Als geranselde doggen dropen zij af.--

"Ik heb ze aan de deur gezet," zei Jansen in de keuken.

Anna boog zwijgend het hoofd.

"Als ik die den rooden haan niet een keer op het dak jaag," zei

Willem Stoffels tot zijn kameraad, met een vloek als naar gewoonte,

"dan wil ik stikken!"

Zoo ging hij zijns weegs, het donker in.

Onder den rook der mijn Eene novelle uit Limburg · 第 19 / 22 题