Dolf, Charles, Hope.
DOLF (kijkt het boek van Hope in, leest ’n moment, glimlacht, bladert
verder, houdt ’n bundeltje gedroogde viooltjes tusschen de vingers, zit
in nadenken, klapt het boek vroolijk dicht, schenkt zich een glas
champagne in, drinkt dat snel leeg, herneemt het boek, bekijkt nog eens
aandachtiger de gedroogde viooltjes, schrikt, sluit het boek, wacht tot
Hope de deuren dichtgeschoven heeft). Nou? Hoe vond je mama?
CHARLES. Dezelfde van vroeger.—Als ze morgen zoo is, reis ik weer
rustig af.
DOLF. Je zegt dat of ’r iets voorgevallen is—Zoek je wat Hope—juffrouw
Hope?—Daar ligt ’t.... (overhandigt haar het verlegde boek).
HOPE. Dank u. (zet zich in den leunstoel voor ’t raam—leest met
bedoeling).
DOLF. Heb je iets, Charley, boy? Zeldzaam hoe jij zónder snor op die
dominee-met-’t-wratje lijkt, hahaha!
HOPE. ’n Beetje zachter, meneer—mevrouw zou gaan slapen. Dat lachen is
te hooren...
DOLF. Ik dacht dat jij zat te lezen... Nou Charley, hoe heb ’k ’t met
je?... Ga je zoo gezellig heen?
CHARLES (kalm). Grootmama sprak ’r van waar Hope bij was—ik hoef me dus
voor Hope niet in acht te nemen—’r hindert me inderdaad wat! (tot Hope,
die naar haar kamer gaat). Je hoort toch, dat ’k voor jóú geen geheimen
heb...
HOPE. Praat u liever zonder ’n vreemde ’r bij.... (af).
CHARLES. In elk geval kan ’k nu vrijer m’n opinie zeggen.... Oom
Dolf—hoe ù doen zal, weet ’k niet, maar ik zal me ’r deze keer beslist
nièt bij neerleggen....
DOLF (droog). Money-matters?
CHARLES. Geldzaken ja. Grootmama heeft de intentie de Stichting, die al
zooveel nutteloos geld verslonden heeft—geld niet te berekenen!—’n
enorm legaat te vermaken—En omdat dat wettelijk zonder uw en mijn
toestemming niet kan, niet mag, vroeg ze me of ik ’r voorloopig belóven
wou met ’n beschikking van dien aard genoegen te nemen....
DOLF. En?
CHARLES. Ik heb ’r in deze situatie niet dadelijk willen weigeren—’r
enkel gezegd dat de dokter veel praten verboden heeft, dat we morgen à
tête reposée... niet waar—vindt u niet?
DOLF. Ik vind dat verschuilen achter ’n doktersadvies niet bepaald
recht door zee—niet straight forward, Charley... Hoe groot zou dat door
ons goed te keuren legaat moeten zijn?
CHARLES. ’n Rente van ’n halve ton per jaar—dat is schappelijk berekend
ruim ’n miljoen....
DOLF. Tegen vijf procent—en die maak je niet op soliede manier....
CHARLES. Met wat ’r al in de historie zit, wordt ’n fortuin, ’n
fortuin, verkwist—Ik kom voor Ninette op—ik dènk ’r niet aan, dènk ’r
niet aan—de excessen van grootmama, dat links en rechts „weldoen” met
geld dat welbeschouwd ’t hare niet is...
DOLF. Ho. Ho. Niet zoo galopeeren. ’n Beetje maat houden in je edele
verontwaardiging, Charley.....
CHARLES. Met genoegen, maar alsjeblief niet die hinderlijke toon, oom,
of ’k nog de jongen van de kostschool ben...
DOLF. Jij schiet vanavond met iets anders dan los kruit, neefje....
CHARLES. Des te beter. ’k Heb lang genoeg over me láten beschikken....
DOLF (koel). Toch niet door mij, wel?
CHARLES. Door u?... Och u... (verbitterd). U had andere zaken en
bezigheden dan naar mij om te kijken....
DOLF. Ik zei je al, toen je me ’t portretje van Ninette liet zien, dat
jij van nuances van hatelijkheid schijnt te houden.... Snip pleegt daar
ook in den vroegen morgen specialiteit in te zijn....
CHARLES. Merci voor uw ernstigen toon, oom. Maar ik verzoek u er nota
van te nemen dat ik weiger—in ronde woorden weiger....
DOLF. Ik heb je toch niets gevraagd? Wil je zoo ridderlijk zijn zelf ’t
woord te voeren?
CHARLES. Dat zal ’k. En om onaangenaamheden te ontgaan, lijkt ’t me ’t
beste ’t antwoord uit Trouville te schrijven....
DOLF. Jawel. Maar doe ’t aangeteekend. Dat is meer businesslike,
zakelijker, verstandiger—brieven kunnen zoek raken....
CHARLES. ’t Zal toch heusch tijd worden, oom, dat u minder ironisch met
me omgaat.... Grootmama heeft me naar die ellendige kostschool
gezonden—grootmama heeft ’n vrouw voor me uitgezocht—heeft ’t huwelijk
bedisseld....
DOLF. Jij begint los te komen of je mishandeld ben geworden—of je vrouw
’n last voor je is....
CHARLES. Daar blief ’k mijn gedachten over te hebben. Ik zeg alleen,
dat de grens bereikt is—ik laat niet disponeeren over....
DOLF.... Je erfdeel—ouwe, beminnelijke familie herrie, wanneer ’t
zoover is.... (hard). Maar ’t is gelukkig nog niet zoover.... ’t Spijt
me Charley, dat de eerste keer dat je eens prettig met me uitpraat—dat
je gezicht ’n andere dan de bekende plooi heeft—dat je minder
gereserveerd doet—dat je net die éérste keer zoo ongegeneerd van stapel
loopt, terwijl ’t goeie, beste, onzelfzuchtige mensch, dat menig
nachtje bij je opgezeten heeft, toen jij nog nièt ’t „goddelijk oordeel
des onderscheids”, dat je nu bezit, had, mogelijk in ’r laatste uren
ligt te becijferen, wat ze voor derden nog doen kan.... Fidonc. Je ben
’n egoïst lid, om zoo onsmakelijk je zelfstandigheid op te vatten!
CHARLES. Egoïsme schijnt ’n familietrek, oom... Ik heb u nooit minder
getaxeerd... Au revoir. ’t Is beter ’t gesprek niet voort te zetten
(bij de deur). Ik zal grootmama schrijven.
DOLF. Aangeteekend, jongen! (loopt grimmig op en neer, schelt—klopt aan
Hope’s deur).