zonder helm. Ook _vlaggen_ (fig. 73) en planten (fig. 333 en 334) worden
dikwijls gebruikt.
_Menschen_ en _dieren_ komen voor in hun geheel of als deelen. Zie fig.
69, 180, 337, 341, 346 en 349.
Rompen zijn meestal voorgesteld zonder armen en voeten. Bloemen of
andere voorwerpen nemen de plaats in van de armen, terwijl de romp
overgaat in het dekkleed. Het hoofd is vaak met aller hande vreemde
mutsen versierd, terwijl mannen meestal een baard en vrouwen eigenaardig
en opgemaakt versierd haar dragen. Ook borstbeelden _met_ armen zijn nog
goed heraldisch (fig. 341). Voorts komen voor adelaar, leeuw, brak,
zwaan, eenhoorn, lelie, roos etc.
In 't algemeen is men tamelijk vrij in de voorstelling van het
helmteeken, zooals uit de fig. 332-351 is te zien. Alleen moet het
steeds verbonden zijn aan den helm en niet, zooals b.v. in Frankrijk, er
boven zweven.
* * * * *
Fig. 332, 333, 334, 335, 336. _Helmteekens_, naar Hans Burgkmair.
Fig. 337. _Helmteeken_, naar Israel van Meckeren.
Fig. 338. _Heele vlucht._
Fig. 339. _Hoorns._
Fig. 340. _Bandvormig helmkleed._
Fig. 341. _Helmteeken_, naar een Duitschen graveur.
Fig. 342. _Hoorns_, versierd met bladeren.
Fig. 343. _Bisschopshoed_, groen met 2 × 6 kwasten. Van een boekband.
Fig. 344. _Helmteeken_, naar gravure van Michael Wohlgemuth.
Fig. 345. _Aartsbisschopshoed_, groen met 2 × 10 kwasten.
Fig. 346. _Zittende leeuw tusschen twee trompen._
Fig. 347. _Pauselijke tiara._
Fig. 348. _Vlucht van terzijde._
Fig. 349. _Hoorns in plaats armen._
Fig. 350. _Bisschopsmuts_, naar Hans Burgkmair.
Fig. 351. _Veerenkoker._
[Illustratie: 352 353 354 355 356 357 358 359 360 361 362 363 364 365
366 367 368 369 370 371]
Kronen, mutsen, emblemen, orden.
Soms wordt de helm vervangen door een kroon, die den rang aanduidt van
den eigenaar van het wapen. Oorspronkelijk waren de dragers alleen
koningen, die in werkelijkheid bij officieele plechtigheden de kroon
ook droegen als hoofddeksel. Tegenwoordig voert hoogere en lagere adel
eveneens een kroon, wel te onderscheiden van de helmkronen.
De _Duitsche keizerskroon_ is zeer verschillend van teekening. De
oudere vorm, fig. 354, vertoont een haarband, versierd met email en
edelgesteenten; hierop rusten bladvormige versierselen, z.g. fleurons;
de kroon wordt naar boven afgesloten door een kap, in 2 helften gedeeld,
waar tusschen een beugel van voren naar achteren loopt, die den
rijksappel draagt.
De tegenwoordige Duitsche keizerskroon, fig. 358, wijkt in vorm
belangrijk af. Ze bestaat uit 4 groote en 4 kleine platen; van de groote
loopen 4 beugels naar den top samen, dragend den rijksappel. Beide
kronen hebben aan weerszijden linten.
De _koningskroon_ is een haarband, met fleurons versierd; 5 beugels
komen samen in den top; tusschen de 5 zichtbare fleurons zijn 5 paarlen
geplaatst, terwijl ook de beugels, die den rijksappel dragen, met
paarlen zijn versierd. In 't hart van iedere fleuron staat een roode
steen. De kroon is van goud, de wereldbol blauw. Afwijkende vormen zijn
o. a. de Hongaarsche en de Boheemsche koningskroon.
_Groothertogen_ dragen een gevoerde koningskroon. De overige adel draagt
in alle landen niet dezelfde kronen. De voornaamste kronen zijn verder
die van den: _hertog_, _vorst_ of _prins_, _markies_, _graaf_,
_burggraaf_, _baron_, _ridder_ en _edelman_. Voor de verschillende
gebruikelijke kroonvormen raadplege men de fig. 352-371.
Ook _hoeden_ en _mutsen_ wijzen op een rang en worden ook werkelijk
gedragen.
_Hertogen-_ en _vorstenhoeden_ zijn oorspronkelijk van purper, met,
inplaats van haarband, een hermelijnen omslag. De Doge van Venetië droeg
een phrygische vrijheidsmuts met haarband en één dwarsbeugel. Zie fig.
371.
De _Paus_ draagt de _tiara_, een hooge, witte muts, met uitgebogen
zijden, omgeven door 3 boven elkaar geplaatste kronen en op den top den
rijksappel; 2 banden bevinden zich aan weerszijden. Fig. 347.
Een _bisschop_ draagt een _mitra_ of _mijter_; de muts is even boven
den haarband in 2 helften gespleten zóó, dat er tusschen een segment
uitvalt. Met 2 banden aan weerszijden is verder de mijter rijk versierd,
fig. 350.
Een _kardinaal_ draagt een rooden platten hoed met 15 roode kwasten aan
weerszijden afhangend (totaal dus 30). Elke groep is van boven af in
aantal gerangschikt 1, 2, 3, 4, 5.
[Illustratie: Fig. 372 Fig. 373]
Een _patriarch_ draagt een dito hoed, doch alles in 't groen.
Een _bisschop_ draagt soms, inplaats van een mijter, een hoed als
boven, n.l. de aartsbisschop een groenen met 10 kwasten, een bisschop
een groenen met 6 kwasten. De lagere geestelijkheid draagt zwarte hoeden
met 6 tot 2 kwasten.
_Emblemen_ zijn waardigheidsteekens of zinnebeelden van bepaalde
personen en niet erfelijk. Ze worden om of achter het schild geplaatst.
De paus gebruikt hiervoor 2 gekruiste sleutels (fig. 347), een
aartsbisschop een 2 armig kruis (fig. 343). Andere emblemen zijn b.v.
een kromstaf en zwaard gekruist, een maarschalkstaf, ankers voor
admiralen, etc.
Andere voorkomende waardigheidsemblemen zijn nog de _ridderorden_,
eveneens (op een zeer zeldzame uitzondering na, b.v. de stichters der
orde) niet erfelijk. Als versiering van het wapen worden ze toegepast
als schildhoofd, kwartier of bijschild; het laatste was een klein, aan
den bovenhoek van het schild bevestigd schildje.
Enkele der voornaamste orden zijn:
De _Maltheser of Johanniterorde_, gesticht 1090, insigne een zilveren
Maltheserkruis. (Zie fig. 157).
De _Duitsche orde_, een zwart kruis met zilveren randen.
De _Orde van het gulden vlies_, in 1429 gesticht door den hertog van
Bourgondië; een gouden ramsvel aan een ketting van vuursteenen en
vuurslagen, om het schild gehangen. Het devies is: Praetium non vile
laborum (een niet geringe prijs voor wat volbracht werd). (Fig. 379).
De _orde van de Tempeliers_ (nu opgeheven).
De _zwanenorde_; de _orde Van het heilige graf_.
De _orde van den kouseband_, spreuk: Hony soit qui mal y pense.
Oorspronkelijk alleen een donkerblauw fluweelen band met gouden rand en
bovenstaand devies.
De _orde van den Deenschen olifant_, hangende aan een keten van
olifanten.
In Frankrijk treft men nog dikwijls om vrouwenschilden (ruitvormig) een
gewonden koord aan, met liefdeknoopen.
Tegenwoordig heeft ieder land ordeteekens. De oudste zijn echter de
voornaamste, en werden en worden alleen door oude adellijke geslachten
gedragen.
De _deviesen_ hier boven genoemd, zijn wapen- of lijfspreuken,
meestal in oud-Fransche taal of in Latijn. Ze zijn kort en krachtig.
Lijfspreuken zijn niet erfelijk. Wapenspreuken behooren aan een
geslacht. Meestal is de spreuk op een onder het wapen slingerend lint
aangebracht. Soms staan wapenspreuken in verband met, d. w. z. zij zijn
afgeleid van den naam van het geslacht.
Fig. 352. _Hongaarsche koningskroon._
Fig. 353. _Boheemsche koningskroon._
Fig. 354. _Oude Duitsche keizerskroon._
Fig. 355. _Tegenwoordige koningskroon._
Fig. 356. _Hertogshoed._
Fig. 357. _Groothertogkroon_, roode voering.
Fig. 358. _Duitsche keizerskroon._
Fig. 359. _Vorstenhoed._
Fig. 360. _Gravenkroon_, met 9 paarlen zichtbaar.
Fig. 361. _Gravenhoed._
Fig. 362. _Koningskroon._
Fig. 363. _Baronnenkroon_, 7 paarlen zichtbaar.
Fig. 364. _Markiezenkroon._
Fig. 365. _Fransche baronnenkroon._
Fig. 366. _Stedenkroon._ Geen rangkroon.
Fig. 367. _Kroon ter versiering_, voor dieren.
Fig. 368. _Wrong._
Fig. 369. _Ridderkroon_, 5 paarlen zichtbaar.
Fig. 370. _Ouderwetsche kroon_, geen rangkroon.
Fig. 371. _Muts van den Doge van Venetië._
Schildhouders en Wapententen.
_Schildhouders_ komen eerst sedert de 14e eeuw voor. Ze staan naast of
achter 't schild, bewaken en steunen dit en zien er naar, kijken den
beschouwer aan of kijken afgewend als er twee zijn. Overigens zijn voor
de toepassing geen vaste regels te geven. Het meest gebruikelijk zijn:
engelen (staand, knielend), menschen, wildemannen en wildevrouwen,
eenhoorns, leeuwen en griffioenen. Vogels, hoewel voor dit doel
toegepast, leenen zich minder goed. De schildhouders houden het wapen
met de handen of voorpooten vast en zijn soms gewapend. B.v. de wilde
mannen met een knots.
[Illustratie: 374 375 376 377 378 379 380 381]
Een schildhouder staat naast het schild of er achter, en kan ook 2
wapenschilden vasthouden (bij huwelijk).
Twee schildhouders zijn van dezelfde of van verschillende soort, en
staan soms in verband met den geslachtsnaam (beer, geslacht Orsini).
Vele landen hebben tegenwoordig de schildhouders vastgesteld, b.v.
Nederland gekroonde leeuwen.
_Wapenmantels_ komen sedert de 17e eeuw voor, het eerst in Frankrijk.
Het zijn aan de hoeken en in 't midden boven 't wapen opgenomen
draperieën, die geheel achter 't schild hangen, zuiver decoratief, en
van franje en koorden met kwasten voorzien. Boven het in 't midden
opgenomen gedeelte staat de rangkroon. In dit geval heet de draperie
wapen_mantel_. Staat alles wat op 't schild betrekking heeft vóór de
draperie, dan noemt men deze wapen_tent_.
Alleen vorstelijke personen voeren een wapenmantel.
Deze is purper, rood of blauw, bezaaid b.v. met lelies, leeuwen
of adelaars en gevoerd met hermelijn.
Fig. 372. Compleet wapen, met wildemannen als schildhouders, naar een
Fransch meester.
Fig. 373. Compleet wapen, met leeuwen als schildhouders, naar een
Duitsch meester.
Fig. 374. Schildhouder, naar Hans Burgkmair.
Fig. 375. Renaissance schildhouder, naar Albrecht Dürer.
Fig. 376. Schildhouder, naar een onbekend meester.
Fig. 377. Drukkersmerk, naar Alexander Minutiano.
Fig. 378. Wapentent.
Fig. 379. Ordeteeken van het gulden vlies; 2 verschillende stylaties.
Fig. 380. Knoopenkoord of Liefdekoord.
Fig. 381. Orde van het Heilige graf.
* * * * *
Ten slotte verwijzen we hen, die een meer uitgebreide studie van de
heraldiek willen maken, dan we hier geven, naar het uitmuntende werk van
Jan H. Junius: Heraldiek.
[Decoratieve illustratie]
INHOUD
Blz.
I. Kleuren 5
II. Schildindeeling 13
III. Schildvorm 17
IV. Herautstukken 26
V. Heraldische bijteekens of breuken 37
VI. Heraldische beelden 41
A. Het kruis 45
B. De Menschfiguur 47
C. Dieren 50
D. De leeuw 51
E. De luipaard 55
F. De adelaar 57
G. Andere dieren 58
H. De plant en hare onderdeelen 60
I. Fantastische beelden 64
J. Hemellichamen en elementen 66
K. Gebouwen, gebruiksvoorwerpen etc. 67
VII. Stand en plaatsing van de beelden 70
VIII. De Helm 71
IX. Helmteekens 75
Kronen, mutsen, emblemen, orden 79
Schildhouders en wapententen 83
+-------------------------------------------+
| |
| OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
| |
| De volgende correcties zijn in de tekst |
| aangebracht: |
| |
| Bron (B:) -- Correctie (C:) |
| |
| B: biblotheek niet achterwege |
| C: bibliotheek niet achterwege |
| B: als kleur aanduiding ook in |
| C: als kleuraanduiding ook in |
| B: Hermelijn en tegen hermelijn |
| C: Hermelijn en tegenhermelijn |
| B: » linkerpaal, |
| C: » linkerpaal. |
| B: » 42, gegeerd, |
| C: » 42, gegeerd. |
| B: gericht en geheven Door |
| C: gericht en geheven. Door |
| B: fig. 105. Trapvormig, |
| C: fig. 106. Trapvormig, |
| B: verschillende kruisen bedraagt |
| C: verschillende kruizen bedraagt |
| B: Fig, 152, _Het |
| C: Fig. 152. _Het |
| B: [Illustratie: ] |
| C: [Illustratie: 183] |
| B: onderen in lengte toenemen, |
| C: onderen in lengte toenemen. |
| B: in tegenstellig met den |
| C: in tegenstelling met den |
| B: Fig. 166, _Geschaakt kruis._ |
| C: Fig. 166. _Geschaakt kruis._ |
| B: Augsburg, door Jost Amman, |
| C: Augsburg, door Jost Amman. |
| B: begin van de 15 eeuw, tijdens |
| C: begin van de 15e eeuw, tijdens |
| B: Nig. 331. _Tornooihelm._ |
| C: Fig. 331. _Tornooihelm._ |
| B: sieraad, evenhoog of hooger |
| C: sieraad, even hoog of hooger |
| B: _burggraaf_, _baron_ _ridder_ en |
| C: _burggraaf_, _baron_, _ridder_ en |
| B: _Hertogen_ en _vorstenhoeden_ |
| C: _Hertogen-_ en _vorstenhoeden_ |
| B: om vrouwen schilden (ruitvormig) |
| C: om vrouwenschilden (ruitvormig) |
| B: door oude adelijke geslachten |
| C: door oude adellijke geslachten |
| B: voeren een wapenmantel; |
| C: voeren een wapenmantel. |
| B: bezaaid b.v, met lelies, |
| C: bezaaid b.v. met lelies, |
+-------------------------------------------+