De heer Treub, die zich deze vraag stelde, slaagde er in het antwoord te

vinden, vóór hij nog Krakatau verlaten had. Met het bloote oog was op

sommige plaatsen te zien, dat zoowel asch als puimsteen bedekt was met

een groenachtig laagje wier. En, toen de bodem met een loupe bekeken

werd, bleek het, dat een dergelijk laagje nagenoeg het geheele eiland

bedekte.

Verschillende monsters van dit laagje werden verzameld, en te Buitenzorg

onderzocht. Zij bestonden uit _algen_ of _wieren_, behoorende tot de

Cyanophyceën, waarvan zes soorten werden gedetermineerd. De meest

voorkomende van deze was eene wiersoort, die tot de draadwieren behoort,

en wel tot het geslacht Lyngbya. Zij ontving van den heer Treub ter eere

van Verbeek den naam van "Lyngbya Verbeekiana."

Die algen waren de voorgangsters der varens. Zij waren de eerste

bewoners van Krakratau na de uitbarsting. Deze lage plantenorganismen

hadden den grond geschikt gemaakt voor de varens, daar zij de

onvruchtbare asch en puimsteen met een geleiachtig, hygroscopisch laagje

bedekten.

De Wieren of Algen zijn zeer eenvoudige planten, al vertoonen

verscheidene soorten een vrij samengestelden vorm. Er zijn er, die uit

slechts ééne enkele cel bestaan, wier celwand een inhoud omsluit, waarin

de oorspronkelijke gelei of het protoplasma, het bladgroen of chlorophyl

en het celsap slechts onvolkomen gescheiden zijn. Bij de soorten, die

men Cyanophyceën noemt, is het chlorophyl met eene blauwe vloeistof

gemengd en zijn draadvormige cellenrijen door een min of meer

geleiachtig slijm omgeven en vaak vereenigd. Tot deze behooren de

Oscillatoriën, stijve, eenigszins gewonden draden, die eigenaardige

draaiende bewegingen uitvoeren; de dwarse afscheidingen der cellen zijn

vaak zeer onduidelijk. Bij sommigen zijn de draden met eene zeer dunne

slijmscheede omgeven, bij anderen met ééne of meer stevige, vliezige

scheeden omsloten. Dit laatste is het geval bij de soorten van het

geslacht Lyngbya, die met eenvoudige, onvertakte, onderling vrije draden

aan de rotsen van Krakatau eene blauw-groene overdekkende laag en

daarmede de mogelijkheid om andere planten te herbergen, verleenen.

"Het is voor mij buiten twijfel"--zegt de heer Treub--"dat slechts door

de aanwezigheid van deze laag de sporen der varens en mossen in staat

waren te ontkiemen. Bij een der monsters van den bodem van Krakatau vond

ik een spoor van "Pteris longifolia" (eene varensoort), die een kiem van

drie cellen ontwikkeld had en gevangen was in een net van scheeden van

"Lyngbya Verbeekiana", (de alge, naar Verbeek genoemd).

Toen de algen eenigen tijd op Krakatau gegroeid hadden, was de bodem

geschikt geworden voor de varens, en weldra was het geheele eiland met

varens bedekt, terwijl er ook twee mossoorten groeiden, die echter

slechts hier en daar sporadisch voorkwamen.

De varens zouden echter niet lang de alleenheerschappij hebben op

Krakatau.

Want zij maakten op hare beurt den bodem geschikt om zichtbaar bloeiende

planten (phanerogamen) te doen ontkiemen. Op het oogenblik, dat de heer

Treub het eiland betrad, was dat tijdstip reeds aangebroken. De "Strijd

om het bestaan" was reeds uitgebroken tusschen de oudere bewoners, de

varens, en de nieuwere, de zichtbaar bloeiende planten. In dien strijd

waren voor het oogenblik nog de varens de meerderen. Slechts hier en

daar stak een jong zichtbaar bloeiend plantje het hoofd op. Op het

strand vond de heer Treub acht plantensoorten, allen zeer jonge

exemplaren. Geheel dezelfde soorten treft men aan op koraaleilanden, die

nog slechts een kort bestaan achter zich hebben.

Bovendien groeide er eene grassoort de "Gymnothrix elegans," die veel

voorkomt op Java.

Verder werden aan het strand nog eenige vruchten of zaden verzameld van

boomsoorten, welke algemeen voorkomen aan de stranden en op de

koraaleilanden van Insulinde en Polynesië.

In het binnenland van Krakatau, op den berg Rakata, werden zes geheel

andere soorten van phanerogamen gevonden, die in het geheel niet aan het

strand groeiden.

Nimmer te voren is er gelegenheid geweest om het ontstaan van de flora

na te gaan op een vulkanisch eiland, dat plotseling uit de zee op was

gekomen. De uitbarsting van Krakatau is in dit opzicht eenig. Want voor

den plantkundige is de bodem van Krakatau te vergelijken met een

dergelijk terrein. Hier was een vulkanisch eiland, dat plotseling

beroofd is van zijn plantenkleed door eene uitbarsting. Dank zij Dr.

Treub, weten wij nu hoe zulk eene kale rots een groen eilandje wordt! Na

de algen komen de varens, die op hunne beurt worden verdreven door de

bloeiende planten! Het eiland Krakatau heeft aldus in drie jaren

doorleefd, wat onze aarde heeft ondervonden in duizenden eeuwen. Evenals

op Krakatau tijdens de uitbarsting de hevige warmte alle organisch leven

heeft gedood, zoo was er ook op aarde in het oudste geologische tijdperk

geen spoor van organisch leven, daar de aarde nog zóó warm was, dat

plant noch dier kon bestaan. Waren op Krakatau algen de eerste bewoners,

ook op aarde zijn zij de eerste organische wezens, die de geoloog in de

oudste versteeningen aantreft. Weldra verschijnen op Krakatau de varens.

Ook onze aarde heeft de tijd gekend, toen de algen opgevolgd waren door

de varens. In het steenkolen tijdperk bereikten deze eene ontwikkeling,

waarvan wij ons nu geen denkbeeld kunnen maken. Men kent uit de

versteeningen in Europa alleen 300 soorten van varens in dat tijdperk,

terwijl men thans slechts het vijfde deel er van aantreft. Daarna

verschenen op aarde de zichtbaar bloeiende planten en in de jongere

tijdperken der aardkorst ging de macht der varens en andere cryptogamen

ten onder. En zóó zal het ook op Krakatau gaan! Weldra zullen ook daar

phanerogamen de meerderheid uitmaken, en de varens zullen worden

verdrongen.

Eenige belangrijke beschouwingen van Dr. Treub, gepubliceerd in de

"Annales du Jardin botanique de Buitenzorg," v. VII, mogen hier niet

achterwege blijven.

"Wanneer Krakatau gelegen ware in het midden van den Oceaan, op zeer

grooten afstand van met phanerogamen begroeide eilanden, dan zouden de

varens niet zoo spoedig verdwijnen. Evenals dit geschiedt op de

koraaleilanden van jongere vorming, zal het strand bedekt worden met

waterplanten. Langzamerhand zullen hier, uit zaadjes, die door water,

wind of vogels worden aangevoerd, ook phanerogamen ontkiemen; stelt men

zich nu voor dat het eiland intusschen met varens bedekt is, dan zal de

strandflora zich langzamerhand verspreiden van het strand af naar het

binnenland. Dit is niet onmogelijk, omdat de meeste planten, die op het

strand groeien, wel is waar het zeestrand verkiezen, maar toch nog

groeien kunnen op eene vrij groote hoogte en op eenigen afstand van het

strand. Maar hoe verder de strandflora zich van zee verwijdert, des te

minder levensvatbaarheid heeft zij. Dicht bij het strand zal zij dus

spoedig de overwinning behalen op de varens, maar het binnenste van het

eiland, vooral als het een berg is, zal aan de varens blijven behooren.

Want de strandflora kan daar niet bestaan en, als het eiland zeer

geisoleerd ligt, zullen er weinig kiemen worden aangevoerd van

phanerogamen, die geschikt zijn op groote hoogte en ver van het strand

te leven.

In een dergelijk geval verkeeren de eilanden Juan Fernandez en

Ascension.

Juan Fernandez is een klein vulkanisch eilandje, gelegen op een afstand

van 400 mijlen van de Westkust van Amerika op de hoogte van Chili. Men

vindt hier 24 soorten van varens, en zij vormen het hoofdbestanddeel van

de flora op dit eiland.

Ascension is een vulkanisch eiland, dat nagenoeg even hoog is als

Krakatau. De bodem van dit eiland geeft dien van Krakatau niet veel toe,

zooals blijkt uit de volgende beschrijving. "Men heeft St. Helena eene

naakte rots genoemd, maar het is een paradijs vergeleken met Ascension,

dat bestaat uit eene verschroeide massa van vulkanischen oorsprong, die

voor een gedeelte gelijkt op flesschen-glas en voor een ander gedeelte

op cokes en asch.

Wat de flora van Ascension betreft, zoo groeien er alleen planten op

eene kleine, groengekleurde bergpiek, die zich tot eene hoogte van 2800

voet boven de zee verheft. Op het lage gedeelte van het eiland komt

alleen één grassoort voor, maar de piek is bedekt met een kleed van

varens, waaruit hier en daar een heester te voorschijn komt."

Juan Fernandez en Ascension liggen ver van de overige plantenwereld; de

kiemen der phanerogamen moeten langen tijd in zee blijven drijven,

zonder hunne kiemkracht te verliezen. En dit gebeurt niet gemakkelijk.

Was Krakatau in eene dergelijke conditie, dan zou de flora, zooals Dr.

Treub haar in 1886 aantrof, een blijvend karakter hebben. Maar zooals

dit eilandje ligt, te midden van de vruchtbare dicht begroeide eilanden

van Insulinde, kunnen de kiemen der zichtbaar bloeiende planten, die op

groote hoogte, verre van het strand, kunnen groeien, er even gemakkelijk

komen door den wind, als door de zee en door de vogels, zonder hunne

kiemkracht te hebben verloren. En, hoewel bij het bezoek van Dr. Treub

het binnenste van het eiland nog maar enkele jonge phanerogamen droeg,

zoo was dit toch reeds het begin van eene nieuwe periode.

De overeenkomst tusschen het kale eiland Ascension en de schaduwlooze

puimsteenbergen van Krakatau is slechts van tijdelijken aard. Want reeds

ontspruiten er de zichtbaar bloeiende planten, die een geheel ander

karakter zullen geven aan het eiland. Die phanerogamen planten zich

voort en vermenigvuldigen zich; de wind brengt nieuwe soorten over. De

vogels vinden dan op het eiland schaduw en rusten er gaarne uit. Hunne

stofwisseling brengt niet alleen meststoffen aan, maar in hunne

excrementen vindt men bovendien zaadjes, afkomstig van vruchten. Ten

slotte wordt de bodem bedekt met organische bestanddeelen, afkomstig van

de plantenwereld; er heeft zich eene echte humuslaag gevormd.

Zoo verliest Krakatau den eigenaardigen stempel, dien de uitbarsting er

op drukte. En als eenmaal de boomen volwassen zullen zijn, die er thans

welig opschieten, dan zal Krakatau hetzelfde onschuldig, vriendelijk

uiterlijk hebben als de tallooze andere eilandjes in den Indischen

Archipel. Weer zullen dichte bosschen het eiland bedekken, zooals ze dat

deden vóór 1883, en men zal moeite hebben om te gelooven, dat het eiland

voor weinige jaren eene grijze rots was.

Maar al onderscheidt zich dan ook in de toekomst waarschijnlijk Krakatau

in niets van zijne ontelbare buren, de groene eilanden van den Archipel,

de herinnering aan de uitbarsting van 1883 zal nooit uitgewischt worden.

Evenals Herostratus te Ephese er voor meer dan 2000 jaren in geslaagd

is om zijn naam aan de vergetelheid te ontrukken door het plegen van

eene groote misdaad: het in brand steken van den tempel van Diana, zoo

heeft Krakatau aan de menschheid in 1883 zooveel leed berokkend, dat het

genoeg gedaan heeft om nooit vergeten te worden.

Maar dit leed treedt geheel op den achtergrond, als het wordt vergeleken

met de verplichtingen, die elk veld van natuurstudie aan de uitbarsting

heeft. Zij verschafte ons op reusachtige schaal tal van feiten, die een

nieuw licht werpen op menig gebied der natuurwetenschappen. In dat

opzicht is zeker de uitbarsting van Krakatau eenig in de geschiedenis

der aarde.

En wie weet, welke verrassingen dit geheimzinnige plekje ons nog bieden

zal?

INHOUD.

HOOFDSTUK I.

De wereld van Vulcaan 7

HOOFDSTUK II.

Op weg naar Indië 31

HOOFDSTUK III.

Krakatau vóór de groote uitbarsting 40

HOOFDSTUK IV.

Aan boord van de "Gouverneur-Generaal Loudon", tijdens de

uitbarsting 54

HOOFDSTUK V.

Aan boord van de "Gouverneur-Generaal Loudon", na de uitbarsting 77

HOOFDSTUK VI.

Het gebied der schoten en luchttrillingen van Krakatau 94

HOOFDSTUK VII.

De waterbeweging 108

HOOFDSTUK VIII.

Het gebied der uitgeworpen stoffen 119

HOOFDSTUK IX.

Gelijktijdige vulkanische gebeurtenissen op aarde 129

HOOFDSTUK X.

I. De optische verschijnselen in den dampkring van 1883-1886 138

II. Kan de uitbarsting van Krakatau de oorzaak zijn der abnormale

optische verschijnselen van 1883-1886? 150

HOOFDSTUK XI.

Na de groote uitbarsting 164

HOOFDSTUK XII.

Het nieuwe plantenkleed van Krakatau 185

Voetnoten:

[1] Zie pag 80.

[2] Zie over de onderzoekingen van Aitkin, de Engelsche "Nature" of de

"Revue scientifique": "les poussières de l'air" (13 Oct. 1888). na

diffractie en absorptie door de lagere luchtlagen, terwijl de stoflaag

in de tweede plaats het gereflecteerde licht terugkaatste. En dit

verschijnsel is mogelijk, als de stofdeeltjes zeer fijn verdeeld in de

atmosfeer voorkomen.

[3] "Die Bewegung des Krakatau Rauches in September 1883" von Prof. J.

Kiessling.

[4] Denkbeeld van Mr. W.H. Preece uitgedrukt in de "Times" 12 Dec. 1883

(Rapport R.S. pag. 416).

[5] Zie pag. 451 Rapp. R.S.

[6] Rapp. R.S. pag. 448.

[7] Rapp. R.S. pag. 413, 414 en 449.

[8] Rapp. R.S. pag. 449.

[9] Wij vinden daar 1885, pag. 50: "Un témoin oculaire de l'éruption de

Krakatoa M. van Sandick a résumé ses impressions, en même temps que les

résultats de l'enquête faite par M. Verbeek. _Ces résultats nous

suggèrent quelques réflexions_, que nous soumettons au lecteur." etc.

observés en Asie, en Afrique, en Amérique et en Europe et qu'en France

M. Camille Flammarion a été le premier à attribuer à la catastrophe de

26 et 27 Aout ont eu certainement pour cause principale les particules

de cendre, se maintenant durant de longs mois dans les régions

supérieures de l'atmosphère terrestre."

[10] Riviermonden.

End of Project Gutenberg's In Het Rijk van Vulcaan, by R. A. van Sandick

In Het Rijk van Vulcaan de Uitbarsting van Krakatau en Hare Gevolgen · 第 14 / 14 段