NEGER-ENGELSCH. NEDERLANDSCHE VERTALING.

1. So lánga Joe no kóti 1. De zin is: Men moet den duivel

ábra, Joe no moe kósi te vriend houden.

káiman.

2. A no so léki bákka, a no 2. De zin is: Blaffende honden

so a de fádon. bijten niet.

3. Táki réti a no asránti. 3. Waarheid spreken is nog geen

oneerbiedigheid.

4. Joe séri wísiman, Joe 4. Gij verkoopt een vergever en

bai azéman. koopt een heks terug. De zin is:

Gij geraakt van den wal in de

sloot.

5. Te joe nákki káppa lási, 5. Als ge onder aan den suikerketel

joe jeri boliman tongo. klopt, zult gij des kokers stem

vernemen. De zin is: Wie bij het

onderzoek naar de waarheid den

rechten man treft, zal het ware

van de zaak vernemen.

6. Te brafoe fájà, joe de 6. Als de soep heet is, gebruikt

téki spoen de driéngi men een lepel, maar als zij koud

hem, ma te a kóuroe, han is, steekt men er de hand in. De

sa wakka na ini. zin is: Den zachtzinnige durft

men aan, den driftige ontziet

men.

7. Joe sa kìbri óuwroe 7. Ge zult een oude bes (vrouw)

mamá, ma joe no sa kìbri verbergen, maar haren hoest kunt

hém froekóutoe. ge niet verbergen; d.i. de aap

komt altijd uit de mouw.

8. Grabóe njanjám, ma no 8. Grabbel naar spijs, maar niet

grabóe taki. naar praatjes.

9. Tángi foe boen da kódja. 9. Stank voor dank.

10. Tóngo tjári hem mássra 10. De tong voert haren meester tot

na boen, atjári hem geluk, maar brengt hem ook

mássra na ógri toe. dikwerf in het ongeluk.

11. Tódo táki, iffi joe de 11. De kikvorsch zegt: zoo er van

táki foe gogó, mi no kan billen gesproken wordt, kan ik

piki, mára iffi joe de niet meespreken, maar als ge

taki foe hai, mi kon over oogen handelt, zal ik U te

piki. woord staan.

12. Sáni móro keeskési, a 12. Als de aap in de benauwdheid

brasà makà. zit, omvat hij den doornstruik.

13. Joe ha’ prasénsi, joe sa 13. Als ge geduld hebt, kunt ge de

si míra bére. ingewanden van een mier zien. De

zin is: geduld overwint alles.

14. Bósi swíti, ma a tjári 14. Kussen is zoet, maar baart wel

sábiso. eens berouw.

15. Hattí-bron no de méki 15. Gramschap brengt geen goed

wan boen pikíen. kroost voort.

16. Nanái de háli tetéi, 16. De naald trekt de draad en de

tetéi de háli nanái. draad trekt de naald. De zin is:

Wij hebben elkander onderling

noodig.

17. Móni kabà, kómpe kabà. 17. Als het geld op is, is ’t met de

vrienden gedaan.

18. Te joe tráppoe na míra 18. Wanneer ge in een mierennest

hóso, joe sabi ho disi trapt, weet ge dan, welke mier u

béti joe. gebeten heeft?

19. Bégi móro bétre léki 19. Bedelen is beter dan stelen,

foefóeroe, ma wróko da maar werken is de baas!

bási.

20. Joe lóbi okró*, joe moe 20. Houdt ge van de okra*, dan moet

lóbi hem síri toe. ge ook van de pitten houden. De

zin is: Zoo ge van mij houdt,

houdt ge ook van mijn kinderen.

Mythen en sagen uit West-Indië · 第 126 / 174 题