Deutel, z. n. m. -- of Slag. Pennetjen, hoedanige in de enden der
houten nagels, die doorgeslagen zijn, gevoegd worden en met hun
puntjens blijven uitsteken.
Deutelen, b. w. -- Deutels inslaan.
Deutelijzer, z. n. o. -- of Plugijzer. IJzer, waarmede men gaten in
de nagels slaat.
Dicht aan-de-wind of scherp by-de-wind. byw. -- Zoo naby aan den wind
als de zeilen maar kunnen vatten.
Spreekwijze: Niet al te D-- a. d. W-- houden, (het onderste niet uit
de kan willen).
Dichtspijkeren, b. w. -- Met Spijkers Dichtmaken.
Spreekwijze: Spijker de kist dicht. Wordt gezegd, wanneer een zaak
is afgedaan en er niets meer aan te doen of te verhelpen valt. In
dit gezegde wordt echter onder kist "doodkist" verstaan.
Diep, z. n. o. -- 1o. Diepte; doch in 't byzonder waar van de zee
gesproken wordt. In 't peilloos D-- der golven.