trekken.

België bezit de dichtste bevolking ter wereld, en zijn stoffelijk

fortuin is in evenredigheid met zijne natuurlijke voordeelen. Ons

volk kan er op bogen, tusschen de meest gevorderde natiën van Europa

geteld te worden, en het is met reden fier op zijne verstandelijke

ontwikkeling en bloeiende nijverheid. Het bezit, voor den uitvoer

van den overvloed zijner producten, eene der schoonste havens van

Europa, en het zal eene handelsvloot hebben, zoodra het zulks ernstig

zal willen. Bovendien bezit het hart en moed, want nooit is er te

vergeefs een beroep gedaan op de zelfopoffering en de dapperheid zijner

kinderen: iederen keer dat men tien Belgen gevraagd heeft voor een

post van eer, hebben er zich honderd aangeboden. Het heeft te huis,

bij der hand, alwat er noodig is om te slagen en de stoutste plannen

zonder aarzelen aan te vatten.

Dat België dus maar durve!

Dat het niet onverschillig blijve voor een vraagpunt, hetwelk op dit

oogenblik al de voortbrengende landen bezighoudt: het weze indachtig,

hoeveel voorspoed en ware grootheid Portugal, Spanje, Engeland en

Nederland niet te danken hebben aan de verre ondernemingen hunner

kinderen, en het lette op den Congo.

Indien België wil, kan het daar ginder, tot zijnen meerderen

roem zoowel als tot zijn meerder voordeel, eene der heerlijkste

menschverheffende en handelsondernemingen dezer eeuw tot stand brengen.

Het werk is begonnen, het wordt krachtig ondersteund en verricht door

eene keurbende van arbeiders.

Stanley, aan 't hoofd van een echt leger, zet de eerste houweelslagen

in 't westen. Zijne reusachtige pogingen werden eindelijk met den

besten uitslag bekroond. Hij heeft de zestig Livingstone-watervallen

overschreden en zijne tent geplaatst op de boorden van het

Stanley-Pool. De Belgische vlag wappert boven de poort der nieuwe

wereld.

Cambier heeft den eersten steen gelegd in 't oosten. Hiervoor heb ik

verteld, met welken edelen ijver en welke onwrikbare volharding hij

zich van zijne zending gekweten heeft.

Tusschen deze twee punten, Vivi in 't westen en Karema in 't oosten,

doorheen eene streek zesmaal zoo groot als Duitschland, vloeit de

machtige Congo, reusachtigste stroom der wereld, de prachtigste

baan voor de stoombooten van Europa, de grootste natuurweg van

Midden-Afrika.

Langs zijne wonderbare oevers liggen werelden te ontdekken, zijn de

edelste overwinningen te behalen, de meest verheven werken uit te

voeren, de rijkste oogsten te verzamelen...

Wie wil ze?

EINDE.

End of Project Gutenberg's Van Brussel naar Karema, by Wauters, Alphonse-Jules

Van Brussel naar Karema: Geschiedenis eener Belgische Kolonie in Midden-Afrika · 第 4 / 4 段