DE REIZENDE MIEREN EN DE KLEINE MIEREN [10]

De reizende Mieren waren aan 't twisten met de kleine Mieren, en zij

zegden: Laat ons onze krachten beproeven. Wie kan er de huid van een

mensch stelen, om ze op onze trommel te spannen?

De kleine Mieren namen het aan, en zij zegden: Laat ons 't

beproeven. Wij kunnen het.

Daarna speelden de reizende Mieren de oorlogstrommel [11], vereenigden

hunne bende, telden de soldaten, hunne tanden scherpten zij, om te

gaan oorlog voeren met de menschen.

En zij gingen. Dicht bij 't bosch kwam er een heele bende menschen aan,

die naar de markt gingen.

De reizende Mieren stonden recht, bleven zich vasthechten aan de

voeten van de menschen, om er een huid van een mensch af te stroopen.

Maar de menschen begonnen met hunne voeten te stampen: stampten de

reizende Mieren plat, traden er over met kracht, en gingen voorbij

zonder eenig letsel. De reizende Mieren waren de pooten afgesneden,

waren de keel af, gekneusd, gingen uiteen in 't hooge gras, en gingen

alzoo terug naar hun dorp.

De kleine Mieren hadden hun verstand uitgedacht. Aan den oever eener

rivier dicht bij zijn dorp, ging een mensch zijne wonde afwasschen.

De kleine Mieren gingen hem volgen; de huid van zijn wonde die hij

liet liggen, namen zij op, droegen haar, en spande ze op hun trommel.

De groote Mieren, toen zij afkwamen, vol verwondering: Onze krachten

zijn niet gelijk aan de krachten van de menschen.

Maar de kleine Mieren toonden hun trommel en zegden: Verstand is

genoeg, wij zijn gewonnen.

Kisantu.

Uit den Kunstschat der Bakongos · 第 23 / 153 题