I
_Tiflis_, 19 Augustus 1886.--Op den middag van den derden Augustus over
de boulevards te Parijs wandelende, de hitte ondragelijk te vinden, en
om die te ontvlieden een kaartje te nemen voor den exprestrein, welke
dien eigen avond naar de Levant vertrekt; dan, als in een droom, dwars
door Duitschland heen te vliegen, in ijlende vaart den geelachtigen
Donau af te zakken, de stormen van de ongastvrije Zwarte-zee te
trotseeren; onder de geduchte batterijen van Batoem aan wal te
stappen; van verre de besneeuwde toppen van den Kaukasus te groeten,
en eindelijk halt te houden te Tiflis, waar het nog veel heeter is dan
te Parijs:--dit is een zoo gewoon incident in het gejaagde leven van
onzen tegenwoordigen tijd, dat niemand daar iets vreemds in zal vinden.
Maar, in plaats van, naar het voorbeeld der Russen, het einde
van de brandende hitte af te wachten in een dier verrukkelijke
zomerverblijven, als Börsjom of Kadsjor, dan vrijwillig nog verder
zuidwaarts te gaan, waar bijna in letterlijken zin vuur van den hemel
valt:--dat is minder gewoon en ook minder verstandig. Voor de derde
of vierde maal reeds neem ik mij vast voor, zoo iets niet weer te doen.
_Bakoe_, 2 September.--De _otkrytiji-list_, de pas waarbij mij het
reizen in de transkaspische provinciën wordt vergund, is zoo juist
van Sint-Petersburg aangekomen. Dat mij die vergunning, welke niet
aan alle vreemdelingen wordt toegestaan, is verleend, heb ik te danken
aan de welwillende tusschenkomst en de veel vermogende voorspraak van
den gouverneur-generaal van den Kaukasus, prins Dondoukow-Korsakow,
en van zijn kabinetschef, den generaal-majoor Schepelew. Nu, een
vriend van Rusland als ik ben zal daar geen misbruik van maken:
ik durf den gouverneur van Bakoe, die mij het stuk ter hand stelt,
daarvan gerust de verzekering geven.
Het is middag en de boot zal ten één uur vertrekken. Op de kaai en
op het dek van de _Grootvorst Constantijn_ wemelt het van inlanders,
waaronder vooral de Perzen en Armeniërs, met hunne lange, ver van
zindelijke jassen, hun steenroode baarden en hunne reusachtige
zwarte mutsen van schapenwol, de aandacht trekken. Zouden wij nog
den tijd hebben, ons valies te pakken, in der haast een ontbijt
te gebruiken, en toch tijdig aan boord te zijn? Dat is gansch
niet onverschillig, want de boot vaart maar tweemaal per week,
even als er op den transkaukasischen spoorweg, in elke richting,
maar één personentrein per dag rijdt. Zeer waarschijnlijk zal dit
binnen kort anders worden: het zwaartepunt van het russische rijk
zal zich wel, door den loop der gebeurtenissen, naar het Oosten
moeten verplaatsen. Maar in het tegenwoordig tijdperk van overgang
moet men zich wat behelpen. Intusschen, een verlies van drie dagen
is niet meer in te halen: wij moeten ons dus haasten. Gelukkig zijn
de russische stoombootmaatschappijen even beleefd en voorkomend als
de regeering: eerst als de laatste passagier aan boord is, wordt de
bel tot vertrekken geluid. Tien minuten later zijt gij in het ruime
sop en ontplooit zich voor uwe oogen het panorama van Bakoe.
Verbeeld u eene ruime golf, omringd door geelachtige, rotsige,
kale heuvelen zonder een spoor van groen. Aan uwe linker hand,
naar het westen, verrijzen amphitheatersgewijze de grauwe huizen
van Bakoe, over eene uitgestrektheid van vijftienhonderd el; boven
de tegenwoordige stad ziet ge verschillende begraafplaatsen; vlak
tegenover u schijnt in de verte een vreeselijke brand te woeden:
dat is de zoogenoemde zwarte stad, waar de petroleumfabrieken zwarte
stinkende rookwolken naar den blauwen hemel omhoog zenden; eindelijk,
aan uwe rechter hand, strekken zich de vlakke, kale, onbebouwde oevers
uit van het schiereiland Apsjeron, waar het onderaardsche vuur tal van
gas- en slijkvulkanen in werking houdt. Bakoe, Baïlow, villa Petrolia,
zijn misschien heerlijke verblijven voor industrieelen en kooplui, maar
de beminnaars der schoone natuur doen beter, er niet heen te gaan. Deze
woeste onherbergzame kusten rijzen en dalen beurtelings door de werking
van onderaardsche krachten, waarvan men zich eigenlijk geen rekenschap
kan geven; het eilandje Nagin, waar ge langs vaart, heeft zich van
den vasten wal afgescheurd en dreigt in de golven te verzinken. De
Kaspische-zee zelve is mede onderhevig aan die vertikale golvingen
en bewegingen, die deze gansche onmetelijke landstreek hebben ten
onderste boven gekeerd, zeeën in land herschapen en ontoegankelijke,
eeuwig onvruchtbare woestijnen en steppen gevormd. Wij zullen een
dezer steppen gaan bezoeken; de weg, dien onze stoomboot, dwars
door de golven der Kaspische-zee, van Bakoe naar Krasnowodsk, volgt,
werd in een tijd, die betrekkelijk nog niet zoo zeer lang achter ons
ligt, door voetgangers betreden. Op zekeren dag is die heerbaan in
de diepte verzonken; nog tegenwoordig vormt zij een soort van dam of
rug tusschen de twee diepe kommen, ten noorden en ten zuiden, in het
bekken der Kaspische-zee. Het peil dezer zee is sedert eenige eeuwen
aanmerkelijk gedaald: het ligt nu omstreeks dertig meter beneden het
peil van de Zwarte-zee.
Overal langs den weg aanschouwt ge nog de sporen van de laatste
geologische omwenteling, welke deze streek heeft ondergaan: dat zijn
de vlakke eilanden en platen, eigenlijk de toppen van onderzeesche
bergen, waar petroleumgassen opstijgen uit de spleten der rotsen.
Maar de boot stoort zich aan deze vreemde verschijnselen niet en
vervolgt rustig haar vaart van acht tot tien knoopen in het uur. De
stoombooten die de Kaspische-zee bevaren, kunnen, noch wat de dienst,
noch wat de inrichting betreft, de vergelijking doorstaan met die
van de Zwarte-zee: en dat is ook niet te vergen. Zij zijn ook minder
comfortabel: Armeniërs, Perzen, Joden, mannen, vrouwen, kinderen, al
te gader armoedige, havelooze reizigers van de derde en vierde klasse,
zitten en liggen door elkander op het dek, maken er hun nachtleger
gereed, en wikkelen zich in veelkleurige tapijten, welke later voor
hooge prijzen in Europa worden verkocht. Op het achterdek alleen
zijt ge veilig voor deze onaangename gasten; maar wanneer ge tegen
zes uren, bij schemerdonker, naar den salon afdaalt om uwe plaats
aan tafel in te nemen, moet ge goed opletten waar ge den voet zet
en vooral zorgen niet te struikelen over een of ander stuk tapijt,
want in die tapijten zijn lange dolken verborgen, die soms onverwacht
uit de schede te voorschijn schieten.
De eetzaal is ordentelijk en de tafel is voldoende, maar eenvoudig. Zoo
ge evenwel geen russisch verstaat, dient ge tot het volapük de
toevlucht te nemen. Nu is het volapük niet erg moeilijk, maar het heeft
dit tegen, dat het in spijt van zijn naam en bestemming, zeer weinig
bekend is en u dus verlegen laat, waar het juist te pas zou komen. In
Europisch Rusland, althans in de groote steden, is onbekendheid met de
taal niet zoo hinderlijk, want daar kunt ge bijna overal met fransch
of duitsch terecht. De Russen, het is bekend, hebben bij uitnemendheid
de gave der talen. De gezagvoerder der boot, waarmede wij van Odessa
naar Batoem voeren, sprak zoo zuiver en vloeiend fransch, engelsch
en duitsch, dat de Franschen, Engelschen en Duitschers aan boord hem
beurtelings voor een geboren landgenoot hielden. De gezagvoerder van
de _Grootvorst Constantijn_, de equipage en de passagiers zijn niet
zulke uitmuntende polyglotten, en het is ons onmogelijk, iets van
hun levendig gesprek te begrijpen. Het is toch maar beter, als men
in Rusland reizen wil, ook de taal te verstaan.
Gelukkig duurt de overtocht niet lang, ten hoogste twintig uren. De
afstand bedraagt niet meer dan ongeveer driehonderd-vijftig kilometers;
maar ge hebt alle kans, braaf door elkaar geschud te worden op
dit groote binnenmeer, waar de korte en onregelmatige golfslag het
schip tegelijk doet slingeren en stampen. Naar de verklaring der
russische zeelieden is de Kaspische-zee lastiger en gevaarlijker dan
de Zwarte. Den dag voor ons vertrek woedde te Bakoe een storm uit
het noordoosten; de koude wind, die rechtstreeks uit Siberië kwam,
joeg op de heuvelen dichte wolken van zand omhoog, die den hemel
verduisterden en alle uitzicht belemmerden. Ware het niet zoo koud
geweest, men zou zich hebben kunnen verbeelden, in de Sahara te zijn
bij het woeden van den samoen. Maar in dezen tijd des jaars duurt dit
ruwe weder op de Kaspische-zee niet lang; bovendien is het een bekend
feit, dat hoe kleiner het bekken eener zee is, des te korter ook de
beweging der golven duurt. Des morgens na den storm was de zee al
weer bedaard; de golfslag was matig en er ging een stille stroom van
het noorden naar het zuiden, nog altijd in de richting van den wind
van den vorigen dag. Evenwel, deze beweging was toch nog voldoende om
een aantal magen aan boord van de _Grootvorst Constantijn_ van streek
te brengen. Men vergeet spoedig deze ellende, maar op het oogenblik
zelf is zij zoo onaangenaam, dat de Russen er reeds op bedacht zijn,
om door het aanleggen van een spoorweg langs de zuidelijke oevers van
de stormachtige Kaspische-zee, aan zwakke gemoederen den overtocht
te besparen.
3 September.--Reeds bij het krieken van den dag bespeurt men
voor den boeg de landpunt van Krasnowodsk. Onwillekeurig grijpt u
zekere ontroering aan, nu ge zoo straks den voet zult drukken op den
bodem van het oude en geheimzinnige Azië, het wonderland der mythen,
traditiën en sagen, het land der oorsprongen, de bakermat der stammen,
die in verschillende tijdperken Europa hebben overstroomd. Kaukasië
en Armenië maken niet dienzelfden onbeschrijfelijken indruk. Wel
behooren zij, geografisch, tot het aziatische vasteland, maar zij
liggen dichter bij ons, hunne geschiedenis is ons vrij wel bekend,
en sedert vele eeuwen stonden zij in veelvuldige aanraking met het
Westen; maar hier, aan den oostelijken oever van de Kaspische-zee,
betreden wij inderdaad het echte Azië, dat in vollen nadruk eene
andere, vreemde wereld is. Het is de huivering voor het onbekende,
het ondoorgrondelijke, die u aangrijpt.
Uit de verte gezien, vertoont de kust zich als een vlakke, licht
gele streep, die scheiding maakt tusschen het azuur des hemels en het
donkerblauw der zee. De boot nadert, en zoo ver de blik reikt, ziet men
niets dan zandduinen. Deze kale, naakte zandvlakte was, voor acht jaar,
het punt van uitgang voor de russische generaals, toen zij een werk
ondernamen, dat voor onmogelijk gold en dat toch door den beroemden
Skobeleff werd volvoerd: de verovering der woestijn van Turkmenië.
Maar de boot, die uit hoofde van de ondiepte haar vaart heeft
vertraagd, laat Krasnowodsk links liggen. Te Tiflis verkeert men nog
in de meening, dat de boot Krasnowodsk aandoet, en dat de reizigers
en goederen daar overgaan op eene andere boot van minder diepgang,
om daarmede de volgende aanlegplaats te bereiken, Mikhaïlowsk,
het aanvangspunt van den beroemden transkaspischen spoorweg. Dit is
echter niet het geval. Krasnowodsk, hoofdplaats van een district,
met eene bevolking van driehonderd zielen, en zetel van een kolonel,
die met het opperbevel is bekleed; Mikhaïlowsk, een zeer belangrijk
station van de spoorlijn:--ze zijn sedert zeer onlangs verlaten
voor eene nieuwe haven, die uit een economisch oogpunt de voorkeur
verdient en aan alle eischen voldoet. Deze haven heet Oezoen-Ada;
de noodige werken werden in drie maanden voltooid. De overtocht van
de Kaspische-zee, die tot nu toe ongeveer twee dagen vorderde, wordt
daardoor aanmerkelijk verkort.
Terwijl de _Grootvorst Constantijn_ langzaam haar weg vervolgt,
na de passagiers van Krasnowodsk te hebben opgenomen, die met een
klein stoombootje werden aangevoerd, trekt het onze aandacht, dat
het schip met de grootste behoedzaamheid zich een weg baant midden
door een doolhof van eilandjes en zandplaten, slechts door een smal
kanaal van den vasten wal gescheiden. De kapitein staat op de brug,
en een loodsboot wijst het schip den weg. Na verloop van drie uren,
bij eene kromming van het kanaal, ziet ge eensklaps eene reede
voor u, eene met schepen gevulde haven, eene kleine drukke stad,
een spoorwegstation met blazende en snuivende locomotieven: dat
is Oezoen-Ada. De zeearm of geul, die u herwaarts heeft gebracht,
strekt zich nog omstreeks veertig kilometers verder uit, maar wordt
steeds bochtiger, smaller en ondieper, om te Mikhaïlowsk te eindigen,
waar de diepte niet meer dan tusschen de zeven en acht voet bedraagt.
De boot ligt stil bij een fraaien aanlegsteiger, waarop verschillende
spoorlijnen uitloopen, en waartegen reeds een groot stoomschip met
troepen ligt vastgemeerd. Op het dek der boot en langs de kaai wemelt
het van groene uniformen en witte petten. Daar wordt op een trompet
geblazen, en allen spoeden zich naar boord. Eene laatste omhelzing,
en de trossen van het stoomschip worden losgegooid. Die dappere
en geharde strijders komen van de grenzen van Afghanistan; na een
campagne van twee jaren, hebben zij het waarlijk wel verdiend, naar
het heilige Rusland terug te mogen keeren. Uit volle borst heffen zij
juichkreten aan, nu de zandige aziatische kust langzaam wijkt en de
boot koers zet naar de groene oevers van Astrakhan.
Intusschen zijn verschillende officieren aan boord van de _Grootvorst
Constantijn_ verschenen. De telegraaf heeft reeds vooruit de komst
van twee vreemde toeristen gemeld: zij zijn gekomen om ons te
ontvangen. De stationschef--een luitenant die fransch spreekt--is
mede in persoon verschenen; hij leest de _otkrytiji-list_, door
prins Dondoukow-Korsakow geteekend, wiens gezag zich ook over het
transkaspische gebied uitstrekt, en stelt zich aanstonds met de meeste
voorkomendheid tot onze beschikking. Wij nemen plaats in den wagen,
en stoomen in een paar minuten naar het station.--Daar moeten wij drie
uren wachten. Dit oponthoud is niet aangenaam, maar zeer verklaarbaar:
de trein wacht namelijk op de boot, en men heeft dus den tijd wat ruim
moeten nemen met het oog op mogelijk oponthoud. Dit is nog inderdaad
het beste middel om de geregelde gemeenschap te verzekeren. Het
is toch verkieslijker, als de boot op tijd aankomt, een paar uren
aan het station te moeten wachten, dan zich hier drie dagen lang
te moeten vervelen, om op de volgende boot te wachten. Bovendien is
alles hier zoo nieuw en zoo vreemd, dat het wel een kijkje waard is,
waartoe wij nu ruimschoots gelegenheid hebben.
Oezoen-Ada beteekent letterlijk Lang-Eiland. Inderdaad bevinden wij
ons op een dier talrijke kleine eilanden, welke ten zuiden van de
baai van Krasnowodsk de aziatische kust omgorden. Nog in de maand Juni
dezes jaars was dit eilandje even woest en verlaten als alle andere,
en was er niets anders te zien dan zand en nog eens zand. Over die
gele zandvlakten en duinen welft zich een blauwe hemel, waaraan
de bijna tropische zon schittert met verblindenden glans. In het
donkerblauwe water der kleine baai steken ruime aanlegsteigers uit,
waaraan een dozijn groote en kleine schepen liggen vastgemeerd; langs
den oever groote houten barakken, waarin eenige honderden werklieden,
Russen en inlanders, zijn gehuisvest; een twintigtal huizen, mede van
hout, maar sierlijk en net, bewoond door de ambtenaren en beambten van
den spoorweg en van de stoombootmaatschappijen; een hôtel-restaurant
voor de reizigers; een stationsgebouw, een wachtlokaal en nog een
paar andere gebouwen voor de dienst der posterij en der telegrafie:
alles van hout en geheel afgewerkt, in genummerde planken en stukken,
uit Rusland aangevoerd en hier in elkaar gezet:--ziedaar de schepping,
door den krachtigen wil van een man, binnen weinige weken, in eene
waterlooze woestijn tot stand gebracht. Wat bovenal de verbazing wekt,
is nog niet zoo zeer de arbeid op zich zelf, maar de onbegrijpelijke
snelheid, waarmede het werk werd voltooid. Deze geheele kolonie is als
het ware door den slag eener tooverroede uit den grond verrezen. Als ik
denk, wat er bij ons moet gebeuren eer een spijker kan geslagen worden,
hoeveel vellen papier daarover moeten worden volgeschreven, hoeveel
adviezen en rapporten ingewonnen, hoeveel autoriteiten geraadpleegd,
hoeveel tijd met beraadslagen en rapporteeren en adviseeren vermorst
wordt, dan bekruipt mij een gevoel van walging voor dit onzinnig
stelsel van administratie, dat overal het wezen aan den ijdelsten
en leegsten aller vormen opoffert. Maar--het is zoo--Rusland geniet
niet het voorrecht een praatziek parlement te bezitten, dat veelal,
trouw aan zijne roeping, zich beijvert de zaken op te houden of in
de war te sturen. In dit autokratisch geregeerde land heeft een man,
die het vertrouwen van zijn souverein geniet, zijn _sic volo, sic
iubeo_ uitgesproken; hij bepaalde een termijn binnen welken de werken
gereed moesten zijn, en de werken waren gereed: de haven is klaar, de
spoorwegdienst is in werking, de gemeenschap tusschen Europa en Azië
is tot stand gebracht. De man, die dit groote werk heeft volbracht, is
de generaal Annenkof. Mij zijn landen bekend, waar wetenschappelijke
commissiën nog altijd bezig zouden zijn met het onderzoeken der
voorloopige ontwerpen, om dan, na verloop van ettelijke maanden,
te adviseeren tot een nader onderzoek. Zeker heiligt het doel de
middelen niet: maar dat een regeeringsstelsel in de eerste plaats
naar de uitkomsten moet worden beoordeeld, dat is even zeker.
Terwijl de trein zich tot vertrek gereed maakt, is het wel de moeite
waard iets in het midden te brengen over den oorsprong en het doel van
dien beroemden transkaspischen spoorweg, waaraan eerst niemand geloof
wilde slaan en waarvan de voltooiing in meer dan eene europeesche
hoofdstad een diepen indruk heeft gemaakt; want het ware kinderachtig
te loochenen, dat daardoor de wederzijdsche verhouding tusschen Rusland
en Engeland in Centraal-Azië eene geheele verandering heeft ondergaan.
Zoo als ik zeide, wilde niemand aan de mogelijkheid van dien spoorweg
gelooven; zelfs hooggeplaatste Russen, met wie ik vóór mijn vertrek
uit Kaukasië in aanraking kwam, spraken er niet dan met zekere
terughouding over. Na mijn terugkomst te Tiflis moest ik soms al
mijne welsprekendheid aanwenden om de lieden te overtuigen, dat die
spoorweg niet enkel in de verbeelding of op het papier bestond. Te
Merw, waar wij weldra zullen aankomen, had ik de eer voorgesteld te
worden aan een generaal-adjudant van den Keizer, aan wien door Zijne
Majesteit een persoonlijk onderzoek naar de juistheid der ontvangen
berichten was opgedragen. Waar de Russen zelven tot op het laatste
oogenblik twijfelden aan het welslagen der avontuurlijke onderneming
van generaal Annenkof, is het waarlijk geen wonder dat vreemden
ongeloovig spottend de schouders ophaalden, en dat de tijding van
de inwijding van het station te Merw, in de ongenaakbaar geachte
turkmeensche oasis, in Europa vrij wel dezelfde uitwerking had als
een donderslag bij helderen hemel.
De aanleg van een spoorweg in eene schier onmetelijke woestijn,
ten deele met vlugzand bedekt, kan alleen gevorderd en gewettigd
worden door overwegingen van militairen aard, in het belang van de
veiligheid der grenzen, die dubbele zorg vereischt waar beschaafde
rijken in aanraking komen met half barbaarsche staten en stammen.
De turkmeensche woestijn, ten zuiden begrensd door de hoogvlakte van
Iran, ten noorden door de Amoe-Darja, ten westen door de Kaspische-zee,
raakt ten oosten aan de altijd onzekere grenzen van Afghanistan, en
ligt juist op den weg die van Sint-Petersburg naar Calcutta loopt. Tien
maanden geleden, scheidde deze woestijn den russischen kolossus van
het voormalige rijk van den Groot-Mogol: tegenwoordig vormt zij de
verbinding tusschen die beiden. De meer dan duizend kilometers breede
slagboom, dien de natuur tusschen Europa en Hindostan had opgeworpen
en die in waarheid onoverkomelijk kon worden geacht, is feitelijk
opgeruimd. De stoom alleen kon dit wonder mogelijk maken.
De eerste werken voor den transkaspischen spoorweg dagteekenen uit het
jaar 1880. In dien tijd had het russische leger eene nederlaag geleden
onder de muren van Ghéok-Tépé, eene bijkans onneembare vesting, die de
conducteur van den trein ons morgen zal aankondigen met de bijvoeging:
"Tien minuten oponthoud! Buffet!"--De generaal Lazaref en na hem
generaal Lomakin hadden vergeefs beproefd, de woeste Turkmenen van de
oase Akhal-Tekké tot onderwerping te dwingen en hen te noodzaken hunne
rooverijen en strooptochten te staken. Deze stoutmoedige, ongetemde
bandieten, die sedert vele jaren de plaag en schrik waren van hunne
buren, vooral van de vreedzame Perzen, dreven de onbeschaamdheid
zoo ver, dat zij zelfs op de Kaspische-zee stroopten. Deze zee nu
is in den vollen zin des woords een russisch meer; Rusland oefent
ook langs de aan Perzië behoorende kuststreek de politie uit, en
krachtens de traktaten mag geene perzische of eenige andere vreemde
maatschappij gewapende booten uitrusten;--de britsche vlag heeft dan
ook op deze binnenzee nog niet gewaaid. De Tsaar was dus volkomen in
zijn recht, toen hij besloot aan de rooverijen der Turkmenen een einde
te maken; met geen ander doel werd de expeditie ondernomen, waarvan
achtereenvolgens aan de generaals Lazaref en Lomakin de leiding werd
opgedragen. Ten gevolge van gebrek aan water, aan transportmiddelen en
mondbehoeften, mislukte die expeditie en moesten de russische troepen
met groot verlies terug trekken. Ghéok-Tépé, waarop het gemunt was,
ligt toch slechts op ongeveer vierhonderd kilometers afstands van den
oostelijken oever der Kaspische-zee. Deze nederlaag moest gewroken
worden, en zij werd het op de schitterendste wijze. De generaal
Skobeleff, wien deze taak werd toevertrouwd, ontwierp het plan van
een strategischen spoorweg, waarvan de uitvoering werd opgedragen
aan generaal Annenkof.
In het jaar 1880 werd dus de eerste sectie aangelegd van den
transkaspischen spoorweg, welke sectie van de haven van Mikhaïlowsk tot
het dorp Kizil-Arwat, aan den ingang der oasis Akhal-Tekké loopt, en
eene lengte heeft van omstreeks tweehonderd-vijf-en-twintig kilometers.
Ik wil niet vooruitloopen op de reis die wij te zamen gaan ondernemen;
maar om u eenig denkbeeld te geven van de moeilijkheden, die toen
moesten overwonnen worden, deel ik nu reeds mede, dat er over eene
uitgestrektheid van honderd-zestig kilometers geen water te vinden was:
de putten of sprengen, die men later gegraven en opgedolven heeft,
leverden slechts eene onbeteekenende hoeveelheid brak water. Men
moest dus zijne toevlucht nemen tot het destilleeren van zeewater,
zoowel om in de behoeften der manschappen te voorzien als om de ketels
der machines te vullen.
Deze ongehoorde inspanning werd met den besten uitslag bekroond. Weldra
zullen wij de puinhoopen aanschouwen van de geduchte vesting, die
de macht van het russische rijk scheen te trotseeren, maar wier
veertigduizend verdedigers haar niet van den ondergang redden konden.
Dit was de oorsprong van den transkaspischen spoorweg. Twee jaren
na den val van Ghéok-Tépé, bood Merw, meer of minder vrijwillig,
zijne onderwerping aan en werd bij het rijk der Tsaren ingelijfd. Dit
geschiedde in 1883. Wederom twee jaren later werd de spoorweg van
Kizil-Arwat doorgetrokken in de richting van Askhabad, Merw, Bokhara
en Samarkand.
Daar wordt voor de tweede maal geluid. In een russisch station is het
eerste gelui eene waarschuwing om zich gereed te maken. Het is nu tijd,
in den wagen te gaan; het derde gelui volgt spoedig; de stationschef
geeft een sein met de fluit; de machinist antwoordt dat hij gereed is;
de stationschef fluit op nieuw, en de trein zet zich in beweging.