In, voorz. -- Tegen. I-- de zee, in den wind.
Inhalen, b. w. -- 1o. Naar zich toe Halen. Haal de zeilen In, (vouw
ze op.) Zie Halen.
2o. Op zijde komen. Het kostte ons geen moeite, dat schip In te halen.
Inham, z. n. m. of Kreek. -- Binnenwaartsche wending van de zee in
de kust.
Inhout, z. n. o. -- Algemeene benaming, waaronder begrepen worden
alle staande Houten, die tot den bodem en de wanden, en alle liggende
Houten, die tot den bodem van een schip behooren en geen deel uitmaken
van het lange scheepsraamvormige samenstel.