NO. 14. TIJGER’S VERJAARDAG.

Toen de verjaardag van den woudkoning naderde, werden alle dieren door

hem uitgenoodigd, om dien dag met hem te komen doorbrengen.

Heer Spin, de huisvriend van Tijger, verzuimde niet, aan het feest deel

te nemen; wel is waar was hij dien dag niet goed geluimd, daar

Kakkerlak* hem het leven moeilijk maakte. Hij kon krakáko [272] nl.

niet meer onder de oogen zien en meende, dat het oogenblik van zijn

dood gekomen was.

Om twaalf uur zetten de dames en heeren zich aan tafel. Anansi stond op

en nam het woord:

„De plaatsen zijn niet goed geregeld; het is niet zooals het zijn

moet”.

„Hoezoo?” zei Tijger.

„De zaak, waarop ik U wijzen wilde, is deze. Kakkerlak gaat

eenvoudigweg zitten, waar het hem belieft, en wel tusschen Hert en

onzen vriend djiendja-makkà. [273] Hij hoort thuis onder de gevleugelde

dieren, daar is zijn plaats, maar niet tusschen de heeren, waar hij is

gaan zitten”.

„Dat is niets, dat kan gemakkelijk hersteld worden”, zei Tijger.

„Ga hier zitten, naast je vriend Haan; er is nog een plaats open”.

„Dank je, dank je wel”, antwoordde Kakkerlak.

„Gaat nu niet twisten”, vermaande Tijger. „Indien gij reden hebt om te

vechten, vecht dan, maar niet hier, en wees gerust, vriend Kakkerlak;

de haan zal je niets doen; hij heeft geen enkele reden. Kijk me niet

aan als een woedende stier; ik heb hem niets gezegd”.

„Hm!” zuchtte Kakkerlak.

„Denk je misschien, dat ik hem verteld heb, hoe je steeds kwaadspreekt

van hem, welke blaam je op zijn naam hebt geworpen, of dat je een

deuntje op hem hebt gemaakt, dat je steeds achter zijn rug zingt: Kákka

na mi ningre! reh! reh! reh! [274] Denk je, dat ik hem zijn gedrag

tegenover dames heb verweten? Neen, vriend”.

„Prosit! heeren, op de gezondheid van Tijger”, begon heer Spin zijn

rede, waarin hij alle goede hoedanigheden van zijn vriend deed

uitkomen.

Daarna begon hij te eten en hitste hij den haan net zoo lang op, tot

deze Kakkerlak oppikte.

Dit is de oorsprong van de vijandschap tusschen de kippen en de

kakkerlakken. Anansi is er de oorzaak van. Toen de kippen hem echter

leerden kennen, onderging hij hetzelfde lot.

Mythen en sagen uit West-Indië · 第 90 / 174 题