EERSTE AFDEELING.

(Het tooneel ver-beeldt het pothuis van een kruier, laag van

verdieping, met een vervelooze binten-laag. In den haveloozen,

gecementeerden achtermuur bevindt zich een langwerpig tuimelraam met

vale gordijnen. In den hoek, rechts van achterwand en zijwand, een

ombuigende trap met onderdeurtje, tot de straat toegang gevend. Tegen

die trap aan, langs de rechterzijwand, twee bedsteden. Onder het

tuimelraam een ijzeren ledikant. In den linker-hoek van achterwand en

zijwand lijnen waaraan de wasch te drogen hangt: heel voor een slap

gespannen beddelaken. De linkerwand, met een verschoten behang, toont

naden van gespleten planken. In het derde plan van die wand de afvoer

voor de gebarsten potkachel. Daarnaast, tweede plan, een ladenkastje

met heiligebeeldjes. Tegen het beschot, éérste plan, een lompe tafel,

waarboven een flauw-brandende petroleumlamp. Meer naar de zijde der

bedsteden een kleinere withouten tafel, die voor werkbank dienst doet

en door een eind kaars in een flesch belicht wordt. Aan de bovenbinten

hangen eenige kleinere takels. Late Februari-middag. Zwakke schemer

door de gordijnen van het tuimelraam).

Verzamelde Tooneelspelen en opstellen-over-tooneel, deel 1-2 · 第 8 / 167 题