ZEVENDE TOONEEL.

Sachel.

(staat op—bevoelt de pennen der luiken—bonst zich voor ’t hoofd). Hij

was op vannacht—En—èn die mèid was op—Ze waren sámen op—Sámen—Waarvoor

waren ze op? Waarom heit de sjikse gehuild?

(EINDE VAN HET EERSTE BEDRIJF).

Verzamelde Tooneelspelen en opstellen-over-tooneel, deel 1-2 · 第 106 / 167 题