- Wie weet? wie weet?" schertsten de ouderen, in 't sissend geschuifel
der sikkels.
Dat "vrije koewachter gemoakt worden" was een vreeselijk iets, de schrik
van alle jonge boerenknechts, die voor het eerst mee hielpen oogsten.
Dat gebeurde wanneer de maaier er niet meer in slaagde de vrouwen, die
hem op de hielen volgen, een voldoenden voorraad afgemaaide aren te
bezorgen. Zoodra het haar gelukte "te binden in zijn kloefen", m.a.w. de
aren van onder zijn voeten op te rapen, vlogen zij allen op hem af,
wierpen hem omver in 't koren, trokken hem met geweld de broek uit, en
joegen hem zoo, onder wild gelach en geschreeuw, naar de hoeve. Dat
heette "vrije koewachter gemoakt worden," de grootste hoon, die aan een
boerenknecht te beurt kan vallen.
En van lieverlede kwam het Bauwke voor of een complot van dien aard
onder de vrouwen tegen hem beraamd werd. Het was, achter zijn rug, een
voortdurend gefluister, en een gesmoord gelach, en bedekte zinspelingen,
terwijl hij ze hoorde hijgen van haast en inspanning, om hem te
achterhalen. Na elken pikslag hoorde hij het druk geschuifel harer
naderende voetstappen over de stoppels; en de "stuiken", in overijling
opgebouwd, wierpen soms, tot vóór zijn voeten, hun meer en meer
vooruitdringende schaduw-silhouette. Toen spande hij, in uiterste
wilskracht, al zijn vermogen in, en druipend van 't zweet, het hoofd
duizelig en de oogen beneveld, rukte hij door de blonde golving der aren
voorwaarts, als een die vlucht om 't leven door een woud, waar hij met
de bijl zijn weg moet banen. Hij wilde geen "vrije koewachter gemoakt
worden", en evenmin wilde hij zijn zwakheid erkennen door den arbeid te
staken. Hij wilde zegepralen, de twintig frank per maand verdienen die
hij beloofd had aan zijn moeder; en hij voelde dat hij zegepralen zou,
als hij 't nog maar enkele dagen vol kon houden.
De zondag kwam, een rust van vier en twintig uren. Want per uren, per
minuten soms rekende hij den rusttijd, in tegenstelling met den
arbeidstijd, dien hij per dagen en per weken telde. En zóó vreeselijk
had die eerste week hem reeds afgemat, dat zijn moeder van hem schrikte,
toen zij hem terug zag.
- O, kind, ze doen ou boven ou macht wirken!" riep zij angstig uit. En,
door een plotselingen argwaan aangegrepen:
- Willen z'ou meschien vrije koewachter moa-ken?" vroeg ze dringend.
Een hevig rood kleurde bij die onverwachte vraag Bauwke's bleeke,
ingezakte wangen; maar hij staalde zich met wilskracht, en antwoordde
trotsch-minachtend.
- Nie, zulle, doar 'n ben ik nie schouw 1) van!