VEERTIENDE TOONEEL.

Dolf, Kelner.

KELNER (de plats neerzettend). Un chateaubriand exquis, monsieur....

Quel vin est-ce que monsieur désire?

DOLF. Niemendal! Uitrukken!... En je een beetje gepaster tegenover de

verpleegster gedragen, ventje! Begrepen?... Jij heb behoorlijk te

kloppen, als ’n dame bezig is zich te kleeden! Mond houen! Mond houen,

kwast van ’n kerel!—en anders stuur je je patroon maar hier! Wacht je

ergens op? Bonjour dan! (Kelner af—hij bindt de servet voor, begint te

eten—tot Hope). Zoo. Nu éét je ’n stukje mee—’k zal je couvert

klaarzetten.

Verzamelde Tooneelspelen en opstellen-over-tooneel, deel 1-2 · 第 56 / 167 题