IV.

En des Vrijdagsmiddags, twee uur, in het huisje in de buurt: "Hut des

Vredes" hebben Hamame en haar weduwnaar elkander gekregen. Mannen en

vrouwen ditmaal bij elkander. En al het kleine kroost maar weer veilig

en uit de voeten in het groote ledikant. In rijtjes en op stapeltjes. Er

is weder de wilde muziek. Een Jemenietische jongen slaat twee trommels

te gelijk. Een groote, donkere, sombere. En daartegen in een kleine, die

gespannen, luid kraait en schatert. Onder een groot spektakel krijgen

zij elkander. De zeven zegeningen worden uitgesproken, heilig en

zinnelijk te gelijk. Twee oude mannen dansen de voorgeschreven heilige

dansen voor het bruidspaar. Wonderlijke windingen en wendingen van de

machtelooze lijven. Maar precies gelijk het behoort. Dansen voor het

bruidspaar is een heilige taak, waarmee de oudsten en waardigsten worden

vereerd. Het mooie jongetje Jozef kijkt toe. Hij danst toch anders.

In een optocht brengen wij dan Hamame en den getroosten weduwnaar in de

echtelijke woning. Ook in de buurt, die "Hut des Vredes" heet.

Natuurlijk met muziek voorop. Dan de witte bruidsmeisjes met de witte

kaarsen, die vlammetjes fladderen op den wind. Het bruidspaar en de

gasten. Naar rang en stand. Er is de oude rabbijn, die de zeven

zegeningen op zijn geweten heeft. Een paarse kaftan en wit geweven

schoudersjaaltje. De zoele, gebroken lucht. De wind. Maar nog geen

regen, al is er al vochtigheid. Wij gaan heel langzaam en waardig,

zooals de muziek ons laat gaan. Alle menschen van de "Hut des Vredes"

komen uitgeloopen. Een heel klein steegje en een heel klein huis. Daarin

wij wegduiken. Ik ril. Morgen begint haar het slaafsche leven. Hamame is

getrouwd.

Jerusalem(#15083) · 第 6 / 59 题