2o. Van de overzijde halen, als in 't oude liedtjen

Met mijn schuitjen zal ik je Overhalen.

Overhangen, o. w. -- Het O-- der achter- en voorsteven (de sprong of

valling der achter- en voorsteven).

Overhellen, o. w. -- Naar de zijde buigen, op een zijde liggen. De

wind deed het schip sterk O--.

Overladen, b. n. -- Te zwaar beladen.

Overladen, b. w. -- In een ander schip overbrengen, t. w. de lading.

Overland zeilen, o. w. -- Wordt gezegd, als men, naar het bestek,

het land reeds meent bereikt te hebben en er nog ver van af is, zoodat

men dan niet over 't werkelijke, maar over 't gegiste land zeilt.

Overlast, z. n. m. -- Alle overtollige of overkompleete zaken, die

zich in een schip bevinden.

Overlating, z. n. v. -- Akte, waarby men aan den Verzekeraar het

verlies van een vaartuig of van goederen, welke hy verzekerd heeft,

en welke men hem Overlaat, aankondigt, met sommatie om er de waarde

van te voldoen. Zie Wetb. van Kooph. art. 663 en volgg.

Overleggen, b. w. -- t. w. het roer. Zie Omleggen.

Overliggen, o. w. -- te weten op een anderen boeg. Zie Boeg.

Overloopen, (het) z. n. o. -- Benaming der steurharingvangst op

de kusten van Engeland en Schotland (van half September tot half

December).

Overmast, b. n. -- Te hoog van mast.

Overnemen, b. w. -- Aan boord nemen: Wy kregen een kaag op zijde

met 24 soldaten, 1 koebeest, 6 schapen, 3 varkens; namen al het vee

over. In een enger beteekenis heet O--: het volk van een gegeven

prijs aan boord nemen.

Overschepen, b. w. -- Van het eene vaartuig in 't andere brengen.

Zeemans-Woordeboek Behelzende een verklaring der woorden, by scheepvaart en den handel in gebruik en een opgave der algemeene wetsbepalingen daartoe · 第 48 / 74 题