NO. 15. SPIN VOERT DEN DOOD IN.

In vroeger tijden leefde de Dood niet onder de menschen, maar heer Spin

lokte hem uit het bosch.

Op zekeren morgen ging Anansi als gewoonlijk naar het woud met zijn

koeroe-koeroe* op zijn rug en ging den Dood opzoeken:

„Odi mâti Déde!” [276]

„.....”

„Ik groet U vriend!”

„.....”

„Hm!” dacht heer Spin, die een brabakóto [277] met gedroogd vleesch zag

staan, „dat is een goed teeken. Vriend, kan ik wat van dat gedroogde

vleesch nemen?”

„.....”

„Ik heb een mooie dochter, vriend, ik zal ze je tot vrouw geven!”

„.....”

Heer Spin vulde zijn koeroe-koeroe* en vertrok. Thuis gekomen, vertelde

hij zijn vrouw, dat hij een vriend had gevonden, die alles voor hem

over had, en dat hij hem zijn dochter Akoeba tot vrouw wilde geven.

Den volgenden dag herhaalde heer Spin zijn bezoek.

„Ik groet je, vriend Dood!”

„.....”

„Akoeba laat je groeten!”

„.....”

Heer Spin vulde weêr zijn koeroe-koeroe en ging weêr heen. Zoo kwam hij

iederen dag terug, tot al het gedroogde vleesch op was. Den dag daarop

kwam hij met zijn dochter Akoeba, die hij zijn vriend wilde

voorstellen. Ook nu weêr had hij zijn korf meêgenomen.

„Dag vriend!”

„.....”

„Akoeba is je komen bezoeken!”

„.....”

„Akoeba groet je!”

„.....”

„Wil je haar dan niet hebben?”

De Dood stond op en velde haar met één slag neêr; daarna achtervolgde

hij heer Spin, dien hij ook tot zich wilde nemen. Deze echter liep veel

vlugger, en bereikte zijn huis schreeuwende:

„Schuilt! Daar komt de Dood!”

Niemand begreep hem, want de Dood was destijds niet bekend. Heer Spin

verschool zich in een beslagruimte, en de Dood trad zijn woning binnen,

waar hij zijn gansche gezin neêrvelde.

Toen de Dood weêr vertrokken was, kwam heer Spin uit zijn schuilplaats

te voorschijn en zong hij:

Héli kóndre sa sóengoe!

Alla soema sa déde!

Anansi wawán sa tan! [278]

Mythen en sagen uit West-Indië · 第 92 / 174 题