Toen Uilenspiegel door Brugge, over de Woensdagmarkt kwam, zag hij
daar eene vrouw, die rondgeleid werd door den beul en zijne knechten,
en een groote menigte andere vrouwen, die rondom haar tierden en heur
allerhande vuile beleedigingen toewierpen.
Daar zij boven aan heur kleed roode lapjes en den steen der justitie
met zijne ijzeren ketenen om den hals droeg, begreep Uilenspiegel,
dat het eene vrouw was, die het jeugdig en maagdelijk lichaam van hare
dochteren verkocht had. Men zei hem, dat zij Barbara hiet en getrouwd
was met Jason Darue; dat ze in dit gewaad van de eene plaats naar
de andere gesleurd werd, totdat zij terugkwam op de Groote Markt,
waar het schavot voor haar gereed stond. Uilenspiegel volgde haar
met de menigte, die achter heur huilde en tierde. Op de Groote Markt
teruggekomen, werd zij op het schavot gebracht, aan eenen paal
gebonden, en de beul legde voor hare voeten een hoop gras en een
klomp aarde: de bediedenis van het graf.
Ook zei men aan Uilenspiegel, dat ze vooraf in 't gevang gegeeseld was.
Voortgaande, ontmoette hij Hendrik Marischal, schooier, die in de
kasselrij West-Ieperen gehangen was geweest; rond den hals toonde
hij nog het merk van de koorden. Hij hing al in de lucht, zegde hij,
en was verlost geworden alleenlijk door een goed gebed te doen tot
Onze-Lieve-Vrouwe van Halle, zoodanig, dat, toen de baljuws en de
rechters vertrokken waren, door een echt mirakel de koorden braken
en hij ongedeerd ten gronde viel.
Maar later hoorde Uilenspiegel zeggen, dat die van de koorden verloste
bedelaar een valsche Hendrik Marischal was, en dat men hem zijne
leugen liet rondventen, omdat hij een perkament had, afgegeven door
den deken van Onze-Lieve-Vrouwe van Halle, die, door het vertelsel
van dien Hendrik Marischal, de galgenazen in grooten getale met rijke
offeranden naar zijne kerk lokte. En Onze-Lieve-Vrouwe van Halle werd,
zeer lang nog, Onze-Lieve-Vrouwe der Gehangenen genoemd.