Domrémy.--Vaucouleurs.--Chinon.--Poitiers.
Il faut que tout écrivain, tout artiste, qui touche
à un tel sujet, apprenne à quel ridicule définitif il
s'expose, s'il s'éloigne de la simple et nue vérité.
Gabriel Hanotaux. »Jeanne d'Arc«.
De toestand, waarin Frankrijk verkeerde in de eerste dertig jaren van de
vijftiende eeuw, dat is dus even vóór en tijdens het leven van Jeanne
d'Arc, kan met één enkelen trek niet beter en vollediger geschetst
worden, dan met dit woord van Jeanne zelf: »grande pitié était au
royaume de France«. De toestand was erbarmelijk, de ondergang van het
wettige koningshuis scheen nabij.
Nadat Karel VI in het eind van de veertiende eeuw krankzinnig was
geworden, en dientengevolge de regeering aan zijne bloedverwanten had
moeten overlaten, was onder dezen een heftige strijd ontbrand over de
opvolging op den troon van Frankrijk.
In dezen krijg vinden wij aanvankelijk tegenover elkaar den Hertog van
Orléans, wiens troepen onder bevel staan van Bernard, graaf van Armagnac
en den Hertog van Bourgondië. Maar Bourgondië staat niet alleen en roept
de hulp in van zijn bondgenoot Hendrik IV, koning van Engeland. Na den
dood van Hendrik IV zet zijn opvolger Hendrik V den strijd tegen de
Armagnacs voort en vernietigt in 1415 in den slag bij Azincourt hun
leger en een voornaam deel van de Fransche adel. In 1419 valt Rouaan, ja
geheel Normandië in handen van de Engelsche veroveraars, en eindelijk
wordt bij het verdrag van Troyes, gesloten tusschen Isabeau de Bavière,
de vrouw van Karel VI, en Filips de Goede, met de Engelschen in 1420
Frankrijk aan Engeland overgeleverd. Hendrik V en de ongelukkige Karel
VI sterven in hetzelfde jaar 1422. De Engelschen en Bourgondiërs
erkennen den nog zeer jongen Hendrik VI als erfgenaam van den dubbelen
troon van Engeland en Frankrijk. Maar Karel VI had kinderen. Zijn
aangewezen en wettige troonopvolger was dus zijn oudste zoon, tevens
oudste kind, eveneens Karel geheeten. Deze dauphin was op zestienjarigen
leeftijd gevlucht naar het eenige deel van Frankrijk dat hem trouw
was, gelegen aan gene zijde van de Loire; daar werd hij te Bourges als
Karel VII gekroond. De strijd van den jongen koning tegen zijn beide
machtige vijanden scheen bijkans hopeloos; steeds drijven de Godoms (de
Engelschen) zijn troepen verder terug. De eene ramp volgt op de andere.
De bewoners van de steden, maar vooral die van het platte land, lijden
ontzettend onder deze oorlogen. De rondtrekkende legers zaaien overal op
hun pad dood en verderf, en kleinere, ongeregelde benden loopen heele
landstreken af, verwoesten den oogst, verbranden de dorpen, brengen
overal schrik en ellende. Nergens is men zijn leven een oogenblik zeker.
Dag en nacht moet men zich gereed houden, om op het eerste alarmgelui
zijn have en goed te verdedigen of zich uit de voeten te maken.
Zoo is de toestand in Frankrijk als in de eerste maanden van 1429 een
meisje van zeventien jaar aan het hof van Karel VII verschijnt en den
koning belooft Frankrijk te zullen redden. Zij komt van Domrémy, haar
naam is Jeanne d'Arc.
* * * * *
In den nacht van den 6en Januari 1412, dus in den nacht van het
Driekoningenfeest, werd Jeanne d'Arc te Domrémy geboren. Dit is het
simpele, geschiedkundige feit, maar wij willen volledigheidshalve
melding maken van het gerucht, dat zich op het oogenblik van de geboorte
van Jeanne, een gevoel van ongekende en geheimzinnige vreugde meester
maakte van de bewoners van hare geboorteplaats, en alle hanen eensklaps
lustig begonnen te kraaien; dat behoort natuurlijk thuis op het gebied
van de zuivere legende en wij laten het voor rekening van den
dichterlijken uitvinder.
De ouders van de kleine Jeannette, zooals zij in de eerste jaren
genoemd wordt, zijn Jacquot d'Arc, wiens naam destijds uitgesproken werd
d'Aï, en Isabelle Romée. Zij hebben behalve Jeanne nog vier kinderen,
drie zoons, Jacquemin, Jean en Pierre en een dochter genaamd Cathérine.
Jacquot d'Arc is een eenvoudig burgerman, met een kleinen veestapel en
een stukje bouwland, maar in zijn dorp geniet hij eenig aanzien, hij
is deken van de gemeente, commandant van de wacht, en draagt zorg voor
de bewaking van de gevangenen. De moeder van Jeannette is een brave,
vrome vrouw. In 1429 neemt zij deel aan een pelgrimstocht naar het
heiligdom van Notre Dame du Puy-en-Velay, en enkele geschiedschrijvers
meenen zelfs dat zij den naam Romée te danken had aan een vroegeren
pelgrimstocht naar Rome. De vervulling van hare kerkelijke en
godsdienstige plichten belet haar niet haren kinderen een voor dien tijd
behoorlijke opvoeding te geven. Als Jeanne later voor hare rechters
verklaart, dat zij zich in de kunst van naaien en spinnen durft meten
met elke vrouw in Domrémy, dan is dit een compliment aan hare moeder,
die haar deze zaken geleerd heeft. Nog leerde de moeder haren kinderen
de voornaamste gebeden, het Ave, het Pater noster en het Credo, en dat
was al. Jeanne leerde lezen, noch schrijven, zij kende A noch B, zooals
zij het zelf later uitdrukte, maar dat was niets bijzonders, dat had zij
gemeen zelfs met zeer veel hooggeplaatste adellijke heeren en voorname
dames van dien tijd.
[Illustratie: Het geboortehuis van Jeanne d'Arc te Domremy, zooals dit
thans nog bestaat.