Op de schepen der Geuzen, onder den helderen hemel, op de schuimende
golven, weerklinken pijpen en doedelzakken, klokken de flesschen,
rinkelen de klinkaards, flikkeren de bussen der geweren.
--Nu, sprak Uilenspiegel, slaat op de trom van de zege, slaat de
trom van de vreugde! Vive le Geus! Spanje is verslagen, de vampier
is getemd. Aan ons de zee, Brielle is genomen! Aan ons heel de kust
van Nieuwpoort tot Helder, met Oostende, Blankenberge, de Zeeuwsche
eilanden, de monden der Schelde, de monden der Maas, de monden van
den Rijn! Aan ons Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland, Rottum en
Borkum.... Vive le Geus!
... Aan ons Delft, Dordrecht! 't Is een loopend vuur. God houdt de
vuurlont. De beulen verlaten Rotterdam. Het vrije geweten, lijk een
leeuw met klauwen en tanden van gerechtigheid, neemt het graafschap
Zutfen, de steden Deutekom, Doesburg, Goor, Oldenzaal en, in de Veluwe,
Hattem, Elburg en Harderwijk.... Vive le Geus!
... 't Is klaar, 't is als de bliksem: Kampen, Zwolle, Hasselt,
Steenwijk vallen in onze handen met Oudewater, Gouda en Leiden.... Vive
le Geus!
... Aan ons Buren, Enkhuizen! Ja, Amsterdam, Schoonhoven, Middelburg
zijn nog in onze macht niet. Doch alles komt op tijd voor geduldige
klingen.... Vive le Geus!
... Laat ons Spaanschen wijn drinken! Laat ons drinken uit de
kelken, uit dewelke zij het bloed van de slachtoffers dronken: Wij
gaan langs de Zuiderzee, langs stroomen, rivieren en vaarten; wij
hebben Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland; wij zullen ook Oost-
en West-Friesland nemen; Brielle zal de wijkplaaats wezen voor onze
vloot, de bakermat der vrijheid.... Vive le Geus!
... Hoor, Vlaanderen, geliefde vadergrond, hoor den kreet van wrake
weerklinken! Men slijpt de wapenen, men zet de zweerden aan op den
steen. Allen bewegen zich, trillen als de snaren eener harp bij den
warmen ademtocht, adem van de zielen, die stijgt uit de putten, uit
de brandstapels, uit de bloedige lijken der slachtofferen. Allen:
Henegouwen, Brabant, Luxemburg, Limburg, Namen, Luik, de vrije,
vurige stede, allen! Het bloed kiemt en rijst. De oogst is rijp voor
de zeis.... Vive le Geus!
... Aan ons de Noordzee, de wijde zee van het Noorden! Aan ons de
goede kanonnen, de slanke schepen, het stoutmoedige heir van de
dappere zeelieden: edelen, poorters en arbeiders, die de vervolging
ontvluchten. Aan ons, allen, die vereenigd opstaan voor het werk van
de vrijheid.... Vive le Geus!
... Waar zijt gij, Philippus, bloedige koning? Gedekt met den heiligen
hoed,--geschenk van den paus,--vloekt en tiert gij. Slaat op de trom
van vreugde!... Vive le Geus! Laat ons drinken!
... De wijn stroomt in de gouden kelken. Drinkt blijde een
heildronk. De priesterkleeren, dewelke die ruwe mannen bedekken,
zijn nat van het roode druivensap; de Roomsche banieren wapperen in
den wind. Eeuwige muziek! komaan, pijpen, doedelzakken, trommels,
zingt nu de lofzang der zege.... Vive le Geus!