Deukel, z. n. m. of

Deutel, z. n. m. -- of Slag. Pennetjen, hoedanige in de enden der

houten nagels, die doorgeslagen zijn, gevoegd worden en met hun

puntjens blijven uitsteken.

Deutelen, b. w. -- Deutels inslaan.

Deutelijzer, z. n. o. -- of Plugijzer. IJzer, waarmede men gaten in

de nagels slaat.

Dicht aan-de-wind of scherp by-de-wind. byw. -- Zoo naby aan den wind

als de zeilen maar kunnen vatten.

Spreekwijze: Niet al te D-- a. d. W-- houden, (het onderste niet uit

de kan willen).

Dichtspijkeren, b. w. -- Met Spijkers Dichtmaken.

Spreekwijze: Spijker de kist dicht. Wordt gezegd, wanneer een zaak

is afgedaan en er niets meer aan te doen of te verhelpen valt. In

dit gezegde wordt echter onder kist "doodkist" verstaan.

Diep, z. n. o. -- 1o. Diepte; doch in 't byzonder waar van de zee

gesproken wordt. In 't peilloos D-- der golven.

Zeemans-Woordeboek Behelzende een verklaring der woorden, by scheepvaart en den handel in gebruik en een opgave der algemeene wetsbepalingen daartoe · 第 24 / 74 题