Indien iemand aan eene verstopping lijdt, gaat de toovenaar een soort
van plant halen, dat men ngewo noemt. Hij legt het in een flesch;
hij doet er palmwijn in en hij laat den zieke dezen drinken.
Als hij gedronken heeft, dan begint de buik te loopen en te loopen. Als
het over is, dan neemt men een ei, men maakt het gereed, men haalt een
stokje in den vorm van een kruis, waarop men drie kleine maniokbrooden
legt, en men spijst den zieke.
Dan geeft men zeven en twintig mitakos aan den toovenaar.
En hij trekt op.
Songia.