Wanneer wij onder West-Indië niet alleen de eilandenreeks verstaan,
die, tusschen den 10en en 28en graad N.B. gelegen, zich in een boog van
de Zuidspits van Florida tot de Noordkust van Zuid-Amerika uitstrekt,
en de noordelijke omranding van de Caraïbische Zee vormt, doch ook het
gedeelte van het vasteland van Zuid-Amerika, dat onder den naam Guyana
bekend is en dat ten N. door den Atlantischen Oceaan en den Orinoco,
ten O. door den Atlantischen Oceaan, ten Z. door de Amazonen-rivier en
de Rio Negro en ten W. door de Orinoco en de Cassiquiare begrensd
wordt, mag de titel van dezen bundel der Mythen- en Legenden-serie
gerechtvaardigd zijn, daar het overgroote deel der hierin opgenomen
mondelinge overleveringen niet op de West-Indische eilanden, doch in
Guyana is bijeengebracht.
Dat ik uit den rijken schat van Mythen, Sagen, Legenden enz. die nog
bij de zoo sympathieke, helaas! voortdurend afnemende oorspronkelijke
bevolking van Guyana, de Indianen—op de eilanden bijna geheel
verdwenen—een belangrijk deel van het materiaal voor dezen bundel heb
gekozen, en dat ik deze verzameling in de tweede plaats aan den
onuitputtelijken rijkdom, die de mondelinge litteratuur van het nu in
West-Indië zoozeer overheerschende element, de Negerbevolking, aan den
folklore-onderzoeker verschaft, ontleend heb—lag voor de hand.
In dezen bundel, waarin de voortbrengselen van den geest van twee der
meest uit elkander loopende volken der aarde met elkander vergeleken
kunnen worden, kan het den lezer zeker niet duidelijker worden gemaakt,
dat Mythen, Sagen en Legenden, die als overoude herinneringen uit lang
vervlogen tijden zijn blijven voortleven, een getrouwe afspiegeling
zijn van het leven en denken van een volk, en dat, hoe groot, ook in
geestelijk opzicht, de volken onderling mogen verschillen, telkens een
eenheid, ook in denken, naar voren treedt, die onmiskenbaar op een
gemeenschappelijken oorsprong heenwijst.
Hoewel in dezen bundel niet alleen vertellingen voorkomen, die hetzij
Mythen, hetzij Sagen of Legenden moeten genoemd worden, doch ook
dierenfabels rijkelijk vertegenwoordigd zijn, is de titel, die het
eerst voor dezen bundel in de gedachte kwam, behouden.
Over de bezwaren, welke er voor een kunstenaar, die in het land van
herkomst geen studies maakte, aan verbonden zijn, om, in
overeenstemming met de andere bundels van Thieme’s mythen- en
legenden-serie, treffende plaatsen uit den tekst te illustreeren, ben
ik, den lezerskring in aanmerking genomen, voor welken deze bundel in
de eerste plaats bestemd is, ten slotte heengestapt. Dankbaar mag ik
erkennen, dat de veelbelovende kunstenaar Willem Backer, voor wien
niets te veel was, om in de gedachtenwereld en het zieleleven van twee
hem geheel vreemde menschenrassen door te dringen, met zijn rijke
phantasie en zijn illustratief-decoratief talent belangrijk tot de
poging heeft bijgedragen, om door middel van hunne geestelijke
voortbrengselen het leven van twee zoo belangwekkende
vertegenwoordigers van het menschdom uit te beelden. Het in beeld
brengen van de voorstelling der Indianen en der Negers, die, evenals
andere natuurvolken, in hunne vertellingen de dieren als menschen laten
optreden en willekeurig in elkander laten overgaan, heeft nog geen
ander illustrator aangedurfd. Onze zoölogen zullen dus aan een spin met
twintig, in plaats van met acht pooten, geen aanstoot mogen nemen.
Ten gerieve van hen, die dieper in het aantrekkelijke onderwerp
wenschen door te dringen, heb ik een, uit den aard der zaak, onvolledig
litteratuur-overzicht laten voorafgaan, waarnaar de Nederlandsche lezer
door de in den tekst tusschen haakjes geplaatste letters verwezen
wordt.
Een woord van bijzonderen dank ben ik hier verschuldigd aan mijn
vriend, den Heer C. van Drimmelen, en niet minder aan diens
echtgenoote, Mevrouw B. E. C. van Drimmelen, geb. Wolff, die steeds
bereid waren, op mijne vragen betreffende gewoonten en de taal der
Surinaamsche Negers te antwoorden, terwijl hier ook een woord van dank
op zijn plaats is aan de Uitgeefster, de Firma W. J. Thieme & Cie, voor
hare medewerking, om dit deel harer Mythen- en Legenden-serie boven het
volume harer reeds verschenen bundels te laten uitdijen.
Moge deze verzameling er toe bijdragen, de Indianen en de Negers in een
ander licht te doen schijnen, dan waarin de oningewijde van het blanke
ras hen, met andere gekleurde rassen, gewoon is te beschouwen en tevens
bij den lezer de overtuiging te vestigen, dat de eertijds onderstelde
psychische kloof tusschen Blanken en de gekleurde rassen niet bestaat,
en dat zoowel het Indiaansche als het Negerras, bij verstandige en
goede leiding, voor hoogere ontwikkeling alleszins vatbaar zijn en
beiden hunne plaatsen zullen kunnen innemen op den naar hooger
strevenden weg, dien het menschdom met zijn vele stamverwante elementen
heeft ingeslagen.