Spreekwijze; Hy is te zwaar Geballast (hy heeft te veel gegeten.)

Ballasting, z. n. v. -- 1o. Bewerking van Ballast.

2o. De daad van Ballasten.

3o. Ongelden, op het Ballasten gevallen.

Ballastkist, z. n. v. -- Afgescheiden schot of afgesloten vak in het

ruim, waar Ballast in geladen wordt. Op een stoomboot staat een B--

op 't bovendek en op rollen om haar recht te houden.

Ballastkleed, z. n. o. -- Geteerde stukken zeildoeks. Zie Presenning.

Ballastlichter, z. n. m. -- Schuit, waarmede de Ballast gelost wordt.

Ballastpoort, z. n. v. -- Poort of opening, waar de Ballast door

geladen wordt.

Ballastschieters, z. n. m. mv. -- Volk, dat zich met Ballasten

bezig houdt.

Ballastschuitjens, z. n. o. mv. -- Vierkante stukken ijzer, van 12,50,

25 of 50 Ned. Po. zwaarte, dienende tot het Ballasten van oorlogs-

of andere schepen, waar de noodige ruimte in bewaard moet worden.

Ballon, z. n. m. -- Pleizierboot te Siam, zeer verheven aan de beide

uiteinden.

Band, z. n. m. -- Hoepel, beugel. De B--en (de ijzeren hoepels om de

masten.) Zie BorgB--, RaB--, B--en in het ruim (houten of ijzeren

B--en, die over het zaadhout of over een oploop heen gezonken en

verder op de inhouten liggen. B-- in het voor- of achterschip. (Zie

Dekbanden.)

Zeemans-Woordeboek Behelzende een verklaring der woorden, by scheepvaart en den handel in gebruik en een opgave der algemeene wetsbepalingen daartoe · 第 13 / 74 题