En des Vrijdagsmiddags, twee uur, in het huisje in de buurt: "Hut des
Vredes" hebben Hamame en haar weduwnaar elkander gekregen. Mannen en
vrouwen ditmaal bij elkander. En al het kleine kroost maar weer veilig
en uit de voeten in het groote ledikant. In rijtjes en op stapeltjes. Er
is weder de wilde muziek. Een Jemenietische jongen slaat twee trommels
te gelijk. Een groote, donkere, sombere. En daartegen in een kleine, die
gespannen, luid kraait en schatert. Onder een groot spektakel krijgen
zij elkander. De zeven zegeningen worden uitgesproken, heilig en
zinnelijk te gelijk. Twee oude mannen dansen de voorgeschreven heilige
dansen voor het bruidspaar. Wonderlijke windingen en wendingen van de
machtelooze lijven. Maar precies gelijk het behoort. Dansen voor het
bruidspaar is een heilige taak, waarmee de oudsten en waardigsten worden
vereerd. Het mooie jongetje Jozef kijkt toe. Hij danst toch anders.
In een optocht brengen wij dan Hamame en den getroosten weduwnaar in de
echtelijke woning. Ook in de buurt, die "Hut des Vredes" heet.
Natuurlijk met muziek voorop. Dan de witte bruidsmeisjes met de witte
kaarsen, die vlammetjes fladderen op den wind. Het bruidspaar en de
gasten. Naar rang en stand. Er is de oude rabbijn, die de zeven
zegeningen op zijn geweten heeft. Een paarse kaftan en wit geweven
schoudersjaaltje. De zoele, gebroken lucht. De wind. Maar nog geen
regen, al is er al vochtigheid. Wij gaan heel langzaam en waardig,
zooals de muziek ons laat gaan. Alle menschen van de "Hut des Vredes"
komen uitgeloopen. Een heel klein steegje en een heel klein huis. Daarin
wij wegduiken. Ik ril. Morgen begint haar het slaafsche leven. Hamame is
getrouwd.