I.

In, voorz. -- Tegen. I-- de zee, in den wind.

Inhalen, b. w. -- 1o. Naar zich toe Halen. Haal de zeilen In, (vouw

ze op.) Zie Halen.

2o. Op zijde komen. Het kostte ons geen moeite, dat schip In te halen.

Inham, z. n. m. of Kreek. -- Binnenwaartsche wending van de zee in

de kust.

Inhout, z. n. o. -- Algemeene benaming, waaronder begrepen worden

alle staande Houten, die tot den bodem en de wanden, en alle liggende

Houten, die tot den bodem van een schip behooren en geen deel uitmaken

van het lange scheepsraamvormige samenstel.

Zeemans-Woordeboek Behelzende een verklaring der woorden, by scheepvaart en den handel in gebruik en een opgave der algemeene wetsbepalingen daartoe · 第 36 / 74 题