Daar verdrinken er meer in een wijnglas dan in de Z--.
De Z-- maakt gedwee (zeedienst temt den wilden bras).
Zeearm, z. n. m. -- Die de Eilanden omvat.
Zee-atlas, z. n. m. -- Verzameling van Zeekaarten.
Zeebedding, z. n. m. -- Zandrug, door de Zee op 't strand geworpen.
Zeebeer, z. n. m. -- Muur by een haven, om den golfslag te breken.
Zeeberoering, z. n. v. -- Door aardbeving veroorzaakt.
Zeebrak, z. n. o. -- Zeewater aan de kust.
Zeeboezem, z. n. m. -- of Zeebaai. Zie Golf, Baai.
Zeebocht, z. n. v. -- Zie Zeeboezem.
Zeebonk, z. n. m. -- of Zeerob; bevaren zeeman, zeeman, die van niets
dan van zijn beroep weet.
Zeebrief, z. n. m. -- Paspoort, door het gouvernement aan de
koopvaardyschippers afgegeven.
Zeedagen, z. n. m. mv. -- Dagen op reis, buiten 't verblijf in havens
of op reede.
Zeedamp, z. n. v. -- Die uit zee opkomt en zich over het land
verspreidt.
Zeeduivel, z. n. m. -- Groote visch met horens: bynaam, wel aan een
galei gegeven.
Zeedijk, z. n. v. -- Dijk, tegen de zee opgeworpen.
Zeedienst, z. n. v. -- Dienst by het zeewezen. Hy is in 's Lands Z--.
Zeeëngte, z. n. v. -- of Zeestrand, of Straat. Zie Straat.
Zeefakkel, z. n. v. -- Tytel van een verzameling van kaarten en
landverkenningen met opgaven en opmerkingen verrijkt.
Zeegat, z. n. o. -- Monding der stroomen, waar zy in Zee vallen,
of plaatsen, waar de Zeeën gemeenschap hebben met elkander. Het Z--
van Terschelling, van Texel. De Z--en behooren wel voorzien te zijn.
Spreekwijze: Hy moet het Z-- uit, (hy moet ter zee varen).
Zeegast, z. n. m. -- Zeevarende. Matroos.
Zeegevaar, z. n. o. -- Zie Assurantie.
Zeegevecht, z. n. o. -- Zeestrijd, Zeeslag. Gevecht op Zee.
Zeegewest, z. n. o. -- Streek of gewest, aan Zee gelegen.
Zeegewas, z. n. o. -- Gewassen, die in Zee groeien.
Zeegolf, z. n. m. -- Golf, baai van de Zee.
Zeegt, z. n. v. -- Rondte. De Z-- van een schip, zijn bocht in
't lang. De Z-- des dekken, der barghouten;--opstaande Z-- van een
plank. Het schip een Z-- geven.
Zeehaven, z. n. v. -- Haven, die aan Zee ligt.
Zeehanden en -voeten hebben, o. w. -- Op Zee t'huis zijn.
Zeehout, z. n. o. -- of Hout voor scheen. Boord van het schip; hout
boven den overloop aan de scheepszijde.
Zeekaart, z. n. v. -- Kaart, waarop de Zeeën, windstreken, enz. zijn
aangewezen. Het is noodzakelijk, goede Z--en aan boord te hebben.