Hoogachtend,
n. d. N. T. V.:
Uw dr.,
A. v. d. HORST.
Amsterdam, 4 Januari 1899.
Den WelEd. Heer
A. v. d. Horst,
President-Directeur der „Nederlandsche
Tooneelvereeniging”,
Alhier.
Geachte Heer!
Het doet mij genoegen dat de heer Franken, hoofdcommissaris van
politie, wiens critische bekwaamheden op letterkundig terrein ik
volkomen erken, zulke bescheiden wijzigingen verlangt. Ik ben het
met U eens dat geen der drie gezegden eenig protest, laat staan
„rustverstoring” ontlokte tijdens de 5 eerste voorstellingen. Om
echter in Uw belang te voorkomen dat ’s heeren Franken’s inzichten
zich plotseling mochten verwerkelijken—de wegen der politie zijn
ondoorgrondelijk—zal ik morgenavond vóór de voorstelling dezen
„Groben Unfug” verwijderen. Waarom zouden wij mijn litterairen
collega Franken ’t pleiziertje misgunnen?
Zeer de Uwe
Herm. Heijermans Jr.
DE SCHOONE SLAAPSTER
VERBEELDINGS-SPEL IN DRIE BEDRIJVEN, EN IN RYTHMISCH PROZA.
DOOR
HERMAN HEIJERMANS.
Het recht van opvoering voorbehouden volgens de Wet van 28 Juni 1881.
De bedoeling van dit Verbeeldings-spel, met de oude lompheid en
oppervlakkigheid door het gros der critiseerenden ontvangen, is deze:
de Schoone Slaapster (het volk) wordt door Sero (den Socialistischen
Uilenspiegel) en door het geweld van den machthebber, den Regent,
gewekt. De zeer-ironische bijvoeging (in Holland moet men zich van
doorzichtige grapjes speenen): „Het spel geschiedt nergens—tijd
onbekend”, die bijvoegìng meende natuurlijk: „Het Spel geschiedt heden
ten dage en overal.”
Moge de lezer dit werk met eenige meerdere aandacht volgen dan de
scribenten, die nog niet tot het besef zijn gekomen, dat men ernstigen
arbeid minstens ook even gelezen dient te hebben.
(Uit de „Nieuwe Gids” van April 1910).
Voor de eerste maal opgevoerd te Amsterdam, op 24 December 1909.