Als de drie bezoekers weggaan. Dan zie ik weder, dat wij het Volk van
het Boek zijn. En wij moeten dat blijven, ook wanneer wij weder het Volk
van het Land worden. Nissim Nahum, ofschoon geen Rabbijn, gaat het eerst
de deur uit, omdat hij twee groote heilige boeken draagt. De Rabbijn
Epstein is wel ouder, maar niet aanzienlijker dan de Rabbijn Bernstein.
Wie zal het eerst uitgaan? Dat zijn hier groote kwesties. Er zijn
gemeenten verdeeld geraakt, omdat een rabbijn eenen andere heeft
gepasseerd. Ten slotte zal de Rabbijn Epstein vóórgaan. Maar de Rabbijn
Bernstein heeft een boek meegebracht. Goed: de Rabbijn Epstein zal dat
dan dragen, tot zij buiten zijn. Daarna zou 't niet meer passen. Gij
glimlacht wellicht over al dien eerbied en over al die etiquette? Ik
ook. Maar glimlachend bedenk ik toch ook, dat in al deze kleine
bedrijven iets liefs, iets geriefelijks is.
Wij hebben het water hier zoo lief en wij hebben het water hier zoo
noodig. Een bron, dat is voor ons het levende, het goede. Een Wezen.
Iedere bron heeft zijn legende. Maar dat alles wordt volmaakt verleden
tijd. Wij gaan Palestina moderniseeren, verschrikkelijk moderniseeren.
De Fellachen worden geëlectrificeerd en schoongemaakt met stofzuigers.
Welk een vooruitzicht. En al de mooie legenden van bronnen, bloemen en
rivieren worden opgedoekt.