Als iemand een toovermiddel wil leeren van den toovenaar, dan gaan
zij te zamen naar het inheemsch kerkhof, zij dragen een kieken in de
handen. De toovenaar heeft zijn zak toovermiddelen, hij hangt hem op
de schouders en zij trekken op.
In den nacht alleen, gaan zij daar. Hij, die wil toovenaar worden,
gaat op een hoek van 't kerkhof staan, en de toovenaar op een anderen
hoek. Dan beginnen zij op den grond met hun handen te kloppen.
De toovenaar spreekt, alzoo: Sta op, sta op! Zijt gij doof?
Dan neemt hij palmwijn, besproeit het graf, waarop hij staat, en
besproeit ook de andere graven.
Hij neemt aarde in 't midden van het graf, bestrijkt er een tooverbeeld
mede, neemt palmwijn, giet hem op het graf, neemt weer roode aarde,
bestrijkt er de borst van 't tooverbeeld mede, en daarna bestrijkt
hij het gezicht van 't tooverbeeld met kalkaarde.
En alzoo komen zij terug naar 't dorp. De toovenaar, als hij in
't begin van 't dorp gekomen is, begraaft het tooverbeeld, alzoo:
Laat ons gaan, uw meester ik.
En zij komen tot in 't dorp, zij nemen een haan, die kraait;
zij snijden hem den kop af, en 't bloed laat hij loopen op de
toovermiddelen. Hij neemt een weinig bloed, en hij doet het aflekken
door dengene, die de toovermiddelen wil ontvangen.
Daarna zegt de toovenaar, alzoo: Wel nu, kom, wij regelen het
toovergeld dat gij mij moet betalen. Mijne toovermiddelen kosten tien
stukken van vijf frank.
De jongeling, alzoo: Neem er twee.
De toovenaar, alzoo: Geef er vijf.
De jongeling: Neem er drie.
En de toovenaar neemt dit aan, en hij zegt: Wel, ga een haan halen
die kraait, die gaat met mij mee en eene geit.
De jongeling haalt den haan en de geit, en hij geeft ze aan den
toovenaar. Indien hij ze niet bezit, dan stelt hij den dag, waarop
hij zal betalen.
Dan neemt hij het toovermiddel, en hij geeft het aan den jongeling. En
met dit toovermiddel kan de jongeling ook een soort van ziekte heelen.
Want voor iedere ziekte is er een ander toovermiddel.
Songia.