XV.

De bloedige koning kreeg tijding van hunne zegepralen. De dood beloerde

dien beul, wiens lichaam opgevreten werd door de wormen. Door de gangen

van 't kasteel van Valladolid sleepte hij, ziekelijk en terugstootend,

zijn gezwollen voeten en zijn loodzware beenen. Nimmer neurde hij een

liedeken, de wreedaardige beul; als de Oosterkim kleurde, lachte hij

niet, en als de zonne zijn rijk verlichtte als met een glimlach des

Heeren, voelde hij geen de minste vreugd in zijn hert.

Maar Uilenspiegel, Lamme en Nele zongen als lijsters, waagden bestendig

hun leven; God schiep den dag en zij gingen er door, en zij vonden

meer genoegen in het uitdooven van eenen brandstapel, dan de zwarte

koning vreugde smaakte in het verbranden van gansch eene stad.

In dien tijd ook was Willem de Zwijger, Prins van Oranje, gedwongen

messire Lumey, graaf van der Marck, zijnen graad van admiraal te

ontnemen, uit oorzake van de ijselijke wreedheden, die hij bedreef. Hij

benoemde messire Bouwen Ewoutsen Worst in zijne plaats. Hij zag mede

naar middelen uit om den boeren het koren te betalen, dat de Geuzen

hadden genomen; om de gedwongen schattingen terug te geven, die

door dezen gelicht waren; om den Roomschen, gelijk een iegelijk, de

vrije beoefening van hunnen godsdienst te schenken, zonder vervolging

of nadeel.

De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders · 第 175 / 195 题