XVI.

Op de schepen der Geuzen, onder den helderen hemel, op de schuimende

golven, weerklinken pijpen en doedelzakken, klokken de flesschen,

rinkelen de klinkaards, flikkeren de bussen der geweren.

--Nu, sprak Uilenspiegel, slaat op de trom van de zege, slaat de

trom van de vreugde! Vive le Geus! Spanje is verslagen, de vampier

is getemd. Aan ons de zee, Brielle is genomen! Aan ons heel de kust

van Nieuwpoort tot Helder, met Oostende, Blankenberge, de Zeeuwsche

eilanden, de monden der Schelde, de monden der Maas, de monden van

den Rijn! Aan ons Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland, Rottum en

Borkum.... Vive le Geus!

... Aan ons Delft, Dordrecht! 't Is een loopend vuur. God houdt de

vuurlont. De beulen verlaten Rotterdam. Het vrije geweten, lijk een

leeuw met klauwen en tanden van gerechtigheid, neemt het graafschap

Zutfen, de steden Deutekom, Doesburg, Goor, Oldenzaal en, in de Veluwe,

Hattem, Elburg en Harderwijk.... Vive le Geus!

... 't Is klaar, 't is als de bliksem: Kampen, Zwolle, Hasselt,

Steenwijk vallen in onze handen met Oudewater, Gouda en Leiden.... Vive

le Geus!

... Aan ons Buren, Enkhuizen! Ja, Amsterdam, Schoonhoven, Middelburg

zijn nog in onze macht niet. Doch alles komt op tijd voor geduldige

klingen.... Vive le Geus!

... Laat ons Spaanschen wijn drinken! Laat ons drinken uit de

kelken, uit dewelke zij het bloed van de slachtoffers dronken: Wij

gaan langs de Zuiderzee, langs stroomen, rivieren en vaarten; wij

hebben Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland; wij zullen ook Oost-

en West-Friesland nemen; Brielle zal de wijkplaaats wezen voor onze

vloot, de bakermat der vrijheid.... Vive le Geus!

... Hoor, Vlaanderen, geliefde vadergrond, hoor den kreet van wrake

weerklinken! Men slijpt de wapenen, men zet de zweerden aan op den

steen. Allen bewegen zich, trillen als de snaren eener harp bij den

warmen ademtocht, adem van de zielen, die stijgt uit de putten, uit

de brandstapels, uit de bloedige lijken der slachtofferen. Allen:

Henegouwen, Brabant, Luxemburg, Limburg, Namen, Luik, de vrije,

vurige stede, allen! Het bloed kiemt en rijst. De oogst is rijp voor

de zeis.... Vive le Geus!

... Aan ons de Noordzee, de wijde zee van het Noorden! Aan ons de

goede kanonnen, de slanke schepen, het stoutmoedige heir van de

dappere zeelieden: edelen, poorters en arbeiders, die de vervolging

ontvluchten. Aan ons, allen, die vereenigd opstaan voor het werk van

de vrijheid.... Vive le Geus!

... Waar zijt gij, Philippus, bloedige koning? Gedekt met den heiligen

hoed,--geschenk van den paus,--vloekt en tiert gij. Slaat op de trom

van vreugde!... Vive le Geus! Laat ons drinken!

... De wijn stroomt in de gouden kelken. Drinkt blijde een

heildronk. De priesterkleeren, dewelke die ruwe mannen bedekken,

zijn nat van het roode druivensap; de Roomsche banieren wapperen in

den wind. Eeuwige muziek! komaan, pijpen, doedelzakken, trommels,

zingt nu de lofzang der zege.... Vive le Geus!

De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders · 第 176 / 195 题