Het scheepvaart-verdrag.
De eerste maand Juni na mijn huwelijk was voor mij merkwaardig door drie
belangrijke gevallen, waarin ik het voorrecht had, Sherlock Holmes in
zijn nasporingen ter zijde te staan en zijn methode van onderzoek te
bestudeeren. In mijn aanteekeningen vind ik deze drie gevallen vermeld
onder den naam van "Het avontuur van de tweede vlek", "Het avontuur van
het Scheepvaart-verdrag", "Het avontuur van den vermoeiden kapitein".
Het eerste evenwel heeft betrekking op zoo gewichtige belangen en
zoovele van de eerste familiën des lands zijn er bij betrokken, dat het
onmogelijk in de eerste jaren gepubliceerd kan worden. Geen geval
evenwel, waarin Holmes betrokken was, heeft de waarde van zijn
analytische methode zoo schitterend in 't licht gesteld en zooveel
indruk gemaakt op hen, die met hem samenwerkten. Ik bezit nog een bijna
woordelijk verslag van zijn onderhoud met den heer Dubuque van de
Parijsche politie en met den heer Fritz von Walbaum, de welbekende
politie-specialiteit van Dantzig, die beiden al hun geestkracht
vruchteloos hadden aangewend om eenig licht in de zaak te ontsteken.
Eerst na verloop van jaren kan de geschiedenis evenwel veilig verteld
worden. Intusschen zal ik den lezers met het tweede geval op de lijst
bezighouden, dat ook indertijd van nationale beteekenis beloofde te
worden en zich onderscheidde door verschillende bijzonderheden, die het
een geheel eenig karakter verleenen.
In mijn schooljaren had ik vriendschap gesloten met een knaap, Percy
Phelps genaamd, van denzelfden leeftijd als ik, ofschoon hij mij twee
klassen voor was.
Hij was een zeer schrandere jongen, die met alle prijzen van de school
strijken ging en ten slotte een beurs verwierf, welke hem in staat
stelde zijn studie aan de hoogeschool te Cambridge voort te zetten. Ik
weet ook nog, dat hij van zeer goeden huize was en zelfs als kleine
jongens wisten wij reeds, dat Lord Holdhurst, de groote conservatieve
politicus, een oom van moederszijde was. Deze aanzienlijke
bloedverwantschap deed hem op school weinig goeds.
Het werd evenwel geheel anders, toen wij de schooljaren achter den rug
hadden en een positie in de wereld moesten zoeken. Ik vernam nog bij
geruchte, dat zijn bekwaamheden en protectie hem een betrekking hadden
bezorgd aan het ministerie van buitenlandsche zaken. Na eenigen tijd
was ik hem bijna zoo goed als geheel vergeten, tot een brief van den
volgenden inhoud mij weer aan zijn bestaan herinnerde.