D.

Dekeweyo-daiba. Het geluid van bedoelden eend, waarin de natuurmensch

duidelijk deze woorden meent te hooren (= ik ben mijn voorschoot kwijt)

is een der vele voorbeelden van dieren, die geluiden voortbrengen,

waarin men duidelijk woorden, soms geheele zinnen hoort (C. b.).

Dichters. Zie o.a. „Love Letters” van Mrs. Ryan (Ed. Mc Clurg and Co.

Chicago, 1907), waarin een jonge Hopi-I. die in de Oost-Staten der Unie

was opgevoed en gekerstend was, zijn hart uitstort aan zijn blonde,

Amerikaansche geliefde, die hij, terug verlangend naar het Indiaansche

leven, heeft moeten verlaten, en waarin hij ook zijn afvalligheid aan

den godsdienst der blanken, wegens zijne ongeschiktheid voor den I., in

deze woorden tot uiting brengt: „Not anything of conventional religion,

called Christian, has any appeal to the Hopitù. It is too cold—too far

away. The mythology of the Christian does not bring the gods so close

as the mythology of the Indian”. Dit oordeel staat niet alleen. Een S.

C. drukte zich als volgt uit (P. a.): „Gij sluit jelui God in een huis

op; wij zoeken Hem in zijn werkplaats, de Natuur”. Zie ook: K. c.

Doe. Onder D. verstaat men een Zang- en Dansgenootschap onder negers en

kleurlingen, dat meestal eens per jaar, onder een daarvoor ingerichte

tent, zijn openbare bijeenkomst houdt en met begeleiding van

N.-instrumenten, N.-liederen zingt en N.-dansen uitvoert.

Dokóen is geen vrucht, doch de naam van eene in S. zeer geliefde

versnapering, bereid uit Cassave- of bananenmeel of ook wel uit meel

van jonge maïs, en die gemengd wordt met suiker, vanilje, soms ook met

peper. Dokóen wordt in vierkante pakjes van bananenblad opgediend. De

Dokóenboom schijnt dus in het fantastische brein der negers een soort

wonderboom (Z. a.) te zijn, omdat hij zoo iets heerlijks voortbrengt.

Dorens. Zie onder Bactris.

Doroquara. Een kleine zangvogel, tot het geslacht Odontophorus

behoorend.

Drank. Dezen bereiden de I. uit de wortels van Cassave (Z. a.). Door

gisting van het meel bereiden zij er verschillende geestrijke dranken

uit, o.a. Tapana (Z. a.).

Duizendpoot. In G. komen Duizendpooten voor (tot het geslacht

Scolopendra behoorend), die 20 cM. lang kunnen worden en zich met

levende dieren voeden, welke zij met hun in een klauw eindigend tweede

kaakpooten-paar eerst vergiftigen. De verwondingen zijn zeer pijnlijk,

en kunnen ook voor den mensch gevaarlijke gevolgen hebben.

Dwergmuskusdier. Zie: Hyomoschus.

Mythen en sagen uit West-Indië · 第 154 / 174 题