Spreekwijze: Door den B--. (gewoonlijk, doorloopend.)

Banden, b. w. -- Versterken. Een zeil B--, (er kruislingsche

stootlappen op zetten.)

Bank, z. n. m. -- Droogte, plaat, klip, blinde rots in zee. ZandB--,

KoraalB--, SchelpB--, IJsB--, De groote B--, (onderzeesche berg ten

O. van Nieuw-Foundland.) DoggersB--, (groote B-- tusschen Engeland,

Finland, en Jutland.)

Spreekwijze: Door den B--, moet zijn Door den Band. Zie Band.

Banken, o. w. -- Wordt een schip gezegd te doen, wanneer het op een

Bank komt om te visschen.

Barbier, z. n. m. -- Naam, die oudtijds aan den Scheeps-Chirurgijn

gegeven werd.

Barge, z. n. v. -- of Berge. Soort van trekschuit, dienende tot vervoer

van personen en goederen en voor de binnenlandsche vaart bestemd. 't

Is oorspronkelijk hetzelfde als Bark. De B-- van Alkmaar op den Helder,

Kadetten B--, naam, dien het scheepsvolk wel eens geeft aan het logies

der Adelborsten.

Barghout of barrighout, z. n. o. -- Een gedeelte der buitenhuid tegen

de kimmen van het schip, tevens dienende tot verband, als het schip,

gelijk met een band of gordel, omringende. De rechte spelling van

't woord schijnt te wezen Berghout, als dienende die houten om 't

schip te bergen of te bewaren. Linieschepen hebben een BovenB-- ter

hoogte van het kuildek, en een OnderB-- ter hoogte van het tusschendek.

Bark, z. n. v. -- Met deze benaming wordt in 't byzonder zekere soort

van lichte Grieksche en Spaansche vaartuigen, in de Middellandsche

zee varende, bestempeld. De koopvaardyschepen, die den grooten- en

fokkemast barksgewijs getuigd hebben, en daarenboven nog een achtermast

met bezaan- en gaftopzeil zonder raas voeren, worden B--en genaamd. Ook

wordt B-- in poëzy veelal voor het min edele "schuit" gebezigd.

Een lichte Barck van barstigh Bocken-leder.

zegt Vondel in zijn Lofsangh op de Scheepsvaart.

Barkas, z. n. v. -- De zwaarste sloep aan boord van een schip, tot

alle zwaar werk bestemd, als het lichten en uitbrengen van ankers,

enz. De B-- wordt met draaibassen gewapend.

Barkoen, z. n. m. -- Rondhout, windboom.

Barkschip, z. n. o. -- Schip met twee overkant getuigde masten,

terwijl de derde mast slechts een schoenerzeil voert.

Barlaventovloot, z. n. v. -- Benaming van een Eskader kleine Spaansche

vaartuigen.

Zeemans-Woordeboek Behelzende een verklaring der woorden, by scheepvaart en den handel in gebruik en een opgave der algemeene wetsbepalingen daartoe · 第 14 / 74 题