II.

Het is mooi weer. Men moest hier eigenlijk niet spreken van den winter,

maar van den regentijd. Welk een afwisseling! Wreede dagen, woedend van

regen en wind. Zooals wij die te Hebron hebben gekend. Er is in een

korten tijd een geweldige hoeveelheid regen gevallen. Men zegt drie

kwart van den gemiddelden jaarlijkschen regenval. Ik ben bevriend met

een regenbak, waarin binnen een week of drie, een meter of drie water is

komen te staan. Als nu de late regen ook maar komt, zoo tegen Maart,

April, dan krijgen we hier een goed gewassenjaar. Misschien dalen dan de

prijzen. Maar tusschen de regendagen, o, de zalige winterlentedagen. Een

hemel ongebroken als in den zomer. Maar dunner blauw. Een kussende,

zoele wind. En de zonneschijn. Een winter vol zon. En welk een mateloos

mooie morgen.

Adil geeft het wagentje, nummer 18. Dat moet gij later ook nemen. Het is

een net wagentje. Het staat bij de Jaffapoort, en rijdt met twee

driftige Arabische paardjes. De koetsier is in Mekka geweest. Hij zou

dus een groenen doek mogen dragen rondom zijn fez, dien wij tarboes

noemen. Maar dit doet hij niet. Hij zal het later doen, wanneer hij

ouder is geworden, 't Zou nu nog niet passen. Omdat hij in Mekka is

geweest, zegt zelfs de oneerbiedige Adil Had; tegen hem. En Machmoed,

het staljongetje, eerbiedigt hem zeer. Natuurlijk eerbiedigt Machmoed

den chawadja ook. Want die geeft baksjis; en is een chawadja. "Een mooi

wagentje, hè Machmoed?" "Maäloem," zegt Machmoed: "ik twijfel, of er een

mooier wagentje is in geheel Kuds."

En wij rijden. Door de buitenstadswegen. En dan over de landwegen naar

den Olijfberg heen. Overal wordt gewerkt aan het land. Winterkoren wordt

gezaaid op ieder bouwbaar plekje grond. O, de verteedering van de zachte

dagen. En de adem van het bruine, opengebroken land. Tegen een

heuvelhelling aan ligt het wijde kerkhof met de Engelsche gesneuvelden.

Het huis van den Groot-Mufti. En de uitzichten over heel de stad van

Jeruzalem. De oude stad binnen den Muur, nog gaaf bewaard aan deze

Oostzijde. En de voorsteden wijd uitgeblokt. En dan ineens niets meer.

Ver, ver, de heuvelen. Maar geen andere huizen, steden en dorpen. Zooals

rondom Amsterdam, dat ook een mooie stad is.

Jerusalem(#15083) · 第 13 / 59 题