Dr. Linden, Annie.
DOKTER. (komt door gangdeur geaffaireerd binnen, blijft lachend staan,
loopt op de teenen naar de linkersuite, waarvan een deur aanstaat,
luistert naar Annie, die het kind in slaap zingt... „’s Avonds als ik
slapen ga, loopen me zestien engeltjes na: twee aan mijn hoofdeind,
twee aan mijn voeteneind”...—hij zit er lachend bij neer—... „twee aan
mijn rechterzij, twee aan mijn linkerzij...”).
DOKTER... (invallend, terwijl zij zwijgt)... Twee, die mij dekken,
twee, die mij wekken....
ANNIE... Suscht! ’k Heb zoo’n moeite met ’r! (kijkt nog even in de
kamer, sluit de suitedeuren)... Hoe kun je ’t over je hart krijgen ’t
kind wakker te maken en me zoo te laten schrikken!
DOKTER. Is dat je goeien middag? (zij omhelst hem). Nu was je toch wéér
bezig, wijf, om die hobbelwieg heen en weer te duwen!
ANNIE... Ze was zóo lastig! Wou per se niet gaan slapen....
DOKTER... Ja, ja—dat eindigt met ’n fopspeen, als ik ’r ’t oog niet op
hou!—Wijf, wijf: hoeveel honderd keer moet je ’t nu nòg hooren: niet
opnemen, niet in de handen nemen, als ze huilen! (geeft haar een
zoen)... Vannacht, toen je dacht dat ’k sliep, ben je ’r ook uit
geweest... (tweede zoen)... Dat duurt tot ’k Til en de wieg ’s nachts
op de logeerkamer stop—en de deur op slot....
ANNIE... Hahaha! (schrikt—beluistert de suitedeur).... Nee, Goddank!...
’k Durf de kamer gewoon niet uit gaan!... Zoo’n bord pap heeft ze—zóó’n
bord... Wat zoek je, Jan?
DOKTER... Waar heb ’k vanmorgen de staten... Waar heb ’k....?....
ANNIE... Je brandt je—vlak bij je neus...
DOKTER... (’n boek van de kleine tafel bij den erker nemend)... Merci.
ANNIE... Zou je niet één seconde gaan zitten? Presseert ’t op ’n halve
minuut?
DOKTER... Op ’n kwart. Consult met Deen. (op z’n horloge kijkend)...
Drommels!... (wil heen).
ANNIE... Toe, akeligheid: nog geen kwartier ben je thuis gebleven!...
En van ’n consult weet ’k niks! Wor ’k buiten àlles gehouen?
DOKTER... Consult voor Ninette van Walden...
ANNIE... ’t Dochtertje van Charles?...
DOKTER... Ja, ja—hou me niet langer op, wijf!... Is vanmorgen vroeg
geopereerd... (tot Hope, die de gangdeur doorkomt)... Vertel jij ’t
resteerende, Hope, hè?... Dag wijf!... En van de wieg afblijven! (af).